Spaaklicht

`HET WAS EEN stille warme nacht en de sterren stonden helder aan de hemel toen de Shell-tanker `Kermia' in 1958 over de Indische Oceaan voer. Radio-officier F. van Eeuwen stond met zijn derde stuurman op de brug van het schip met de gebruikelijke mok koffie van de tropische nacht te genieten.'

Zo begon een ANP-bericht dat vorige week vrijwel draadloos bij de verbaasde redactie binnenland van deze krant arriveerde. `Bijna onopgemerkt werd de tanker omringd door grote lichtbundels die in de vorm van kromme spaken om het schip begonnen te draaien, net boven water. De twee officieren hebben bijna twintig minuten sprakeloos naar het verschijnsel gekeken, beurtelings vanuit het stuurhuis heen en weer lopend tussen bakboord- en stuurboordvleugel. De lichtgevende spaken die samen een cirkel vormden `waren overal te zien en verdwenen in het niets', verklaarde de radio-man 47 jaar later. Hij vaart al jaren niet meer en heeft er nooit met iemand over gesproken.'

Tot zo'n anderhalve maand geleden. Toen nam Van Eeuwen per e-mail contact op met het KNMI om te horen of dit soort wielen ook door anderen zijn gezien en of er een verklaring voor is. De vragen kwamen terecht bij maritiem meteoroloog Frits Koek en van het een kwam het ander. Inmiddels heeft het KNMI op zijn site (www.knmi.nl) flink ruimte vrijgemaakt voor `Het mysterie van de lichtende wielen', met aantrekkelijke doorklik-mogelijkheden naar originele logboek-notities.

Koek, die zelf gevaren heeft, had al eens eerder een dossier aangelegd van dit soort nautische lichtverschijnselen en kon om zo te zeggen de volle ordners uit de kast trekken. `Over de hele wereld doen schepen meteorologische waarnemingen en daarvoor zijn ze uitgerust met allerlei instructies en handboeken. De handboeken bevatten altijd een oproep om vreemde waarnemingen, zoals die lichtende wielen, te melden bij de nationale weerdienst van het land waar men vandaan komt.' Zo kon het KNMI sinds 1910 een 45-tal vergelijkbare waarnemingen verzamelen. Maar sinds 1985 zijn geen nieuwe Nederlandse meldingen meer binnengekomen. De wielen zijn zeldzaam geworden, de scheepsofficieren raakten blasé of kregen het te druk. Het Britse `The Marine Observer' publiceerde nog wèl nieuwe wiel-waarnemingen.

Alleen al het verzamelen van de onafhankelijke waarnemingen is nuttig, want de frappante overeenkomst in de berichten bewijst dat het geen hersenspinsels zijn. De KNMI-site beschrijft de lichtende wielen die in november 1978 rond middernacht vanaf de tanker `Dione' boven het water van de Perzische Golf werden gezien in dezelfde termen als Van Eeuwen de wielen van 1958. `Spaken en wielen draaiden boven water op ongeveer één meter hoogte, en daar waar een spaak overheen ging lichte de zee zeer sterk op, ongeveer even ver als de buitenste wielen.' Enzovoort.

De overeenkomst tussen de waarnemingen zit hem in het tijdstip ('s nachts), het weer (rustig), de plaats (warme, niet al te diepe zee, meestal rond de Indische Oceaan of de Zuid-Chinese Zee) en de duur van het verschijnsel: gemiddeld niet veel langer dan een kwartier. Opvallend is dat er geen meldingen bekend zijn uit de tijd van de grote zeilvaart, hoewel toen toch de zelfde zeeën werden bevaren en er net zo trouw werd wachtgelopen. Een dergelijk mystiek schijnsel had destijds toch zekere zoveel indruk gemaakt. De eerste waarneming werd pas rond 1810 vanaf een stoomschip gedaan.

Verschillen zijn er ook: het zijn niet altijd spaken en cirkels maar soms ook evenwijdige lijnen. Het kan harder en zachter draaien en zowel linksom als rechtsom. Boven het water maar ook op of onder water. In een enkel geval wordt melding gemaakt van zoiets als `opstijgende lichtbollen'. Maar in de kleur van de beschreven banden en wielen zit weer nauwelijks variatie: het is altijd zo'n beetje vaalwit of groenig.

Er zijn, zie de KNMI-site, tal van verklaringen bedacht, sommige zeer exotisch, naar de meeste convergeren rond de opvatting dat hier sprake is van een samenspel tussen motor- of schroeftrillingen en eencellige, lichtgevende algen uit de groep dinoflagellaten of coccolithophoren. Lichtgevende algen, zoals de hier voor de Hollandse kust algemene `zeevonk', reageren vaak op mechanische trillingen of op wat extra zuurstof. Het typische patroon zou dan een soort afwisseling van buiken en knopen kunnen zijn zoals men dat desgewenst ook in zo'n mok koffie kan opwekken (door tegen de zijkanten te tikken). Lichtbanden die boven het wateroppervlak worden gezien bestaan misschien uit reflecties tegen dunne mist of nevel van lichtverschijnselen in het water.

Het meest voor de hand liggende experiment dat je kan bedenken, beaamt Koek, is het stilleggen van de motor op het moment dat de wielen verschijnen. Maar daartoe wordt niet gauw besloten. Er zou al veel helderheid ontstaan als blijkt dat een kleine aanpassing van het motorvermogen het lichtpatroon verandert.

Bij nader inzien heeft ook Minnaert de lichtende wielen beschreven in deel I van `De natuurkunde van 't vrije veld'. In zuidelijke zeeën ziet men soms een stelsel ontzaglijke lichtbanden over het oppervlak wentelen als de spaken van een wiel, schreef hij. Minnaert meende dat de beweging van het schip zelf (motor of niet) voldoende was om het verschijnsel op te wekken.

Dit was vandaag de AW-rubriek als doorgeefluik voor andermans nautische nieuws. De vraag is natuurlijk of ook de geheide landrot mysterieuze wentelingen of wielen te zien kan krijgen. Welnu, dat kan. Vlak bij zee kan hij zich in een donkere nacht in de buurt van een werkende vuurtoren opstellen, zó dat hij met de rug naar de toren staat en goed zicht heeft op de beweging van de ontzaglijke banden die deze over de duinen e.d. werpt. Daar is, zeggen kenners, geen touw aan vast te knopen. Dichter bij huis kan men overdag kijken naar de wieldoppen van passerende auto's. Daarin is nogal eens een fancy spaken-structuur aangebracht. Zolang de auto rijdt zijn de spaken niet te zien, zou je zeggen, maar dat is niet zo. Om de zoveel seconden lijkt het wiel even helemaal stil te staan. Onbegrijpelijk en onbegrepen.