Oncoöperatief

Een studente geneeskunde doet onder pseudoniem verslag van haar stage in het ziekenhuis. Vandaag over een `oncoöperatief' patiëntje.

,,Hier is het!'' Uitnodigend houdt Wouter, mijn mede-co, de deur naar buiten open. Eindelijk hebben we, in deze uithoek van het ziekenhuis, een minuscuul balkonnetje gevonden. We hebben vanochtend, samenzwerend als twee schoolkinderen, besloten te spijbelen. Net als ik wil gaan zitten, gaat mijn pieper. Betrapt spring ik op en ren naar binnen, op zoek naar een telefoon. ,,Aankondiging via de huisarts: een achtjarig meisje met een beklemde liesbreuk. Wil je meekijken of ben je druk?'' Machteld, de eerstehulparts, lijkt geen moment te twijfelen aan mijn inzet. Schuldbewust trek ik een sprintje naar beneden.

In de behandelkamer zit het meisje voorovergebogen, haar blonde haar hangt in slierten langs het bleke gezichtje. Haar moeder strijkt het achter haar oren, steeds opnieuw. Als het meisje opkijkt, staan haar ogen lodderig. Maar dan knippert ze, knijpt haar ogen iets toe en kijkt ons aan met een onderzoekende, haast wantrouwende blik: ,,Ik ben Anouk. Zijn jullie dokters? En kunnen jullie die bult in mijn buik weghalen?''

Als Machteld bevestigend knikt, schudt Anouk geërgerd haar moeders hand van zich af en begint te vertellen. Al een aantal maanden zit er een raar bultje in haar lies. Tot nu toe had ze er geen last van en kon ze hem ook weer naar binnen duwen. Maar sinds gisteravond doet hij pijn en is niet meer weg te drukken.

Machteld legt uit dat ze `het bultje' voorzichtig zal onderzoeken en Anouk gaat op de onderzoekstafel liggen. Machteld laat haar met de stethoscoop haar eigen buik beluisteren en tast ondertussen voorzichtig de zwelling in haar lies af. Deze staat gespannen en is erg gevoelig. ,,Ik denk dat de huisarts gelijk heeft. We overleggen even met de chirurg'', zegt Machteld uiteindelijk tegen moeder en we verlaten de kamer.

,,Beklemde liesbreuk?'' Dr. Wagener grijnst. ,,Die reponeer ik wel even.'' Met grote passen baant hij richting de kamer. Wij volgen. Hij geeft moeder een hand en Anouk een klopje op de schouder. ,,Zo meisje, ik hoor dat jij heel dapper bent. Nou moet ik heel even in je buik voelen, hééél voorzichtig.''

Anouk schrikt bij de aanblik van deze grote, grijze man in witte jas. Maar als Machteld haar geruststellend toeknikt, zakt ze toch achterover. Wagener haalt zijn handen over haar buik, en voor ik het weet, drukt hij zijn rechterhand met volle kracht op de liesbreuk. Anouk schreeuwt, trekt haar benen op en klemt ze vast met haar handen. Als een rolletje ligt ze nu op haar zij, haast geluidloos te huilen.

,,Nou, nou'', mompelt Wagener, ,,dat was even gemeen, hè. Maar, draai eens terug, ik moet nog even naar je buik kijken. Héél even. Ik doe echt voorzichtig.'' Hij klopt zacht tegen haar arm, maar Anouk blijft verstijft in haar garnalenhouding liggen. Haar moeder strijkt weer door haar haar. ,,Anouk, toe, laat de dokter nog even kijken.'' Het blonde hoofdje schudt vastbesloten. Wagener haalt zijn schouders op en concludeert: ,,We laten wel een echo maken.''

Eenmaal terug op de gang schudt hij geërgerd zijn hoofd: ,,Zal wel een liesbreuk zijn, maar dat kind is níet te onderzoeken. Jammer dat dit soort oncoöperatief gedrag ons weer een echo kost.''

Machteld zwijgt en hij beent weg. `Wat nou oncoöperatief?' wil ik hem naschreeuwen, `ik geef haar groot gelijk!' Maar ook ik zwijg. Volgende week moet Wagener immers mijn stagebeoordeling invullen. ,,Hij had vast zijn redenen, of gewoon een rotdag'', mompel ik lafhartig voor me uit.