Schaatsers in balans naar Turijn

Voor de schaatsers is het olympische seizoen begonnen. De tijd van improviseren, innoveren en experimenteren is voorbij. ,,Zorgen dat je in balans blijft, want het komt toch zoals het komt.''

Schaatsers staan weer voor zo'n seizoen dat NK's, EK's, WK's en World Cups er minder toe doen. De Olympische Winterspelen in Turijn, daar gaat het om. De eerste piketpaaltjes werden afgelopen dagen geslagen in Harderwijk, waar sportkoepel NOC*NSF alle kandidaten voor de olympische ploeg voor een trainingskamp bij elkaar had gebracht. Daar verschenen een eerzuchtige Jochem Uytdehaage, een gedreven Carl Verheijen, een gretige Gianni Romme, een evenwichtige Gerard van Velde en een hunkerende Mark Tuitert. Hoezeer ieders aanpak verschilt, de Spelen hebben al bezit van hun systeem genomen.

,,Olympisch kampioen word je maar eens in de vier jaar'', verklaart Verheijen het belang. ,,De drie daaraan voorafgaande jaren staan eigenlijk in het teken van de Spelen. In die jaren kun je improviseren, innoveren en experimenteren om die ene dag te kunnen pieken. Op die manier bouw je de olympische vorm als het ware op. Ik kan wel zeggen dat andere toernooien belangrijk zijn, maar in een olympisch jaar is daar geen sprake van. De Spelen ontstijgen alle andere wedstrijden.''

Uytdehaage deelt die opvatting en zal onnodige risico's beslist vermijden. ,,Het gaat om twee momenten: het olympisch kwalificatietoernooi, eind december in Heerenveen, en in februari de Olympische Spelen in Turijn. Nee, ik ga niet harder trainen. Je moet in een olympisch jaar vaste patronen handhaven. Vertrouwen houden in je eigen voorbereiding en zorgen dat je op het juiste moment in vorm bent, daar gaat het om'', weet Uytdehaage.

Niet hard rijden in het voorseizoen, dat is de les die Romme vier jaar geleden leerde. ,,Ik won in aanloop naar de Spelen in Salt Lake City alles, maar greep op het olympische kwalificatietoernooi naast een startbewijs op de 5.000 meter. Dat wil ik nu voorkomen. Ik probeer met kleine wijzigingen in de training het lichaam opnieuw te prikkelen. Het accent komt in het begin te liggen op duurtraining en pas later op tempo. Eigenlijk is het gewoon een kwestie van je `ding' doen, want als wedstrijd is het olympisch toernooi niet anders dan een World-Cupwedstrijd. Er komt alleen de magie van de Spelen bij kijken. En die kan rare dingen met een mens doen, heb ik ervaren. Van belang is daarom dat je je niet gek laat maken'', aldus Romme.

Van Velde beleeft een olympisch jaar hooguit iets bewuster dan de drie daaraan voorafgaande. Voor het overige is ,,het zorgen dat je in balans blijft''. En de olympisch kampioen van Salt Lake City op de 1.000 meter hecht er aan dat alles vertrouwd blijft. ,,Of het nu de NK afstanden of een World Cup is, ik rijd ze om te winnen, ook in een olympisch jaar. Dat heb ik altijd gedaan en ik zie geen reden daarvan af te wijken. Het komt toch zoals het komt'', weet Van Velde.

Alsof die nuchterheid kenmerkend is voor oostelijke schaatsers, want Tuitert ziet, net als Van Velde, geen reden het olympische jaar anders in te delen. ,,Die Spelen zitten al lange tijd in mijn systeem, vooral omdat ik in 2002 in Salt Lake City ontbrak wegens de ziekte van Pfeiffer. Mede daarom ben ik er zeer op gefocust in Turijn goed te presteren. Maar in de voorbereiding zal ik normaal blijven doen en me vooral niet gek laten maken, dat heb ik de afgelopen jaren wel geleerd.''

Maar er zijn situaties waar aan het zelfvertrouwen wordt geknaagd, zoals Uytdehaage afgelopen seizoen heeft ondervonden. Een auto-ongeluk verstoorde zijn seizoensvoorbereiding, waarna de intensiteit van de trainingen tot problemen met zijn knieën leidde. ,,Ik heb ze aan gort getraind; een typisch geval van overbelasting. Het vervelende is dat ik er nog steeds hinder van ondervind en de doktoren niet goed weten welke behandeling noodzakelijk is. Nee, de wisselvalligheid van afgelopen seizoen baart me geen zorgen. Ik ken de oorzaak en kon Europees kampioen worden dankzij een korte, stevige piek in januari. Maar ik hoop wel mijn oude niveau te halen, want als drievoudig medaillewinnaar heb ik in Turijn veel te verdedigen. En dat wil ik dolgraag doen.''

Verheijen heeft van afgelopen seizoen geleerd, dat vlak presteren mooi is, maar niet goed genoeg zal zijn bij de Spelen een medaille te winnen. Dan moet je boven jezelf uitstijgen. ,,En ik weet dat ik dat kan. Ik vind alleen de periode van zes weken tussen het olympisch kwalificatietoernooi en de Spelen een beetje kort.''

Om niets aan het toeval over te laten heeft Romme een mentaal begeleider ingeschakeld. Op voorspraak van de ploegarts heeft hij contact gezocht met een sportpsycholoog, die eerder zijn sporen met wedstrijdroeiers heeft verdiend.

Romme: ,,Ik hoop dat eindelijk eens van mijn negatieve gedachten af te komen. Dat heb ik altijd gehad, maar in de jaren dat ik heel sterk reed, was ik zo veel beter dan mijn concurrenten dat het geen gevolgen had. Maar als ik nu vijf seconden langzamer rijd, word ik gelijk door een vijftal gepasseerd, zo gering zijn de verschillen op de lange afstanden geworden. Al maakt een mentaal begeleider maar een klein verschil, het kan groot genoeg zijn voor wel of niet winnen van een medaille.''