`Ons model werkt uitstekend'

Crispin Davis bracht Reed Elsevier na enkele crisisjaren in rustiger vaarwater. Maar de comfortabele positie van de wetenschappelijke uitgaven, de best presterende divisie, staat onder druk.

Bestuursvoorzitter Crispin Davis van Reed Elsevier komt uit een succesvol gezin. Zijn oudere broer is vennoot bij advocatenkantoor Freshfields Bruckhaus Deringer en zijn twee jongere tweelingbroers zijn respectievelijk rechter en bestuursvoorzitter van adviesbureau McKinsey. Davis mag dan de best betaalde bestuurder van Nederland zijn (vorig jaar iets meer dan 7 miljoen euro), maar wie van de vier broers verdient eigenlijk het meest? ,,Ik heb geen idee'', zegt Davis op het Amsterdamse kantoor van Reed Elsevier. ,,In elk geval niet de rechter.''

Bij zijn aantreden in 1999 was er veel kritiek op de ruimhartige beloning voor de 56-jarige Brit, die werd binnengehaald om na een bestuurscrisis en een periode van matige resultaten orde op zaken te stellen bij het Brits-Nederlandse uitgeefconcern, één van de grootste uitgevers ter wereld van juridische informatie, wetenschappelijke tijdschriften, vakbladen en schoolboeken. Maar die kritiek lijkt inmiddels verstomd.

Davis ging voortvarend te werk. Hij verving een groot deel van het management, maakte van twee culturen (Reed en Elsevier) één bedrijf en investeerde ruim een miljard euro in het elektronisch beschikbaar maken van de uitgaven van het concern. Nu, ruim vijf jaar later, is Reed Elsevier in rustiger vaarwater beland. De resultaten laten een opgaande lijn zien en alle vier divisies groeien harder dan de markt waarin ze actief zijn. Het aandeel van elektronische uitgaven in de ruim 7 miljard euro omzet steeg van 5 tot 35 procent. ,,Binnen drie tot vier jaar is dat meer dan 50 procent'', aldus Davis. ,,We zijn nu definitief een digitaal bedrijf geworden.'' Enige minpunt is de beurskoers: die wil maar niet omhoog.

De verschuiving naar elektronische producten is volgens Davis de belangrijke stap die Reed Elsevier heeft gezet. ,,We hadden al superieure producten, maar door die elektronisch aan te bieden, zijn ze nu voor onze klanten veel waardevoller. We hebben wetenschappers, juristen en andere professionele gebruikers productiever gemaakt. Nog maar drie jaar geleden waren advocaten heel veel tijd kwijt met het doorzoeken van papierwerk. Nu zijn bijvoorbeeld in de Enron-zaak met onze software 3,5 miljoen e-mails in een paar uur doorzocht.''

Wetenschappers hebben via Science Direct van Elsevier toegang tot 6 kilometer wetenschappelijk onderzoek. Het aantal opgevraagde artikelen in Science Direct steeg vorig jaar met 41 procent, een teken dat de elektronische databank de papieren wetenschappelijke tijdschriften snel aan het vervangen is.

Elsevier is de grootste uitgever van wetenschappelijke informatie ter wereld en doordat de veelal gezaghebbende tijdschriften die het concern uitgeeft voor universiteiten en onderzoeksinstituten onmisbaar zijn, kan Elsevier jaar in jaar uit de abonnementsprijzen verhogen. Mede daardoor is de wetenschappelijke divisie het bestlopende onderdeel van het concern, met een comfortabele winstmarge van 34 procent.

De vraag is alleen: hoe lang nog? Want universiteitsbibliotheken zien hun budgetten al jarenlang niet of slechts marginaal stijgen en de wetenschappelijke wereld mort over de monopoliepositie van de uitgevers. Waarom zouden universiteiten veel geld moeten betalen voor toegang tot onderzoek dat ze zelf gefinancierd hebben en artikelen die hun wetenschappers zelf geschreven hebben, redeneren ze. Financiers eisen daarom steeds vaker dat onderzoeksresultaten vrij toegankelijk moeten zijn en wetenschappers gaan actief op zoek naar alternatieve publicatiemedia, zoals tijdschriften die artikelen gratis op internet publiceren.

Davis is daar niet van onder de indruk. ,,De discussie gaat niet over de toegankelijkheid van wetenschappelijke informatie, want die is zeker sinds de introductie van Science Direct groter dan ooit. Het gaat om de prijs. Wij hebben onderkend dat jaarlijkse prijsverhogingen van 10 procent en meer onredelijk zijn. Daar zijn we mee gestopt, we zitten nu op zo'n 5 procent. Dat is gerechtvaardigd, want er zitten meer artikelen in Science Direct, onze klanten maken er vaker gebruik van en we investeren tussen de 50 en 75 miljoen euro per jaar in verbetering van de technische functionaliteiten, zoals de doorzoekbaarheid.''

De niet-beursgenoteerde Duitse concurrent Springer, waar twee jaar geleden de wetenschappelijke divisie van Wolters Kluwer in opging en die geleid wordt door oud-Elsevierbestuurder Derk Haank, experimenteert sinds vorig jaar met het in de wetenschappelijke wereld veel gepropageerde `open access'-model. Auteurs die willen dat hun werk voor iedereen gratis toegankelijk is, kunnen er bij Springer voor kiezen voorafgaand aan de publicatie 3.000 dollar te betalen, waarna Springer geen geld meer vraagt voor toegang tot het artikel. Ook zijn er inmiddels enkele kleine wetenschappelijke uitgeverijen die volledig op basis van dit model werken.

Davis ziet er niets in. ,,Wat doe je met artikelen die je weigert? Wel die cheque van 3.000 dollar innen, maar het artikel vervolgens niet publiceren? Wij weigeren gemiddeld 50 procent van alle artikelen, dus je krijgt dan al vlug een belangenconflict.'' Hij ziet het model ook niet als een rechtstreekse bedreiging. ,,Het marktaandeel van de vrij toegankelijke tijdschriften is minder dan 1 procent, terwijl een aantal al zes of zeven jaar bestaat. Vorig jaar is hun marktaandeel zelfs licht gedaald.''

Ook Google Scholar, het onderdeel van zoekmachine Google dat overal op internet wetenschappelijke artikelen opspoort en die vrij doorzoekbaar maakt, is geen bedreiging voor de positie van Elsevier, zegt Davis. ,,Wetenschappers willen in één keer toegang tot alle beschikbare artikelen, en dat biedt Google bij lange na niet. Verder weet je bij Google niet welke versie van een artikel je krijgt. Een wetenschapper heeft alleen iets aan de definitieve versie zoals die in een wetenschappelijk tijdschrift heeft gestaan.''

Dan is er nog de principiële discussie over de vrije toegankelijkheid van wetenschappelijke informatie. Davis wuift dat argument weg. ,,Heeft u wel eens zo'n wetenschappelijk tijdschrift bekeken? Die artikelen zijn van een zeer hoog specialistisch niveau. Die kun je wel vrij beschikbaar stellen aan het publiek, maar het publiek begrijpt er niets van.''

Elsevier gaat daarom niet zoals Springer experimenteren met het open access model. ,,Waarom zouden we een model dat al 150 jaar uitstekend functioneert inruilen voor een nieuw model dat tot nu toe in het geheel niet heeft bewezen dat het beter werkt dan het bestaande model?'' Davis weet dan ook één ding zeker: over vijf jaar is zijn wetenschappelijke divisie nog minstens even groot als nu. ,,Maar het liefst groter.''