Minder werken, meer geld

Minder werken levert niet altijd minder inkomen op. Integendeel: zo'n 330.000 huishoudens zouden er financieel op vooruitgaan als de ene partner minder en de ander iets meer gaat werken. Het Nibud ontwikkelde met het ministerie van Sociale Zaken een test om te onderzoeken wie er financieel baat heeft bij een andere taakverdeling.

Het is een fabeltje, zeggen financiële experts. En wel een heel hardnekkig fabeltje: vraag de man in een gezin met anderhalf inkomen waarom hij niet wat minder gaat werken en zijn vrouw iets meer en hij zal zeggen dat dat financieel niet verantwoord is. Immers, hij verdient het meest en het gezin kan zich geen terugval in inkomen permitteren, hoe graag - ja, echt hoor! - hij ook een dagje thuis zou blijven om voor de kinderen te zorgen. En zijn vrouw kan wel meer gaan werken, maar ja, haar inkomen ligt nu eenmaal een stuk lager dan het zijne. En ja, de hypotheek, hè? En de auto, en je wilt toch ook leuk op vakantie? Zou toch lastiger worden als hij minder zou gaan werken...

Bekende woorden die in nogal wat gevallen niet waar zijn, volgens het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD): ruim 330.000 huishoudens waarvan beide partners werken, kunnen er financieel op vooruitgaan als ze een andere werkverdeling zouden hebben. Dat wil zeggen: als beide partners parttime gaan werken in plaats van samen anderhalve baan te bekleden. Minder werken, meer verdienen dus.

Om te berekenen wie winst behaalt als de taken anders worden verdeeld, heeft het Nibud, in samenwerking met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, een test opgesteld: De Werkverdeler (www.nibud.nl, zie kopje test & spel). Daaruit blijkt dat bij 70 procent van de anderhalfverdiendende huishoudens het netto-inkomen omhoog gaat als de man een dag minder zou gaan werken en de vrouw een dag meer. Zelfs als de man een hoger uurloon heeft dan zijn vrouw, wat bij 720.000 huishoudens zo is, heeft 30 procent baat bij een andere werkverdeling, onder meer doordat er minder betaalde kinderopvang geregeld hoeft te worden. ,,Kwantitatieve doelen hebben we niet voor ogen, in de zin dat we willen dat over zoveel jaar zoveel procent van de mannen minder werkt'', volgens Marjan Jellema, projectleider van de campagne `Wie doet wat?' van het ministerie. ,,We willen alleen bereiken dat partners zich bewust worden van het feit dat ze er niet automatisch op achteruit gaan als de meest verdienende partner minder gaat werken.

Slechts zelden zal het de vrouw zijn die moet overwegen of minder werken gunstig uitpakt voor het gezinsinkomen: van alle werkende vrouwen werkt 66 procent in deeltijd, tegenover 12 procent van de werkende mannen. In slechts 6 procent van de gezinnen werken beide partners parttime. In zo'n 130.000 huishouden verdienen beide partners ongeveer even veel.

Het zijn met name de middeninkomens (ongeveer 2.500 euro bruto per maand) die kunnen profiteren van een andere taakverdeling, volgens het Nibud. Deze gezinnen hebben te maken met twee factoren die van invloed zijn op het totale inkomen: de ziekenfondsgrens en een tariefgrens in het belastingstelsel. ,,Als de partner die het meest verdient minder gaat werken en zo onder de jaargrens van 30.000 euro bruto voor het ziekenfonds terechtkomt, kan dat honderden euro's per jaar schelen'', legt Nibud-onderzoeker Marcel Warnaar uit. ,,Want als een van de ouders particulier verzekerd is, zijn de kinderen dat ook. En dat is veel duurder dan in het ziekenfonds.'' Cruciaal in dit verhaal is wel dat de andere partner meer gaat werken om de gederfde inkomsten te compenseren en daarbij niet boven de ziekenfondsgrens uitkomt.

Ook met de belastingtariefgrenzen kan gespeeld worden. Wie niet veel meer dan 30.357 euro belastbaar inkomen verdient, gaat er al gauw op vooruit als hij iets minder gaat werken en in een lagere belastingschaal terechtkomt. ,,Dit voordeel is niet alleen haalbaar voor middeninkomens, maar ook voor hogere inkomens'', volgens Warnaar. ,,Bij de grens van 51.762 euro geldt hetzelfde.''

Het verhaal dat we willen ontzenuwen'', aldus woordvoerder Gabriëlla Bettonville van het Nibud, ,,is dat je minder gaat verdienen als je minder gaat werken.'' De grootste winst is te behalen, volgens Bettonville, als iemand die niet werkt weer aan de slag gaat. ,,Dat levert bij de belastingaangifte zowel arbeidskorting op als combinatiekorting (je betaalt minder belasting als je werk en zorg combineert - red.).'' Dat betekent per jaar al gauw 600 euro voor de minst verdienende partner. De besparingen kunnen oplopen tot enele duizenden euro's per jaar, aldus het Nibud (zie kader).

Specifieke CAO-afspraken, pensioenregelingen en persoonlijke zaken zoals de hypotheekrenteafrek, de huursubsidie en de lease-auto zijn niet meegenomen in De Werkverdeler. De uitkomst van de test geeft slechts een indicatie, volgens het Nibud. ,,Je kunt je voorstellen dat mensen met een huurhuis bij een andere verdeling van werk en inkomen niet boven de grens van 25.000 euro verzamelinkomen willen komen, omdat ze hun huursubsidie anders verliezen.'' En voor huiseigenaren geldt dat de hypotheekrenteaftrek een rol speelt: die wordt eerst van het inkomen afgetrokken om te bepalen in welk belastingtarief je valt.

,,Als uit De Werkverdeler blijkt dat het gezinsinkomen stijgt als beide partners parttime gaan werken, dan moet je dus nog wel even een avondje puzzelen om álle factoren op een rijtje te zetten en uit terekenen hoe die op elkaar inwerken, waarschuwt Warnaar. ,,Daarbij komen vragen aan de orde als: houd ik mijn lease-auto of treinabonnement als ik minder ga werken? Vergoed je werkgever nog wel de kosten van de kinderopvang? Wat betekent het voor het pensioen als de minst verdienende partner meer gaat werken? Daarbij kan het handig zijn om personeelszaken te vragen om mee te rekenen.''

Zal groeiende bewustwording van het feit dat minder werken in bepaalde gevallen meer inkomen oplevert ook daadwerkelijk leiden tot een evenwichtiger verdeling van zorg en werk tussen partners? ,,Ik geloof dat geld wel een overtuigende factor is voor veel mensen'', aldus Kea Tijdens, onderzoekscoördinator aan het Amsterdams Instituut voor Arbeidsstudies (AIAS) van de Universiteit van Amsterdam en hoogleraar Arbeid, Organisatie en Emancipatie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. ,,Maar ook toekomstverwachtingen spelen mee bij de beslissing om minder te gaan werken. Kun je met drie of vier dagen nog hetzelfde bereiken in je carrière als met vijf dagen?''

Toch is Tijdens redelijk optimistisch. ,,Nu kom je een evenwichtige taakverdeling vooral tegen bij hoogopgeleide stellen met kinderen in de lagere-schoolleeftijd. Twintig jaar geleden bestond dat patroon nog helemaal niet.'' Maar of dit patroon ook de middelbaar opgeleiden zal bereiken, betwijfelt Tijdens. ,,Dat zal mede afhangen van de prijs van de kinderopvang.''