Justitie hoort slachtoffers gifgas Iran

Een team van het openbaar ministerie heeft de afgelopen tien dagen in Iran tientallen slachtoffers van gifgasaanvallen gesproken in de voorbereiding van de rechtszaak tegen de vermeende Nederlandse gifgas-handelaar Frans van A.

De gesprekken van medewerkers van het landelijk parket, onder leiding van officier van justitie Fred Teeven, moeten het fundament gaan vormen in de rechtszaak tegen Van A. De 62-jarige Van A. wordt verdacht van het leveren van grondstoffen voor gifgas aan de Iraakse ex-president Saddam Hussein. De Iraakse gifgasaanvallen in Iran vonden plaats tijdens de Iran-Irak oorlog (1980-1988). Van A. werd op zes december vorige jaar opgepakt in een woning in Amsterdam.

Teeven en zijn team werden in het Iraans-Koerdische grensdorpje Sardasht door meer dan tweeduizend mensen begroet. Sardasht werd op 28 juni 1987 bestookt met mosterdgas. Er vielen direct tientallen doden en meer dan honderd burgers stierven later aan de gevolgen van de aanval.

Van A. wordt ervan verdacht thiodiglycol te hebben geleverd, het hoofdbestanddelen voor mosterdgas. Omdat export van deze en andere chemicaliën pas in 1985 werd verboden in Nederland, concentreert het openbaar ministerie (OM) zich op gifgas-aanvallen na die datum. Er wordt met burger- en militaire slachtoffers gepraat omdat het OM in beide gevallen uitgaat van een oorlogsmisdaad.

Dr. Shahriar Khateri, voorzitter van het comité voor steun aan slachtoffers van chemische wapens in Iran, hoopt dat als Van A. wordt veroordeeld, de gifaanvallen op Iran worden toegevoegd aan de aanklacht tegen Saddam Hussein. Op dit moment wordt de voormalige Iraakse leider beschuldigd van een gifgas-aanval op het Iraaks-Koeridsche dorpje Helabja, maar niet op de aanvallen tegen Iraanse burgers en soldaten.

Ondanks het feit dat er geen rechtshulp verdrag tussen Iran en Nederland bestaat, zijn Teeven en zijn team uitgenodigd door de Iraanse overheid. Het is de eerste keer dat een Europees land een van zijn eigen landgenoten aangeklaagd wegens de verkoop van gifgas-ingredienten. De verdediging van Van A. heeft geklaagd dat ze niet over gelijke middelen beschikken om hun cliënt te verdedigen. Er komt daarom waarschijnlijk nog een reis waarbij de verdediging ook mee kan.

In Iran zijn ongeveer 6000 slachtoffers gevallen door de Iraakse gasaanvallen tijdens de oorlog. Meer dan 100.000 mensen hebben nog steeds ernstige gezondheidsproblemen, zoals afwijkingen aan het zenuwstel, huidproblemen en zware oogklachten. Vrijwel wekelijks overlijden er nog mensen na een lang en pijnlijk ziekbed.