Het recht op ongezond leven

In tegenstelling tot wat minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) zegt, bestaat er een algemeen recht op ongezond leven. Mensen mogen een fles jenever per dag drinken, mits ze dan geen auto gaan besturen. De enige grenzen aan die vrijheid worden bepaald door de wet of door huishoudelijke reglementen ter plekke. Heroïne is niet toegestaan; vijf dozen bonbons per dag wel.

De vraag is of de samenleving moet opdraaien voor de kosten van de gezondheidsrisico's die vrije individuen mogen nemen. Waarom zou een roker geen hogere zorgverzekeringspremie betalen? Hij betaalt ook al een hogere levensverzekeringspremie. Voor een stevige roker zijn de kosten van de premieverhoging waarschijnlijk lager dan de kosten van zijn geliefde sigaretten. Daar staat tegenover dat die roker via de hoge tabaksaccijns al extra aan de samenleving bijdraagt. Moeten ook dikkerds extra worden aangeslagen? Zij krijgen vaak kwalen die tot begrotelijke ziekten leiden, zoals diabetes, hartziekten, hoge bloeddruk. Waarom zouden mensen die minder eten en meer bewegen de lasten moeten dragen van mensen die dat niet doen?

De overheid mag best moeite doen om de mensen tot gezonder leven aan te zetten door rookverboden, sport, gezonde schoolkantines, accijnzen en door een beleid te voeren dat alcoholgebruik vermindert.

Toch kleven er praktische bezwaren aan premiedifferentiatie naar levensstijl. Er is veel wetenschappelijke strijd over de vraag of bijvoorbeeld gezond levende mensen over hun hele – meestal langere – leven minder zorg consumeren, de zogeheten preventieparadox. Iemand die bijvoorbeeld op de dag van zijn pensioen doodgaat, heeft de samenleving meestal weinig gekost. Bovendien veranderen de ideeën over wat een gezond leven is. Eerst moest iedereen zich strikt houden aan de richtlijnen van de body mass index, maar volgens een recent onderzoek zouden mensen met enig overgewicht het juist langer volhouden.

Een groter nadeel van premiedifferentiatie naar levensstijl is dat de arts een nieuwe rol krijgt: die van verzekeringscontroleur. Daarmee verdwijnt de vertrouwensrelatie met de patiënt. Veel minder welgestelden hebben een ongezonde levensstijl en leven gemiddeld vier jaar korter dan de rijken. Premiedifferentiatie komt dan neer op denivellering: de ongezonde, korter levende onderkant van de samenleving betaalt het meest. De kans is dan groot dat uiteindelijk de overheid de hogere premies van ongezonde armen op zich neemt, waardoor de staat in plaats van de particuliere verzekeraar opdraait voor de ongezonde levensstijl. In Amerika betaalt de overheid meestal de rekening die particuliere zorgverzekeraars weigeren. Dat is weinig efficiënt.

Minister Hoogervorst stelt terecht dat Nederlandse patiënten te weinig merken van de zorgkosten die ze maken. Een recent rapport van de Gezondheidsraad beveelt aan om een eigen risico voor bepaalde medische diensten en voorzieningen in te voeren. Dat is een prima idee. Directe betaling door de patiënt scheelt ook administratie. Toch is collectieve zorg in alle westerse landen een gewild goed waaraan veel geld wordt besteed. Gespreid over vele jaren zijn de Nederlandse medische uitgaven internationaal gezien gemiddeld. In tegenstelling tot wat de Gezondheidsraad zegt, blijft de solidariteit hecht, omdat mensen zekerheid voor zichzelf wensen. Dat blijkt uit peilingen. Bescheiden aanpassingen werken dan beter dan grootscheepse hervormingen.