Leidse sneltram rijdt de fietser de stad uit

Over vijf jaar moet een tram door de nauwe Leidse binnenstad gaan rijden. Leuk om mensen de auto uit te lokken. Maar het kan ook het fietsen ontmoedigen.

Er zijn Leidenaren die spreken van een ,,Betuwelijn in het klein'' als het gaat over de RijnGouweLijn. Zoals Emile de Heer, bestuurslid van de Stichting Openbaar Vervoer Op Maat, die de komst van een sneltram door de binnenstad poogt tegen te houden. ,,Net als bij de Betuwelijn is er geen weg terug.''

De RijnGouweLijn is een lightrailtrein die vanaf 2010 tussen Gouda en Leiden gaat rijden, over een bestaand traject, om enkele jaren later ook Leiden met de kust bij Katwijk te verbinden. De kosten van het totale, vijftig kilometer lange tracé bedragen zo'n 400 miljoen euro. Daarvan is 246 miljoen euro geraamd voor het oostelijke tracé, van Gouda tot en met Leiden, te betalen door het rijk en de provincie Zuid-Holland. De maatschappelijke baten van de lijn worden voor de regio tussen Gouda en Leiden geschat op een kleine 200 miljoen euro in 30 jaar.

De overeenkomsten tussen de `overbodige' Betuwelijn en de Zuid-Hollandse sneltram zijn frappant, meent De Heer. Ambitieuze politici willen scoren met iets nieuws, ze zoeken daarvoor bestuurlijk draagvlak en zo ontstaat een ,,politieke fuik''. Kritiek wordt afgedaan met zinnen als `in dat stadium zijn we nu nog niet' of `het gaat alleen nog maar om een ruw plan' en `bij de uitwerking nemen we dit punt zeker mee', zo schrijft De Heer in een onlangs gemaakte analyse.

De afgelopen weken heeft de projectorganisatie gedetailleerde plannen gepresenteerd voor het tracé van de sneltram door de binnenstad. Dat is veel Leidenaren niet meegevallen. ,,Het enthousiasme en draagvlak voor dit tracé brokkelt gestaag af. Uit de ontwerpbijeenkomsten blijkt dat er steeds ingewikkelder kunstgrepen nodig zijn om de knelpunten te verhelpen'', schreef gemeenteraadslid Filip van As aan de Leidse gemeenteraad en Provinciale Staten van Zuid-Holland. De gemeenteraad van Leiden stemde al in oktober 2002 in met de komst van de snelle tram. Van As (ChristenUnie) was destijds het enige raadslid dat tegenstemde.

De gemeenteraad nam toen wel een motie aan waarin staat dat de komst van de sneltram door de smalle Leidse straten niet zou mogen leiden tot een ,,verslechtering van de veiligheid''. Dat laatste blijkt nu toch wel degelijk het geval, zo stelt een brede coalitie van actiegroepen, wijkverenigingen, Milieudefensie, Fietsersbond, Rover en 3VO, en om die reden moet de raad z'n besluit ,,in heroverweging'' nemen. ,,De inmiddels uitgewerkte varianten van dit tracé laten thans zien, dat de RijnGouweLijn op geen enkele wijze verantwoord door het historische stadscentrum van Leiden kan worden aangelegd'', zo schrijven ze vandaag in een brief aan de gemeenteraad.

Het belangrijkste bezwaar is een punt dat vier jaar geleden, bij de eerste informatieavonden, al als een ,,knelpunt'' werd beschouwd: de positie van de fietser in de Leidse binnenstad. Zestig procent van de Leidenaren maakt vrijwel dagelijks gebruik van de fiets, maar zal in de Korevaarstraat, de Breestraat en de Steenstraat ernstig worden gehinderd door de RijnGouweLijn. Er zullen zich ,,levensgevaarlijke'' situaties voordoen, voorspelt Elsbeth Klink van de Leidse Fietsersbond. ,,Wat doe je straks als je in de Breestraat tussen de rails van de tram rijdt en je hoort de tram achter je naderen?'' Opzij gaan lukt niet, zegt Klink. ,,Want daar is alleen maar een stoep.''

De projectorganisatie roemt de voordelen van de RijnGouweLijn. ,,Lightrail combineert de voordelen van trein en tram. Het kan diep doordringen en stapvoets rijden in de binnensteden, en tevens snel rijden buiten de stad.'' De economie zal er door groeien. Het gebruik van het openbaar vervoer zal in deze regio met 12 procent toenemen. De sneltram is een goed alternatief voor de auto, ,,vooral voor ritten naar de binnenstad''.

De nadelen zijn echter groter dan de voordelen, zeggen de tegenstanders. Zodra de tram door de Leidse binnenstad rijdt, zullen mensen uit angst de fiets laten staan. Uit de tekeningen blijkt dat er geen plaats is om de tram een vrijliggende rijbaan te verschaffen. Welnu, zegt Elsbeth Klink van de Fietsersbond, je moet een 2,65 meter brede en in de spits 75 meter lange tram nóóit mengen met andere verkeersstromen, en vooral niet met voetgangers en fietsers, zich daarbij beroepend op een rapport van de Raad voor Transportveiligheid. ,,Dat is vragen om ongelukken.''

Ook zullen de meeste passagiers eerst uit een bus moeten overstappen op de tram. Bovendien, zo stelt reizigersorganisatie Rover, wijken de railtechniek en het materieel af van andere ontwerpen voor lightrail, zoals Randstad Rail. Dit maakt de lijn tot een eiland in het openbaar vervoer.

Zo wordt het hoge fietsgebruik in Leiden ,,verkwanseld door een prestigeproject'', aldus Elsbeth Klink van de Fietsersbond. De actievoerders zijn allerminst tegen de aanleg van de RijnGouweLijn, maar dan moet de trein om de binnenstad heen worden aangelegd. Raadslid Filip van As heeft nu een alternatief plan bedacht, waarbij de tram over het bestaande spoor buitenom naar station Leiden Centraal gaat rijden. Dat spaart veel geld uit, en maakt ook een ,,lang gekoesterde wens'' mogelijk, namelijk de aanleg van een dubbel spoor tussen Leiden en Utrecht.

Wat vindt de projectorganisatie RijnGouweLijn van zo'n aanleg buitenom? Niet zo'n goed idee. ,,De reiziger zal moeten overstappen en dit lokt hem niet uit de auto. De lijn buitenom maakt aanvullend vervoer tot in de binnenstad noodzakelijk. Bovendien spelen comfort, gemak en imago van het type vervoer een grote rol in de keuze van de reiziger. Een railverbinding zonder overstap heeft bij vergelijkbare projecten geleid tot een flinke toename van het gebruik van openbaar vervoer. Automobilisten blijken ook bereid te zijn de auto aan de rand van de stad te laten staan.''