De terugkeer van generaal Michel Aoun

Veertien jaar na zijn verloren strijd tegen Syrië is generaal Michel Aoun teruggekeerd in Libanon. De buitenwereld heeft uiteindelijk Syrië gedwongen zich terug te trekken waardoor Aoun terugkon.

De Syrische bezettingstroepen zijn nog maar net weg uit Libanon, of generaal Michel Aoun is terug. Zaterdag bereidden zo'n 20.000 aanhangers hem een heldenwelkom in Beiroet, de stad waaruit hij in 1991 vluchtte na zijn nederlaag in zijn `bevrijdingsoorlog' tegen de Syriërs. ,,Ik zei u eens dat de wereld mij kon vermorzelen maar niet kon dwingen mee te werken'', zei hij tot de uitgelaten menigte. ,,Hier ben ik weer, en de wereld kon me niet vernietigen of mijn handtekening loskrijgen.'' ,,Generaal, generaal'', scandeerden zijn aanhangers.

Honderdduizenden burgers steunden Aoun in zijn strijd tegen de Libanese milities en de Syrische troepen, die in 1976 in het begin van de burgeroorlog waren gekomen en niet meer weg wilden gaan. Aoun, een rechtse maronitische christen die in 1988 tijdens een politieke crisis aan het hoofd van een militaire overgangsregering was benoemd, boezemde veel mensen vertrouwen in. Hij was immers niet een van die vele half- of heel criminele militieleiders die Libanon al zo lang onveilig maakten. Aoun was maar een gewone jongen die het op basis van zijn militaire capaciteiten tot opperbevelhebber had gebracht en als rechtdoorzee bekendstond.

Aoun verwierp het Arabische vredesakkoord van Taif, het in oktober 1989 gesloten verdrag dat een eind moest maken aan de Libanese burgeroorlog maar de aanwezigheid van de Syriërs voortzette. Hij zag het als verraad van de Libanese soevereiniteit. `Libanon voor de Libanezen' was zijn leus, die door talrijke Libanezen enthousiast werd gevolgd.

Hij weigerde op te stappen nadat op Syrisch aangeven Syriës vriend Elias Hrawi een maand na `Taif' als nieuwe president van Libanon was gekozen. Aan Aouns rebellie, zoals zijn anti-Syrische campagne vervolgens ging heten, werd uiteindelijk in oktober 1990 een eind gemaakt door een Syrisch offensief tegen het presidentieel paleis in de Beiroetse voorstad Baabda waar hij zich had verschanst. Aoun vluchtte naar de Franse ambassade, waaruit hij tien maanden later naar Frankrijk vertrok.

Het Syrische offensief werd mogelijk door de opstelling van de toenmalige Amerikaanse president Bush sr.. Deze gaf Damascus de facto de vrije hand in Libanon in ruil voor Syrische deelneming aan de door Amerika geleide internationale coalitie tegen de Iraakse president Saddam Hussein na diens bezetting van Koeweit.

Pas door een nieuwe omslag in de internationale constellatie, als gevolg van de Al-Qaeda-aanslagen van 11 september 2001 in New York en Washington, kwam de Syrische aanwezigheid ter discussie te staan. President Bush jr. zegde de Arabische dictators, in wier rangorde de Syrische president Bashar al-Assad een toppositie inneemt, de wacht aan omdat zij door hun onderdrukking het extremisme in de hand zouden werken. Washington greep de aan Damascus toegeschreven moord op de Libanese ex-premier Rafiq Hariri aan om Syrië te dwingen zijn troepen uit Libanon terug te trekken.

Aoun, inmiddels 69 jaar oud, gaat zonder twijfel een prominente rol spelen in de parlementsverkiezingen die eind deze maand plaatshebben. Hij ontmoet dan vele oude vijanden, de druzische militieleider Walid Jumblatt bijvoorbeeld, die indertijd een nauwe bondgenoot van Damascus was maar zich vorig jaar tot de oppositie heeft bekeerd.

Nog een oude vijand, de christelijke militieleider Samir Geagea, wacht op zijn ontslag uit de gevangenis om te kunnen meedoen. En dan zijn er de vele christelijke en islamitische vrienden van Syrië die nu nog de Libanese regering en het parlement domineren en niet van plan zijn de macht zomaar op te geven. De strijd kan beginnen.