HET STOKJE VAN DE MAJORETTES

Ze noemen zich twirlsters of majorettes, maar het precieze verschil kan niemand uitleggen.

Eén ding hebben ze allemaal gemeen: de liefde voor de baton. 'De adrenaline die door je heen raast, als je die stok in je handen houdt...'

De grappenmakers die zich op de dijen kletsen als het om dansmariekes of majorettes gaat, die zouden op een doordeweekse ochtend eens naar de sporthal in Etten-Leur moeten komen. Daar traint, in een verder verlaten hal, Ilona Hoogendoorn (24). Het lachen zou hun vergaan. Je zou kunnen zeggen dat Ilona Hoogendoorn - zwarte strakke broek, zwart strak hemd, het haar in een knot - op de gezwollen symfoniemuziek, de stok alle hoeken van haar lichaam laat zien; als hij uit de nok valt, zwiert ze hem onder haar benen door, laat ze hem draaien tussen haar vingers, duwt ze hem weg voor haar gezicht, stoot ze hem van zich af met haar elleboog, laat ze hem rollen in haar nek om hem uiteindelijk vast te knellen onder haar oksel.

Dit is eerder Dirty Dancing dan carnaval. 'Dit stokje', zal Ilona Hoogendoorn na de training zeggen, terwijl ze haar baton gooit en vangt, 'dit stokje is mijn leven.' Ze werkt op een reisbureau, maar parttime, zodat ze de rest van de week kan twirlen. 'We hebben er echt alles voor over.' We? 'Ik en mijn stok.'

'Twirlen wordt altijd heel erg ondergewaardeerd', zegt Ilona Hoogendoorn. 'Niemand weet wat twirlen is. De mensen denken dat je op straat voor de drumband uitloopt. Maar twirlen is topsport - ook al is het niet erkend door het noc*nsf. Dat is heel zonde. Ik denk niet dat ik in mijn carrière zal meemaken dat twirlen een onderdeel van de Olympische Spelen zal zijn. Maar waarom ritmische gymnastiek wel? Twirlen lijkt op ritmische gymnastiek. Alleen is twirlen meer gericht op dans. Bovendien: met een baton kun je veel meer doen dan met een hoepel of een bal.'

In Japan, zegt Ilona Hoogendoorn, daar hebben ze het begrepen. Daar behandelen ze twirlsters als heldinnnen. Vorig jaar was ze daar voor de wk Twirlen. 'Daar komt iedereen vragen om een handtekening.

Iedereen wil met je op de foto. Zo zou het moeten, denk ik dan. Je voelt je gewaardeerd als sporter. Je bent het helemaal. Zevenduizend man op de tribune. Ze klappen hun handen stuk als je bezig bent - grote schermen aan de zijkant van de zaal. Ze gapen je aan alsof je de wereldkampioen zelf bent. Zo voel je je ook. Het publiek denkt dat als je je hebt weten te plaatsen voor het wk, dat je dan wel een held moet zijn. Maar ze weten niet dat in één provincie van Japan meer talent bij elkaar zit dan alle toppers van Nederland samen.'

Het volgende moment sta je weer thuis in Etten-Leur een wedstrijd te spelen, voor 'een tribunetje van een man of dertig'. 'Hier zitten ze bij wijze van spreken de krant te lezen.' Daar train je dan gemiddeld 16 uur per week voor, nog even afgezien van de 3 uur fitness- en krachttraining - want hoe sterker je bent, hoe hoger je de stok kunt gooien, hoe meer kunsten je intussen op de grond kunt vertonen. 'De concurrentie is heel hoog in de top', zegt ze. 'Dat kan soms best een beetje wrijving geven.' En: er zit natuurlijk altijd 'politiek' bij. 'Het blijft een jurysport.'

Het beste voorbeeld is wat haar betreft de afgelopen wk in Japan waar Brazilië zesde werd en Nederland als achtste eindigde, terwijl Brazilië 'echt slechter was, maar wat wil je - de trainer van Brazilië is een Japanner'. Teams onderling kennen ook veel strijd, zegt ze. Het verhaal gaat dat er wel eens een jurylid is bedreigd om een bepaald team een goede score te geven. 'Er is veel roddel en achterklap in deze wereld. Het gaat er soms hard aan toe.' Overigens was het een man die in 2003 in Marseille wereldkampioen werd: de Belg Johnny Warmimont. 'De mannen die twirlen zijn vaak heel goed. Misschien omdat ze sterker zijn en de baton heel hoog kunnen opgooien.'

Twintig jaar geleden werd Ilona Hoogendoorn als vierjarige lid van de majorettevereniging waar haar moeder in het bestuur zat. Nu geldt ze met haar 24 jaar als een oude twirlster. 'Maar het ene lichaam is het andere niet. De ene persoon kan beter grenzen verleggen dan de andere. Ik vind dat ik nog niet aan het einde ben van wat ik kan.' Ze is single, woont nog bij haar ouders thuis en 'kinderen en zo', dat komt allemaal nog wel. In 2007, na het ek in Nederland, wil ze ermee ophouden. 'Je moet op je hoogtepunt stoppen.' Ze is er nog niet: haar dans moet eleganter, haar lichaamstechniek beter. En ze wil nog de triple illusion beheersen: de stok omhoog gooien, dan dubbelgeklapt met een been op de grond het andere been drie cirkels van 360 graden door de lucht zwaaien, om dan de inmiddels teruggekeerde stok te vangen. In deze zaal in Etten-Leur gaat haar dat zeker niet lukken: te laag. Maar een geslaagde triple illusion, dat is volgens Ilona Hoogendoorn iets onbeschrijfelijks. Ze heeft de triple illusion al wel kunnen uitvoeren, 'maar nog niet met vangen'. 'Dat moet gewoonweg geweldig zijn. De adrenaline die dan door je heen raast, als je dan die stok in je handen houdt...' M

Monique Snoeijen is redacteur van NRC Handelsblad.

Martijn van de Griendt is fotograaf.