Zwaluw maakt nog geen zomer bij Unilever

Beleggers in het Nederlands-Britse levensmiddelenbedrijf Unilever zijn niet gewend aan goed nieuws, dus als op één en dezelfde dag twee gunstige berichten de ronde doen, is het niet moeilijk om enthousiast te raken.

Het feit dat de resultaten over het eerste kwartaal niet zo slecht waren als werd gevreesd is ongetwijfeld een opluchting, evenals de geruchten dat president-commissaris Anthony Burgmans wellicht al vóór zijn officiële vertrek in 2007 zal aftreden.

Maar het is nog steeds te vroeg om te zeggen of het consumentengoederenconcern met merken als Omo, Dove, Knorr en Bertolli eindelijk de goede weg is ingeslagen na de problemen van de laatste paar jaar.

Na het wegstrepen van de effecten van vijf extra handelsdagen in het eerste kwartaal van dit jaar in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar blijkt de omzetstijging van 6 procent uit de krantenkoppem nog maar 2 procent te bedragen.

Dat is weliswaar beter dan de 1 procent die de meeste analisten verwachtten, maar nog steeds veel minder dan de prestaties van andere met Unilever te vergelijken consumentengoederenconcerns waaronder Nestlé, die een consistente groei van 6 procent vertonen.

Stijgende omzetten in Afrika en Azië zijn voor Unilever niet genoeg gebleken om de dalende omzet in West-Europa te compenseren.

Bovendien bleef de winstmarge gelijk, op 14,5 procent (exclusief de opbrengst van afgestoten onderdelen). Dat was ook iets beter dan verwacht, maar nog steeds een stuk minder dan een reeks andere veel beter presterende consumentengoederenconcerns zoals het Britse Reckitt Benckiser, dat een winstmarge kent van krap 20 procent.

Of Unilever de kloof met zijn concurrenten kan dichten, hangt voor een deel af van de uitkomst van zijn jongste saneringsprogramma, genaamd `Eén Unilever', dat afgelopen jaar werd gelanceerd. Eén Unilever voorziet onder meer in samenvoeging van de landenorganisaties, waarbij het onder meer de bedoeling is de werkmaatschappijen binnen landen tot één organisatie samen te smeden.

De effecten van dit programma zullen pas later dit jaar worden gevoeld, maar het vermoeden blijft bestaan dat Unilever behoefte heeft aan radicalere stappen als het zijn inhaalrace met succes wil bekronen.

Daarom moeten beleggers troost putten uit de berichten dat Burgmans bereid is af te treden zodra een onafhankelijke topman kan worden gevonden. Een sterke nieuwe man van buiten het bedrijf biedt de meeste hoop op een verstrekkende strategische revisie van de activiteiten, waarbij taboe-onderwerpen aan de orde worden gesteld als het uit elkaar halen van de voedingsdivisie en die voor huishoudelijke goederen, en het afstoten van beneden de maat presterende divisies.

Tot het zover is moeten beleggers hun enthousiasme nog even in bedwang houden.