Kloof tussen koningin en `gewone mensen' valt mee 1

Onder de titel `Het opperhoofd in de grote wigwam', met als ondertitel de stelling dat de koningin `nooit een gewoon mens kan zijn', bespreken de auteurs Hermans en Hooghiemstra de vraag of de koningin ,,echte vrienden heeft'' (Opinie & Debat, 30 april). Tussen de koningin en `de gewone mensen' zou een kloof gapen, die de koningin door haar bijzondere positie niet kan overbruggen. Dit lijkt mij een onaannemelijk uitgangspunt.

De in het artikel aangevoerde argumenten zijn telkens van dezelfde aard: de koningin is door haar positie nu eenmaal anders dan de anderen en kan zich `dus' niet inleven in andermans gevoelens of omstandigheden. Ook al doet de koningin gewoon boodschappen in Toscane, aldus het artikel, het is toch de koningin die gewoon boodschappen doet en die gewoonheid is bijzonder. Eerder in het artikel wordt van de algemeen bekende behoefte van de koningin aan `inhoud' gezegd dat deze gedoemd is een zoektocht te blijven, want ,,verheven boven de praktijk blijft haar kennis altijd theorie''.

Hoezo boven de praktijk verheven? Als het bijvoorbeeld om de praktijk van de kabinetsformatie of de vertegenwoordiging van ons land in het buitenland gaat, zal de kennis en ervaring van de koningin juist uitermate praktisch en niet alleen maar theoretisch zijn. En wat het winkelen in Toscane betreft: ik vermoed dat de koningin, al is het maar door haar kennis van de taal, het in praktisch opzicht van de gemiddelde Nederlandse winkelende toerist wint. Kortom, de door de schrijfsters ten tonele gevoerde kloof lijkt mij helemaal niet onoverbrugbaar en ik meen dat de koningin dat ook in de praktijk laat zien.

Ten slotte: ik begrijp niet waarom de redactie het artikel vergezeld liet gaan van een getekende afbeelding van de koningin, die zacht gezegd erg weinig flatteus is.