Woordjes over de grens

Met onderwijs in Nederlands én Duits komt een school in Venlo tegemoet aan de wensen van bedrijven in de grensstreek.

`Errechne die Schnittpunkte', zegt wiskundedocent Harrie Maas tegen zijn leerlingen in 3 atheneum. ``De snijpunten'', mompelt een meisje voor zich uit. Een leerling steekt zijn vinger op. ``Meneer, hoe ging de ABC-formule ook al weer?'' ``Wie, bitte?'' reageert Maas, terwijl hij met zijn handen draaiende bewegingen rond zijn oren maakt als teken van `ik begrijp het niet'. Niet dat Harrie Maas geen Nederlands verstaat, want hij is gewoon Nederlander, maar hij geeft les op de tweetalige afdeling van het Valuascollege in Venlo, de enige school voor tweetalig onderwijs in het Nederlands en Duits. En wiskunde is een van de vakken die in het Duits worden gegeven.

Tweetalig onderwijs (TTO) is in opmars, sinds de eerste stappen op dit vlak in 1989. Momenteel zijn er 74 scholen voor voortgezet onderwijs die tweetalig onderwijs aanbieden op het havo en het vwo. Op het Valuascollege na hebben deze scholen allemaal voor het Engels gekozen. Voor de Venlose school, die in 2000 begon met TTO, lag Duits voor de hand, vertellen de coördinatoren Peter van Gassel en Louis Seelen. Als school in de grensstreek, omringd door Duitse scholen, hogescholen en universiteiten had het Valuascollege al jaren een levendige uitwisseling met Duitse onderwijsinstellingen, dus de contacten en mogelijkheden om dit op te zetten waren voor handen. Wat sterk meespeelde was de vraag vanuit het bedrijfsleven. Van Gassel: ``Wij zitten hier in de grensstreek, het voorportaal van het Ruhrgebied. Er zijn veel contacten met Duitse bedrijven. Maar ook als we verder kijken is Duits belangrijk. De handel met de nieuwe lidstaten wordt in het Duits gevoerd.'' Daarnaast speelden ook pragmatischer redenen mee. Seelen: ``We hebben hier in Venlo al een school met TTO Engels. Met Duits kunnen wij ons profileren.''

Wie denkt dat Duits voor de leerlingen in de grensstreek een eitje is, heeft het mis. ``Voor jongeren is het Duits een echte vreemde taal geworden'', zegt Seelen. ``De veertigers van nu groeiden nog op met Duitse televisie en radio. Als wij op school kwamen konden wij al een aardig mondje Duits. Bij de jeugd heeft Engels die plaats ingenomen.''

Het gebrekkige `woordje over de grens' is bepaald geen Nederlands probleem. Veel landen beschermen hun taal. Zo worden in Duitsland nog steeds alle Engelstalige films nagesynchroniseerd. Dat maakt de taalgrens een ongewenste barrière in de Europese Unie. Niet voor niets heeft de Europese Commissie (EC) alarm geslagen en een actieplan opgesteld om het leren van talen en taalverscheidenheid te bevorderen. De Commissie pleit ervoor dat iedereen naast de eigen moedertaal twee vreemde talen leert spreken. Dat moet al beginnen op de basisschool. Iedere lidstaat moet dit op zijn eigen manier invullen. In Nederland start het Europees Platform aankomend schooljaar op in totaal veertig scholen voor basis- en voortgezet onderwijs met een meerjarig proefproject om het Frans en Duits te versterken. Het Valuascollege, dit jaar door de Europese Commissie beloond met het Europees Talenprijs voor innovatieve taalprojecten, is een van de scholen die als `ervaringsdeskundige' dit project gaat begeleiden.

``Toen wij met TTO begonnen was er helemaal geen lesmateriaal'', vertelt Van Gassel. ``We hebben alles zelf ontworpen. We zijn begonnen bij de kennis die we in huis hadden bij onze eigen docenten, die bijvoorbeeld goed Duits spreken omdat ze een Duitse partner hebben, of in Duitsland hebben gestudeerd. Zij hebben bij collega's en uitgeverijen in Duitsland materiaal aangevraagd en dat bewerkt. Ook hebben we een uitwisseling gehad met beginnende Duitse docenten, die er in eigen land Nederlands bij doen en hier hun taal beter leren beheersen.''

In samenwerking met de Talenacademie Maastricht en de pedagogische instituten SLO en APS is een bijscholingscursus voor docenten opgezet. Van Gassel: ``Ze moesten leren hoe ze in hun eigen vak zoveel mogelijk uit die taal konden halen: optimale taalverwerving zonder dat de vakinhoud er onder lijdt.''

Op het Valuascollege beginnen de leerlingen al in de brugklas met Duits. Het TTO gaat van start in het tweede jaar. Per jaar kiezen tussen de tien en twintig havisten en evenzoveel vwo-ers hiervoor. Welke vakken in het Duits en welke in het Nederlands worden gegeven is puur afhankelijk van wat de school aan docenten in huis heeft, vertelt Seelen. ``Ten minste 50 procent van de lesstof moeten we in de vreemde taal geven.''

Om het niveau van het Duits te bewaken heeft het Valuascollege contact gelegd met het Goethe Instituut in Amsterdam. Zij hebben de school van examens op verschillende niveaus voorzien, zowel voor docenten als voor leerlingen. In 5-vwo (want in 6-vwo is er geen TTO, maar worden alle pijlen gericht op het eindexamen) kunnen leerlingen een examen Duits doen op het niveau van `near native speaker'. Dat examen is het entreekaartje voor iedere Duitse universiteit of hogeschool.

De les wiskunde van Harrie Maas loopt ten einde. Op de vraag of TTO Duits veel moeilijker is dan `gewoon' vwo antwoorden Sanne, Timo en Thom eensgezind `nee'. ``Misschien is het zelfs wel makkelijker'', zegt Thom (14), ``want hier wordt alles twee keer uitgelegd.'' Sanne (15) knikt. ``Je moet zowel de Duitse begrippen als de Nederlandse begrippen kennen. Want de lessen zijn in het Duits, maar de proefwerken zijn vaak weer in het Nederlands. En als een proefwerk in het Duits is mag je niet op je Duits beoordeeld worden.''

Allemaal hebben ze voor TTO Duits gekozen `voor later'. Ze willen in Duitsland gaan studeren of denken aan een internationale studie als Europees Recht. Timo (15): ``Ik wou wat extra's doen, niet alleen maar dat standaard vwo-diploma. Volgens mij heb je met TTO Duits een streepje voor bij een sollicitatie.'' Hun huiswerk maken ze soms in het Nederlands en soms in het Duits. Geen van allen vinden ze het `eng' om Duits te praten. Er wordt ook niemand uitgelachen als ie een fout maakt. Maar op de een of andere manier kletst het toch lekkerder in het Nederlands. Hoe hard meneer Harrie Maas ook roept `versuche unter einander auch in Deutsch'.