Op een dag kom je op school en hij is weg

`Het klinkt oubollig maar kinderen hebben rust, reinheid en regelmaat nodig. Ik vind dat ieder kind daar recht op heeft. En zeker alle 140 kinderen voor wie ik zorg draag, als zorgcoördinator op deze basisschool. Die rust en regelmaat heeft dit kind Sandzjar nooit gehad. Al zes jaar van zijn zevenjarige leven.

Toen Sandzjar twee was, is hij met zijn ouders uit Oezbekistan gevlucht. Hij heeft in drie asielzoekerscentra gewoond, de laatste was hier in Wolvega. Hier is hij drie jaar gebleven met zijn ouders en broertje. Maar wel in een caravan met telkens een ander gezin uit een ander land. Zijn ouders leven al vijf jaar onder spanning: worden we geloofd? Mogen we blijven of niet? Sinds vorige week zitten zijn ouders in het uitzettingscentrum Ter Apel. Het gaat slecht met hen. Over tien weken zijn hun juridische mogelijkheden uitgeput – onze laatste hoop is een zaak in hoger beroep om het gezin op medische gronden hier te laten blijven. Ze zijn psychiatrisch patiënt: ernstig getraumatiseerd en depressief.

Tot over tien weken woont Sandzjar bij mijn gezin, hier in Wolvega. Mijn man en dochters vinden het geweldig dat hij bij ons logeert. Hij heeft een eigen kamertje en gaat door de week naar deze school, waar hij zich prettig voelt. De IND heeft een uitzondering gemaakt, want meestal mag dat niet. Meestal moeten de kinderen ook naar Ter Apel. Het was eigenlijk de enige manier waarop we Sandzjars ouders konden overtuigen dat ze naar Ter Apel moesten; ze zijn zo panisch om het land te worden uitgezet dat ze niet durfden te gaan. Maar dat hun zoon hier is achtergebleven, werkt als garantie – dat ze voorlopig nog in Nederland blijven. Overigens staan wij er alleen achter dat ze naar Ter Apel gingen, omdat ze dan nog legaal zijn en nog rechten hebben. Als ze hier waren gebleven, waren ze vorige week meteen illegaal verklaard.

We hebben Sandzjar het afgelopen jaar op school zien opbloeien. Toen hij binnenkwam had hij een verbeten uitstraling, hij was voortdurend op zijn hoede. Hij had zich twee jaar staande moeten houden op een asielzoekersschool. Daar is het een komen en gaan van kinderen. Ben je net bevriend met iemand en dan floeps: op een dag kom je op school en dan is-ie er niet meer. Uitgeprocedeerd. Of de illegaliteit ingedoken. Of naar een ander asielzoekerscentrum overgeplaatst.

Maar dit is een rustige, kleine school met uitsluitend Nederlandse kinderen. Echte Stellingwervers, hier uit de omgeving. We hebben ook wel wat kinderen die van verder weg komen omdat hun ouders bewust voor ons kiezen, als Jenaplanschool.

Hier voelt Sandzjar zich thuis. In de loop van dit jaar hebben we hem zich zien ontspannen. Hij spreekt nu goed Nederlands en dat komt omdat kinderen hem één-op-één taalles gaven door opdrachtjes met hem te maken. Hij is ook slim. Rekenen gaat uitstekend. En hij is populair, iedereen speelt met hem. Maar hij moet weer weg, het land uit, over tien weken.

We kregen hier op school een folder van de overheid voor 4 en 5 mei. Dit is het voorwoord van premier Balkenende: `Voor alle kinderen. In 2005 vieren we dat er zestig jaar geleden een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog. Na vijf jaar bezetting was Nederland in 1945 weer een vrij land. [...] (Die oorlog) laat zien wat we in ons land nóóit meer willen: oorlog en vervolging. Mensen mogen nooit meer gediscrimineerd en vervolgd worden. Niet om hun geloof, niet om wat ze denken of zeggen en niet om hoe ze eruit zien. [...] We moeten er met elkaar voor zorgen dat iedereen kan delen in de vrijheid [...]'

Sorry, maar ik kan deze tekst gewoon niet serieus met onze leerlingen bespreken. Mijn collega's ook niet. En collega's op andere scholen in Wolvega evenmin, die óók met uitgeprocedeerde leerlingen te maken hebben. Een collega van een andere school vertelde onlangs dat de school 's ochtends werd gebeld door het COA – dat opvang van asielzoekers organiseert – omdat een leerling van hen díe dag naar Ter Apel moest. Die lerares dacht nog: `Ik koop in de pauze nog wel een afscheidscadeautje voor hem. Maar dat is niet eens meer gelukt. Om half twaalf werd er getoeterd. Het busje dat het jongetje en zijn ouders naar Ter Apel bracht, stond voor de deur.

De uitzetting van mensen die hier al vijf jaar wonen, is een klap in het gezicht van het hele dorp, niet alleen van de asielzoekers. Want wij zijn allemaal tegen. En wat leren onze kinderen hiervan? Dat de overheid niet te vertrouwen is.

Dat Sandzjar weg moet, dat kan ik – het hele team – de kinderen niet uitleggen. Echt niet. We hebben hier geen antwoord op. Ze vragen: `Juf, waaRÓm moet Sandzjar het land uit?' Ze zeggen: `Juf, hij mag bij ons wonen, we hebben plek zat.' En het is nog waar ook. Wolvega is nog zo'n positieve gemeenschap – iedereen wil de asielzoekers helpen. We zouden met een aantal ouders zó genoeg geld bij elkaar hebben om een paar jaar financieel garant te staan voor het gezin, tot de ouders hersteld zijn en werk hebben. Maar dat mag niet, we mógen hen niet helpen. De kinderen zeggen ook: `Kan de koningin ons niet helpen?' En: `Juf, waarom wil mevrouw Verdonk hem niet laten blijven? Als we mevrouw Verdonk doodmaken, dan gaat Sandzjar níet dood.' Van dat laatste schrokken we eerst wel. Maar kinderen redeneren nu eenmaal eenvoudig: zij vrezen dat hun vriendje Sandzjar doodgaat als hij het land uit moet. En dus willen ze degene uitschakelen die zij verantwoordelijk houden voor zijn uitzetting.

Sandzjars klasgenoten zijn op een leeftijd – zes, zeven jaar – dat de fantasiewereld overgaat op het onder ogen zien van de werkelijkheid. Het jeugdjournaal en andere maatschappelijke berichten maken diepe indruk op ze. Dit dus ook, het is zo dichtbij. Ouders komen weleens vertellen dat hun kind die nacht weer zo slecht heeft geslapen omdat ze bang zijn dat Sandzjar de volgende dag wordt weggevoerd. Of ze hebben nachtmerries. Dat is meestal rond beslissingsmomenten – als er weer een uitkomst wordt verwacht in de zaak van Sandzjars ouders. We willen ze dan graag geruststellen maar dat kan alleen voor het moment, niet voor de toekomst.

We hebben hier weleens meegemaakt dat de ouder van een leerling doodging. Dat vonden de kinderen ook erg, maar dat kunnen ze beter accepteren. Omdat niemand er iets aan kan doen. Aan het lot van Sandzjar kan iemand wél iets aan doen.

Sandzjar, maar vooral zijn ouders, zijn ervan overtuigd dat ze doodgaan als ze terugkeren naar Oezbekistan. Sterker: ze weigeren te gaan. De vader zegt: mij krijgen ze alleen de Oezbeekse grens over in een kist. De IND heeft toegezegd te zoeken naar opvang in een ander land in de Russiche Federatie, maar de familie heeft daar nog niets over gehoord.

Sandzjars vader is econoom en had in een boek gepleit voor de vrije markt. Dat namen de Oezbeekse autoriteiten hem kwalijk. Hij zegt te zijn gearresteerd en gemarteld in de gevangenis. Hij staat nog steeds op een lijst van `gezochte mensen'. Hij heeft littekens maar die gelden niet als bewijs, want littekens kun je overal oplopen.

Waarom hun asielverzoek is afgewezen? Ik weet het niet, ik begrijp er niets van. Ik weet alleen dat je zélf moet bewijzen dat je werd vervolgd. En dat is moeilijk. Zijn ouders moesten documenten tevoorschijn toveren uit hun land die als bewijs zouden gelden. Maar hoe kom je aan belastende documenten uit een land dat je bent ontvlucht?

Sandzjar moet het land uit omdat de ambtenaren niet geloven dat zijn ouders werden vervolgd. Maar denk je dat iemand het vijf jaar lang volhoudt – in steeds andere caravans met steeds andere gezinnen op een kluitje – als hij `gewoon een gokje waagde in Nederland?' Stel je voor dat je alleen al je vakantie in één caravan met een ander gezin moet doorbrengen. Dán worden wij al gek. Deze mensen hadden een huis in Oezbekistan, familie, vrienden, ze wilden helemaal niet weg! Ze willen nu ook terug. Mits ze daar veilig zijn en dat zijn ze niet.

Overigens: zelfs al hadden ze het hele vluchtverhaal verzonnen, dan nóg zou ik het inhumaan vinden ze na vijf jaar ellende dit land uit te zetten. Ze zijn alleen al door de asielprocedure getraumatiseerd. Altijd maar wachten op een antwoord. Je staat vijf jaar onder druk. Je bent vijf jaar onvrij. Ze mochten niet werken terwijl dit echt harde werkers zijn. De vader van Sandzjar heeft hier het afgelopen jaar het hele schoolterrein gespit en opgeknapt. Om maar iets te doen te hebben. Hij slaapt zo slecht dat hij zei: `Geef me iets zwaars te doen. Dan val ik tenminste van pure fysieke vermoeidheid in slaap.'

Het gaat beter met Sandzjar maar hij heeft nog steeds sociaal-emotionele problemen. Hij klapt snel dicht, wil niet over zijn ouders praten of over de terugkeer naar Oezbekistan. Hij slaapt onrustig, heeft nachtmerries, wordt 's nachts vaak wakker. Dan is hij geëmotioneerd en spreekt hij alleen Oezbeeks.

De leerkrachten op deze school zijn erg betrokken. De een koopt een broek voor Sandzjar, de ander rijdt met hem op en neer naar zijn ouders in Ter Apel. Onze inspanningen voor Sandzjar gaan misschien onze professionaliteit te boven. Maar ook weer niet. Wij zijn het onderwijs ingegaan om kinderen te helpen. En ze te laten leren en waarden en normen bij te brengen.

Ook andere ouders spannen zich in. We hebben een paar weken geleden met alle scholen, leerlingen en ouders een optocht naar het gemeentehuis gehouden, tegen het uitzettingsbeleid. We móesten iets ondernemen, het zit ons zo hoog. De burgemeester heeft ons ontvangen en ook hij leeft met ons mee. Hij heeft een speciale brief voor Sandzjars familie aan mevrouw Verdonk geschreven. Ik weet niet of het nog iets oplevert.

Wat doen we over tien weken als het zwaard valt? We hebben gezegd dat we ons aan hun lichamen vastketenen. Maar als vijf zware marechaussees dat verhinderen, lukt dat natuurlijk niet. We kunnen ze in elk geval niet zomaar het land laten verlaten. Daarvoor hebben we te veel meegemaakt. Daarvoor is deze hele school te betrokken.

Zij moeten dan kiezen of ze de illegaliteit induiken of dit land weer ontvluchten. We zoeken nu naar wegen om hen alsnog asiel te laten krijgen in een ander land. Want ze gaan niet terug naar Oezbekistan. Als ze hier bij ons zouden logeren in Wolvega – waar ze zeer welkom zijn – zijn ze makkelijk op te sporen, dus dat kan niet.'

Wilt u reageren? Mail uw reactie naar zbrieven@nrc.nl of schrijf het Zaterdags Bijvoegsel, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam