Tot de bruiloft mag een vrouw niks weten

De Colombiaanse Natalia Aguirre Zimerman was vrouwenarts in Afghanistan in 2003 en schreef er een boek over, `Vrouwen en kinderen het laatst' dat volgende week verschijnt. Een voorpublicatie

LEILA

Leila is mijn tolk, mijn rechterhand, mijn linkervoet, mijn lijfwacht, eigenlijk mijn navelstreng met dit land. Ze is drieëntwintig en mist een oog: op haar zevende sloeg dicht bij haar huis een granaat in en werd haar oog weggevaagd door een scherf. Gelukkig kreeg ze een goede prothese en valt het niet erg op, maar als we onderweg zijn blijft het stof op de prothese zitten en dat ziet er heel raar uit. Haar leven is het klassieke verhaal van de Afghaanse vrouw. Doordat ze heel intelligent is en door haar oogletsel niet erg aantrekkelijk, heeft ze Engels kunnen studeren en kon ze zich op eigen kracht ontwikkelen.

Zeven jaar geleden vertrok ze naar Pakistan omdat het hier te moeilijk werd. Haar hele familie is financieel afhankelijk van haar, want haar vader raakte in de oorlog verlamd. (In Afghanistan maakt verminking deel uit van het dagelijks leven.)

Ze was lerares Engels op een school en had het daar beter dan hier, want in Pakistan zijn er minder beperkingen voor vrouwen. Ze kwamen terug naar Afghanistan in de hoop hun vroegere leven weer op te kunnen bouwen, maar voor haar is het heel moeilijk om opnieuw in een kooi te worden gestopt nadat ze relatief vrij is geweest. Ze heeft een hartstikke goede instelling en ik heb besloten van haar mijn assistente te maken en niet mijn vertaalster, want alles wat ze bijleert kan haar in de toekomst helpen.

Een keer heb ik haar bijna een hartinfarct bezorgd; we gingen naar de kliniek, er was een bevalling gaande en zij viel zo ongeveer flauw, want niemand van ons had erbij stilgestaan dat Leila een vrouw is en maagd en dus niets wist over de voortplanting. Ze hád het niet meer toen ze de bevalling zag; erger nog, ze ging zelfs even van haar stokje. Met al dat bloed, de baby, het geschreeuw, het vertalen en de chaos, kreeg dit arme Afghaanse meisje bijna een hartaanval. Een paar uur later heb ik de taak op me genomen haar het verhaal van de bloemetjes en de bijtjes te vertellen, maar wel met beleid, want als ze in haar familie doorkrijgen dat zij er alles vanaf weet, vermoorden ze haar.

Het is hier de gewoonte dat vrouwen tot een week voor de bruiloft van niets weten, tot het moment waarop de moeder en de zussen de details van de voortplanting uit de doeken doen en bijbehorende instructies geven. Ik weet niet of het wel zo verstandig is Leila in te wijden in de details van het menselijk lichaam, maar als ik dat niet doe kan zij me niet goed vertalen en worden dus ook nog eens de patiënten het slachtoffer. Als het moment daar is om dit land te verlaten, wil ik alles aan Leila geven omdat zij het echt nodig heeft. Ik heb haar eens gevraagd of ik hier een Afghaanse hond zou kunnen kopen en zij vroeg me waarvoor. Ik antwoordde om mee te nemen en zij vroeg of ik niet liever een mens meenam. Zo wanhopig is de situatie hier voor enigszins geschoolde vrouwen.

MOEDERSTERFTE

De vrouwen die ik behandel weten niet hoe oud ze zijn. Als gynaecoloog moet je, om te bepalen of er bij een patiënte sprake is van een vervroegde overgang of een verlate puberteit, op zijn minst weten hoe oud ze is. Zonder dat aanknopingspunt kun je onmogelijk achterhalen wat normaal of afwijkend is, en weet je dus ook niet wanneer je al dan niet moet ingrijpen. Om het nog ingewikkelder te maken, zien vrouwen er hier door de zon, ondervoeding en alle aframmelingen zo doorleefd uit, dat die van vierentwintig tweeënveertig lijken. Maar die van zestien lijken tien en die van vijftig lijken tachtig. De dissociatie van tijd en lichaam neemt vanaf het zestiende levensjaar exponentieel toe in plaats van lineair, maar is vóór die leeftijd omgekeerd. [...]

Mijn patiëntes zijn straatarm, onder- broeken dragen ze niet en maandverband kennen ze evenmin, ze gebruiken doekjes die ze wassen met vreselijk irriterende zeep. Natuurlijk wordt daardoor de huid van hun genitaliën, net als die van hun handpalmen en voetzolen, extreem dik.

Laten we wel wezen, het enige wat hier telt is niet omkomen van de honger en de volgende winter overleven, en vrouwen gaan hier dus niet naar de dokter vanwege onbenulligheden als afscheiding. Welnu, gynaecologie is moeilijk, maar nog niets vergeleken bij verloskunde: ik herhaal eerst nog een keer dat de moedersterfte hier de hoogste ter wereld is. Hoger dan in Nigeria, hoger dan in India. Het komt erop neer dat van iedere zestig vrouwen in het kraambed er één zal sterven door bloedverlies of infecties!

Sommige ideeën en gewoontes rond zwangerschap en bevallingen komen van de mullah. Een mullah is de geestelijke die de baas is in de moskee, en zijn enige opleiding is dat hij naar de koranschool is geweest (en denk maar niet dat de koranschool de tegenhanger is van een jezuïetenschool). Ik weet niet of het geestelijken zijn of geestelijk gestoorden. Bijvoorbeeld:

1. Tijdens de zwangerschap mag de vrouw bijna geen groenten eten, anders wordt de baby met slechte ogen geboren.

2. Als ze zich heel zwak voelt, moet ze een geit offeren en die naar de mullah brengen; die houdt zelf een portie en deelt de rest uit. (Voor alle duidelijkheid: delen met de armen is een van de belangrijkste geboden van de islam.)

Het komt niet in die ellendige mullah op dat ze die geit beter zelf kan opeten, tegen de bloedarmoede. [...]

5. Vrouwen houden er zozeer rekening mee dat ze tijdens de bevalling sterven, dat ze hun handen en voeten met henna beschilderen om, als ze doodgaan, linea recta naar de hemel te kunnen. In Afghanistan kun je als je overlijdt niet met kale handen bij God aankomen, en dus moet je op alles voorbereid zijn.

6. Een bevalling verloopt verder zoals overal, behalve dat het bekken van de vrouwen hier, door de lichaamshouding (de hele tijd op de hurken) en de natuurlijke selectie (vrouwen met een echt smal bekken sterven snel), er ideaal voor is. Vrouwen schreeuwen hier niet, vragen niet om een ruggenprik (daar kunnen ze op zijn vroegst over achthonderd jaar eens voorzichtig aan beginnen te denken) en krabben noch schoppen.

[...]

8. Als het kindje geboren wordt, mag je niet tegen de moeder zeggen van welk geslacht het is, want als ze verdrietig wordt omdat het een meisje is, komt, zo denken ze, de placenta vast te zitten. Zodra de baby huilt, moet hij worden overgedragen aan het bataljon schoonzussen, zussen en nichten, dat, met de schoonmoeder voorop, gekomen is om haar bij te staan.

Als het een jongen is: `De Heer zij geprezen', feest, vreugde, felicitaties en cadeaus.

Als het een meisje is: `Ach, geeft niet, volgend jaar beter.'

[...]

10. Maar het ergst van al zijn wat mij betreft die ellendige echtgenoten die hun vrouw twee uur na de bevalling weer mee naar huis nemen en ze urenlang laten lopen, en van wie ze soms niet eens op controle mogen komen.

Om dat probleem te omzeilen, hebben we ingevoerd dat vrouwen die in de kliniek komen bevallen, een dekentje en een babypakje cadeau krijgen. Zo geven hun mannen, die behalve arm ook zeer zelfzuchtig zijn, toestemming. [...]

Er wordt weleens beweerd dat wat je van jongs af aan leert, normaal wordt en dat bijna alles went. Maar ik weet nu wel zeker dat pijn en angst universeel zijn en dat slachtoffers van huiselijk geweld, hoe cultureel bepaald dat fenomeen ook mag zijn, enorm lijden. Het feit dat mijn buurvrouw door haar man geslagen wordt, doet niets af aan het feit dat ik het erg vind dat ze geslagen wordt.

Drie dagen geleden deed ik de bevalling van Salma, een achttienjarige Afghaanse. Het ging allemaal heel vlot, het meisje floepte meteen te voorschijn. Een volmaakte baby, prachtig (net als haar moeder), roze, met veel zwart haar en groene kattenoogjes. Ik gaf het kind aan de schoonmoeder, zodat die het aan kon kleden, en in één oogopslag zag ik dat het mis was. Met gebogen hoofd (zoals een kind dat met kerst sokken krijgt in plaats van een fiets) pakte ze haar van me over en nam haar mee (alsof ze geen wonder in haar armen droeg maar een tragedie).

Salma vroeg: `Bacha? Dokhtar?' (`Een zoon of een dochter?') Ik antwoordde: `Bisyar maqbul dokhtar.' (`Een prachtige dochter.')

Barsten ze alletwee in snikken uit. Schoonmoeder en -dochter bleven maar huilen. Hier is het heel gewoon dat vrouwen huilen als het een meisje is, maar deze twee huilden en huilden en huilden, er kwam geen einde aan.

Ze huilden wel van verdriet, maar er was iets van angst in hun ogen te lezen, als bij iemand die weet dat er iets vreselijks staat te gebeuren.

Leila, die wat bijdehanter is dan ik, zei: `Natijan, die krijgt vanavond slaag, denk ik.'

Ik zei: `Vraag eens waarom ze huilen.'

En Leila had gelijk. De schoonmoeder keek me aan en zei: `Dit meisje heeft nog vier andere dochters en toen ze na de laatste bevalling thuiskwam, sloeg haar man haar bijna dood.'

Ik moet erbij zeggen dat deze mevrouw de moeder was van die driedubbel overgehaalde schoft (en ik verontschuldig me niet voor mijn woorden, want dat is hij).

Ik vroeg: `Waarmee slaat hij?'

`Met zijn handen of met een elektriciteitskabel.'

In Afghanistan is al het slechte wat er gebeurt per definitie de schuld van de vrouw. Het geslacht van baby's wordt medisch gezien bepaald door spermatozoïden. Dus als er al iemand `schuld' heeft aan de geboorte van een meisje, is het de man. Maar in Afghanistan is de vader geweldig als het een jongen is, en de moeder waardeloos als het een meisje is.

Niets aan te doen. [...] Vreselijk ongerust liet ik haar gaan, gaf haar een dubbele dosis paracetamol mee voor na de aframmeling en drukte haar schoonmoeder op het hart haar meteen te brengen, mocht hij haar heel erg toetakelen. [...]

BURKA'S & ARME MANNEN

Een burka is een (doorgaans hemelsblauwe) lap stof die aan de achterkant tot op de grond reikt en aan de voorkant tot aan je middel. Wat je over je hoofd doet zit heel strak om je gezicht en hindert niet echt bij het kijken.

Trek maar eens een panty over je hoofd en zeg me of je nog goed ziet. Natuurlijk wel. De kwestie rond de burka is opgeblazen door de media. Als je hier aan vrouwen vraagt wat zij de grootste kwelling vonden onder het bewind van de Talibaan, noemen ze nooit de burka. De meeste zorgen maakten vrouwen zich over de beperkingen voor het onderwijs.

Dit is een islamitisch, maar geen Arabisch land. De sociale structuur hier is Perzisch en als je een Afghaan een Arabier durft te noemen, krijgt hij een aanval van hysterie. Afghaanse mannen houden van hun vrouwen en helpen ze. Ze zitten niet de godganse dag te bidden (sterker nog, in de maand dat ik hier ben, heb ik pas één man overdag zien bidden). De Talibaan waren een nietrepresentatief deel van de Afghaanse bevolking. Een fenomeen dat ontstond uit politieke chaos, maar enkel en alleen kon gedijen door de economische belangen van de Verenigde Staten en Europa. De Afghanen vereenzelvigden zich niet met de Talibaan.

Een burka kost zes à acht dollar. Afghaanse vrouwen zijn niet zwak. Het zijn felle tantes. Ze hebben het hart op de tong. Ze leven niet weggestopt zoals de westerse wereld zich laat wijsmaken door de pers. Deze vrouwen maken opmerkingen als: `Het fijne aan een burka is dat je alle mannen kunt bekijken zonder dat iemand het ziet.'

Als ze onder elkaar zijn vertellen ze schuine moppen, bespreken verboden onderwerpen en kunnen behoorlijk kattig zijn. We moeten af van het idee dat deze vrouwen met uitsterven bedreigd worden. De moedersterfte buiten beschouwing gelaten, leiden ze een (weliswaar hard) leven met alles erop en eraan en kunnen ze over veel zaken zelf beslissen. Zoals overal ter wereld zeuren ze net zo lang tot manlief doet wat zij willen. Ze zijn net zo manipulatief als westerse vrouwen en van een lanterfantende echtgenoot moeten ze niets hebben. Een minderheid van de mannen heeft meer dan één vrouw. Dat gebeurt alleen als er zich uitzonderlijke situaties voordoen, zoals het overlijden van een broer. In zekere zin hebben de vrouwen het heft in handen want zij beslissen met wie hun zoons trouwen. Het heeft iets van een matriarchaat. Ze zijn de macht achter de macht. Wie had dat kunnen denken, nietwaar? Dit is niet zozeer een land van macho's als wel een land met een scheiding der geslachten.

De burka's bestonden al vóór het Talibaanregime, maken dus deel uit van de cultuur en zijn niet alleen maar een moderne vorm van onderdrukking. Ik denk ook dat het tijd wordt om eens aan de Afghaanse mannen te denken.

Zij hebben het ook zwaar te verduren. Ze werken zich het apelazerus, moeten trouw zijn, meehelpen bij de opvoeding van de kinderen, hun vrouwen beschermen tijdens de oorlog, en zien dat ze iets uit de kurkdroge grond krijgen. Ze moeten zorgen dat er dagelijks nan [plat, rond maïsbrood] op de plank komt en bovendien leven met het nieuwste stigma dat ze nietsontziende terroristen zijn.

Volgende week verschijnt van Natalia Aguirre Zimerman `Vrouwen en kinderen het laatst. Driehonderd dagen in Afghanistan', vertaling Trijne Vermunt, uitg. Cossee