Wat doen we met de oorlog?

De kroonprins had zijn best gedaan. De toespraak die hij donderdag in Den Bosch hield, was volgens de minister-president een belangrijke speech waaraan nog veel gerefereerd zal worden. Jan Peter? ,,Een heel mooi en heel persoonlijk verhaal.''

Wat zei de prins? Dat we over zestig jaar nog steeds Bevrijdingsdag zullen vieren, maar dan anders. ,,Het zal nog altijd gaan om vrede en vrijheid. Maar de invulling van het feest zal anders zijn. Allen die de bevrijding hebben meegemaakt, zullen dan zijn overleden. Zelfs hun kinderen zullen er vaak niet meer zijn. Het zal een viering worden zonder de emoties van degenen die het zelf hebben ervaren.'' Maar wel, aldus de prins, ,,met de overtuiging dat vrijheid het kostbaarste is wat we bezitten''. En: ,,Willen we de vijfde mei ook voor volgende generaties levend houden, dan zullen we de betekenis van die datum moeten verbreden.'' Maar aan de andere kant, we moeten de oorlog niet vergeten. ,,Laten we zorgen dat de Tweede Wereldoorlog niet vergeten wordt in het museum van het verleden, als het vijfjarige broertje van de tachtigjarige oorlog.''

Mooi gesproken, inderdaad. Alleen dat ,,over zestig jaar'' had hij beter kunnen weglaten, want ,,over zestig jaar'' kun je mensen alles verkopen, terwijl de prins niets anders deed dan het huidige dilemma schetsen: het grootste gedeelte van de Nederlandse bevolking heeft door leeftijd of afkomst nu al geen directe band met de oorlog meer, alles wat er tijdens de bezetting is gebeurd dreigt binnenkort hopeloos geschiedenis te worden, wat gezien de staat van het huidige geschiedenisonderwijs betekent dat het ook meteen vergeten wordt. (De kroonprins voelt het goed aan: voor hem staat een museum niet gelijk aan herinneren maar aan vergetelheid.) En dat juist nu we de Tweede Wereldoorlog zo hard nodig hebben, want het zijn onzekere tijden en er gaat geen dag voorbij of iemand ontdekt ergens het nieuwe fascisme. De brief die de moordenaar van Theo van Gogh onder zijn groepje tienerterroristen verspreidde, steekt in zijn hoogmoedige waanzin het geraaskal van Hitler in zijn laatste dagen naar de kroon, en hij blijkt nu al een held te zijn van veel van zichzelf en van Nederland vervreemde jongens, dus waakzaamheid is geboden.

Anderzijds dringt juist uit angst voor zulke ongeleide projectielen de staat steeds verder door tot onze huiskamer, allemaal in het belang van onze veiligheid, natuurlijk, en lijken de verlichte criticasters van de islam niet te beseffen dat zich in hun schaduw een gezwel van xenofobe haat ontwikkelt in de hoofden van jongeren die de nazi's beschouwen als mannen die tenminste de rotte appels uit de mand durfden te verwijderen wie weet komt het gevaar wel van die kant.

De strekking van de toespraak van Willem-Alexander en die van zoveel bezorgde ingezonden stukken op de opiniepagina's was dat we de oorlog tot een moreel ijkpunt moeten maken voor ons huidige gedrag. Dat is niets nieuws, maar nieuw is de angstige twijfel die uit al die oproepen klinkt: kunnen we wel voor onszelf instaan, kunnen we erop rekenen dat we het gevaar op tijd zien, dat we ons als helden zullen gedragen als het nodig is? Tientallen jaren was het eenvoudig: Nederland en vooral de Nederlandse joden was iets verschrikkelijks aangedaan door machten van buiten en het enige wat je moest doen, was er op tijd bij zijn wanneer de armen weer gestrekt omhoog gingen. Bevrijdingsdag, dat was de populairste popgroep van het moment met een helikopter over het land laten vliegen en in iedere grote stad een liedje tegen racisme laten zingen. Vrijheid, dat was zorgen dat je de vijand op tijd een optater wist te verkopen.

Nu is dat allemaal anders. De geschiedenis heeft ons geleerd dat we juist in onze omgang met de oorlog niet te vertrouwen zijn: het verzet was lang niet zo groot als we zelf wilden geloven, de zorg voor de vervolgde joden miniem en de algemene houding eerder verbazingwekkend volgzaam dan opstandig. En de mythologisering achteraf ging ook nog eens gepaard met een verbeten onverzoenlijkheid, die iedere werkelijke catharsis tot op de dag van vandaag onmogelijk heeft gemaakt. Anders dan Japan struikelt Duitsland over zichzelf om schuld te bekennen, niemand kan beweren dat daar het verleden niet onder ogen wordt gezien; en toch zijn tot op de dag van vandaag nauwelijks Duitsers welkom bij de jaarlijkse herdenkingen (behalve in Venray, lees ik in de Volkskrant. Burgemeester Waals: ,,Je kunt toch niet 364 dagen per jaar samenwerken met de Duitsers en op één dag niet aardig tegen ze zijn?''). De verzetsorganisaties weigeren tot op heden ook maar één schuldbewuste Duitser bij de jaarlijkse herdenking op de Dam. Nog altijd worden van verschillende kanten excuses geëist, maar zelden worden ze ook ruimhartig aanvaard. Nederland is goed in herdenken, maar slecht in verwerken.

Juist die gebrekkige eigenschap heeft ervoor gezorgd dat we in onze houding tegenover de oorlog in een eigenaardige spagaat terecht zijn gekomen: aan de ene kant een oorlog die een unieke plaats in ons bewustzijn opeist en waar niemand aan mag komen, en zeker geen Duitser, aan de andere kant de angst dat de herinnering aan diezelfde oorlog een nietszeggend fossiel wordt, een leeg ritueel, iets van anderen. Om met de kroonprins te spreken, hoe verbreed je de betekenis van een dag als Bevrijdingsdag zonder die hopeloos te laten verwateren? We houden de oorlog in een wurggreep uit angst dat hij voorgoed verdwijnt en daardoor is het onmogelijk die oorlog ook werkelijk onder ogen te zien. Het is die krampachtigheid waardoor het zo lang heeft geduurd voordat de mythes over heldhaftigheid en verzet konden worden doorgeprikt. Het heeft weinig zin om over de lessen van de oorlog te spreken, om allochtonen met busladingen tegelijk in Westerbork met de angstaanjagende feiten te confronteren, en te speculeren waar het gevaar zich vandaag ophoudt, wanneer wordt nagelaten werkelijk algemene geschiedenis van de oorlog te maken, geschiedenis die van iedereen is zelfs, of juist, van de afstammelingen van de schuldigen. Ik zou hopen dat de betrokkenen bij de jaarlijkse herdenkingen en vieringen dat op de valreep inzien en in staat zullen zijn volgend jaar alsnog een opvallend gebaar van verzoening te maken. Dat zou geen nederlaag zijn.