De Mazzelaar die overleefde

Twee keer neergeschoten, twee keer als enige overleefd: de veteraan Krjavets kan de oorlog navertellen, al kroop ook hij door het oog van de naald.

Het draait om de bovenste rij medailles, zegt kapitein Naoem Solomonevitsj Krjavets (79), worstelend met de knopen van zijn gala-uniform. De rest verdien je door gewoon niet dood te gaan. Zo heeft `zestig jaar Overwinningsdag' hem al vier nieuwe erepenningen opgeleverd: van Rusland, van zijn eenheid, van Israël en van de Poolse president.

`Krjavets de Mazzelaar' wordt hij genoemd. Hij stortte tweemaal neer, tweemaal was hij, de kleine boordschutter, de enige overlevende. In februari 1944 mitrailleerde een Messerschmitt zijn watervliegtuigje, een MBR-2 waarmee zijn ploeg de metalen netten fotografeerde die de Duitsers gebruikten om Sovjet-onderzeeërs in de Finse Golf op te sluiten. Krjavets hakte met zijn mes een gat in het canvas en overleefde het ijskoude water. In maart 1945 schoot een Duitser zijn toestel neer. Krjavets overleefde ook ditmaal als enige, met een gebroken borstbeen.

Dus kreeg Krjavest zijn medailles. Een Rode Ster, een medaille voor frontstrijders, medailles voor deelnemers van de Grote Patriottische Oorlog, voor redders van Moskou en Leningrad, voor bestormers van Königsberg (Kaliningrad) en voor overwinnaars van nazi-Duitsland.

De Moskoviet Krjavets vertrok op zijn zestiende al richting front. Eind juli 1941 vielen de eerste twee bommen in zijn wijk Sokol. Die week werden alle scholieren opgetrommeld om werk te doen op kolchozen buiten Moskou, zo heette het. Krjavets nam eten voor drie dagen mee, zomerkleding en sandalen. Op het station werden de scholieren in veetreinen geladen. ,,Wij hadden gitaren en er waren veel meisjes, dus we voelden ons hele kerels.''

In Smolensk namen militairen alle paspoorten in beslag. Duizenden scholieren waren aan de Dnjepr bijeengedreven om de Stalinlinie te graven, `van Witte Zee tot Zwarte Zee'. Ze kregen instructies, spades en kruiwagens, daarna werden ze in de chaos vergeten. ,,Het was eigenlijk een misdaad.''

De kinderen hielden zich in leven met wortels en tomaten van verlaten kolchozen, sliepen in veestallen. Eind augustus werd het koud en warmden ze zich 's nachts aan elkaars lichamen. De Duitsers wierpen overdag pamfletten uit, en vanaf begin september ook bommen. ,,De aarde beefde en ik sprong in een kuil. Veel scholieren vluchtten in paniek de rivier in, de meest onveilige plaats. Toen de bommenwerpers verdwenen, was onze Stalinlinie weggevaagd en dreven mijn klasgenootjes dood in het water. We hebben ze huilend begraven, daarna zaten we twee weken hand in hand in de stal te snikken. We durfden nergens heen, de bommen bleven maar vallen.''

Medio september doken fronttroepen op. Ze waren stomverbaasd honderden rillende, vuile en vermagerde scholieren in zomerkleding aan te treffen. Ze kregen brood en bedorven zure room. De meisjes gingen op bussen terug naar Moskou, oudere jongens kregen een helm op en moesten naar het front. ,,Die zijn allemaal gedood'', denkt Krjavets.

Zelf werd hij opnieuw vergeten: met de jongens van 15 en 16 wist niemand zich raad. Zo dwaalde Krjavets rond in de brandende stad Vjazma tot hij een hand op zijn schouder voelde. ,,Daar stond mijn oudere broer Lev, een soldaat, uitgeput en ongeschoren. Puur toeval.'' Hij zette zijn kleine broertje op de laatste gewondentrein. ,,We hebben niet gepraat, niet gekust, geen afscheid genomen.'' Pas tien jaar geleden ontdekte Krjavets waar zijn broer sneuvelde.

Terug in Moskou bleek ook zijn vader gesneuveld. Zijn moeder vluchtte met wat restte van haar gezin naar de Oeral, maar in de zomer van 1942 meldde Krjavets zich achter haar rug bij het leger. Hij kreeg een opleiding tot radartechnicus en arriveerde in de winter van 1943 in het belegerde Leningrad. Daar ronselde een marinepiloot hem als boordschutter. ,,Ze goten een bierpul spiritus in mijn keel, ik was anderhalve dag buiten westen en toen was ik bij de marineluchtvaart. Zo ging dat.''

Krjavets de mazzelaar. Na de oorlog ontwikkelde hij zich als ingenieur radarapparatuur voor de burgerluchtvaart en hoopten de medailles zich op. Vandaag zit hij op een eretribune op het Rode Plein: zijn eenheid doet niet mee aan de Overwinningsparade. De oudjes mogen niet langer marcheren, maar worden in antieke trucks over het plein gereden. ,,Daar hadden wij dus geen zin in, we hebben onze trots.''