Het nieuwe Europa danst, maar het oude mokt (Gerectificeerd)

Een jaar geleden kreeg de Europese Unie er in een klap tien leden bij. De nieuwe landen weerden zich kranig, de oude werden er argwanend en tobberig van.

Ze zijn inmiddels een vertrouwd beeld in het Brusselse straatbeeld: personenauto's uit het duurdere middenklassesegment met de landaanduiding PL. In de dagelijkse verkeerschaos van de Europese hoofdstad bewegen de Poolse bestuurders zich net zo geroutineerd als anderen. En niemand die er nog van opkijkt dat in de restaurants in de Europese wijk dezer dagen boven de asperges flamande behalve in het Frans of Engels ook regelmatig in een Slavische taal wordt geconverseerd.

De `big bang' van 1 mei 2004, waarbij tien nieuwe landen toetraden tot de Europese Unie, is in de praktijk een vloeiende beweging gebleken. Natuurlijk, het aantal deelnemers aan de vergadersessies nam toe, evenals het aantal belanghebbenden. En spraken vroeger vijftien ministers van Buitenlandse Zaken collectief hun zorg uit over een gebeurtenis in een uithoek van de wereld, thans gebeurt dat namens 25 ministers. Maar in de machinekamer van de Europese Unie hebben Polen, Hongarije, Tsjechië en de zeven andere nieuwe landen zich opmerkelijk snel ingepast.

Zij wel. Het is de vraag of de oude Unie wel zo goed was voorbereid op de veranderingen die de uitbreiding met zich meebracht. ,,Wij waren er klaar voor'', zegt Magda Kopczynska, die de belangen van de Poolse werkgevers in Brussel behartigt. ,,Je ziet dat een aantal oude lidstaten er problemen mee heeft.''

Niet eerder had de Unie zo'n grote uitbreiding te verwerken gekregen. In een klap nam het aantal inwoners met 75 miljoen toe tot ruim 450 miljoen. Over een lengte van duizenden kilometers kreeg Europa te maken met een nieuwe buitengrens. En het welvaartsniveau van de Unie kreeg een forse knauw: de nieuwe landen waren gemiddeld half zo rijk als de landen van de oude Unie.

De Duitse eurocommissaris Günter Verheugen, die tot vorig jaar november verantwoordelijk was voor de uitbreiding, heeft van tevoren vaak opgemerkt dat de dynamiek in de voormalige Oostbloklanden de lidstaten van de bestaande Unie zou kunnen uitdagen. Maar dat waren slechts woorden. Anders wordt het als die werkelijkheid worden. De nieuwe lidstaten hebben een paar van de veteranen in de Europese Unie inmiddels flink nerveus weten te maken. Ministers uit Polen en Hongarije bleken zich in het overleg met hun Europese collega's te ontpoppen tot radicaalste vrije marktdenkers. Richtlijnen om de arbeidstijden te reguleren? Hoezo? Waarna ze samen met de Britten het front tegen de regelgevers uit Brussel verstevigden.

Een dergelijke assertiviteit van debutanten is wennen voor de landen die tot een jaar geleden het hart van de Europese Unie vormden. Sterker nog: dat is een ontnuchterende ervaring. Het spel wordt niet meer zo gespeeld als het altijd werd gespeeld. Zoals de Duitse liberale politicus Lambsdorff het onlangs uitdrukte: Frankrijk en Duitsland konden vroeger het beleid in Europa bepalen. Nu kunnen ze hooguit nog zaken tegenhouden. Gevraagd naar zijn verklaring voor de anti-Europese stemming in Frankrijk, antwoordde de Britse eurocommissaris Peter Mandelson dat dit volgens hem vooral te maken had met het groeiende besef dat Europa een identiteit aan het worden is, die niet meer onder controle van Frankrijk staat. ,,Europa is volwassen aan het worden'', aldus Mandelson.

Ook in andere delen van het oude Europa heeft de uitbreiding geleid tot tobberige discussies over het hoe en waarom. Het debat over de Europese Grondwet, dat afhankelijk van de vraag waar op welk moment een referendum wordt gehouden als een soort politieke wave in de landen van de Europese Unie wordt gevoerd nu in Frankrijk en Nederland, straks in Groot-Brittannië maakt dat duidelijk. Zo onverschillig als de inwoners van de oude Unie een jaar geleden tegenover de uitbreiding stonden – toen nog aangeduid als `correctie van de geschiedenis' –, zo argwanend zijn zij nu.

Regel een vliegtuig!

In zijn afgelegen werkkamer in het Europees Parlement in Brussel trekt Bronislaw Geremek bedachtzaam aan zijn pijp. De voormalig minister van Buitenlandse Zaken en oud-hoogleraar politieke wetenschappen is als lid van de liberale fractie in het Europees Parlement een van de toonaangevende politici uit Polen in Brussel. Hij is teleurgesteld door de discussies die momenteel worden gevoerd. ,,We zien nu de psychologische reactie op de uitbreiding. Je ziet nationale identiteit als thema in de oude landen van de Europese Unie toenemen. Tegelijk merk ik dat aan de Oostkant het gevoel groeit dat men zich ongelijk behandeld voelt. De Europese Unie was altijd gebaseerd op hoop. Maar nu zijn er angsten. Neem nu zo'n woord als sociale dumping dat in één adem wordt genoemd met de uitbreiding. Dan wordt er steeds op Polen gewezen. Men vergeet dat het deel van het nationaal inkomen dat Polen aan sociale zekerheid uitgeeft, hetzelfde is als in Duitsland.''

Het is volgens Geremek de politieke elite in Europa aan te rekenen dat het zover is gekomen. ,,Men heeft verzuimd de westerse samenleving te informeren over de voordelen die de uitbreiding voor hen heeft. Ik geloof niet dat de Fransen weten dat er in hun land de afgelopen jaren 120.000 banen zijn bijgekomen die in verband kunnen worden gebracht met de uitbreiding.''

Directeur Magda Kopczynska van de Brusselse vestiging van de Poolse werkgeversorganisatie denkt dat de landen uit Oost-Europa op dit moment mentaal beter in staat zijn veranderingen te verwerken dan de oude lidstaten. ,,Wij zijn gewend aan transformatie'', zegt zij. Daar komt volgens haar bij dat die landen de veranderingen grotendeels zelf hebben geïnitieerd. ,,Dat heeft iedereen geactiveerd en daar plukken we nu de vruchten van. Binnen de Unie hebben de nieuwe toetreders de hoogste economische groei.'' Juist dat succes van de nieuwkomers lijkt Europa verder te verlammen, constateerde Kantinka Barysch van het Britse Centre for European Reform vorige maand in een notitie. ,,In een verdeeld Europa zal het oude Europa te maken hebben met lage economische groei, meer moeite hebben met hervormingen en geneigd zijn tot protectionistische maatregelen'', schrijft zij.

De vraag is of het relatieve economische succes van de nieuwkomers ook tot politiek zelfbewustzijn op andere terreinen heeft geleid. Op onderdelen van de buitenlandse politiek van de Unie waren de nieuwe lidstaten in ieder geval eveneens zeer aanwezig. Toen eind vorig jaar de crisis in Oekraïne naar een climax ging, was het de Poolse president Kwasniewski die regelmatig naar de Nederlandse premier Balkenende – op dat moment roulerend voorzitter van de Europese Unie – belde voor beraad. De Europese Unie moest wat doen, luidde zijn boodschap. ,,Get me a plane'', riep buitenlandcoördinator Javier Solana van de EU en reisde af naar Kiev.

De Poolse politicus Geremek is ervan overtuigd dat actief optreden van de Unie was uitgebleven als Polen en Litouwen geen lid van de Europese Unie waren geweest. ,,De publieke opinie in Europa heeft lange tijd de roep om onafhankelijkheid in Oekraïne ontkend'', zegt hij. ,,Dat is voorbij. Nu moeten we de Europese aspiraties van Oekraïne begrijpen. Niemand heeft het recht om nee te zeggen tegen dat land.''

De socialist Toomas Ilves was als minister van Buitenlandse Zaken van Litouwen indertijd een collega van Geremek. Ook hij zit tegenwoordig in het Europees Parlement. Ilves was als minister nauw betrokken bij de voorbereiding van zijn land om toe te treden tot de Unie. Zoals hij er ook bij was toen Litouwen in de NAVO werd opgenomen. ,,Lid worden van de NAVO was aanzienlijk eenvoudiger'', zegt Ilves. ,,Het lidmaatschap van de NAVO is te vergelijken met het kopen van een nieuw pak. Maar lid worden van de Europese Unie kan je vergelijken met de patiënt die elke twee maanden naar het ziekenhuis moet. Ze halen er een paar botten uit, en stoppen er een paar nieuwe in. En dat elke keer. En het lichaam moet dan ook nog eens met die nieuwe botten kunnen functioneren''.

Rumsfeld had gelijk

Ook Ilves is ervan overtuigd dat de nieuwe landen een doorslaggevende rol hebben gespeeld in de politiek van de Europese Unie tegenover Oekraïne. Hij weet haast zeker dat als de oude landen van de Unie het voor het zeggen hadden gehad, de Unie veel minder de confrontatie met Rusland zou hebben aangedurfd. Ilves: ,,De houding van Europa tegenover Rusland is altijd naïef geweest. Kijk alleen al hoe de Italiaanse premier Berlusconi het optreden van de Russen in Tsjetsjenië heeft verdedigd. Zijn land grenst dan ook niet aan Rusland. In de nieuwe Unie zijn zeven landen die ervaring hebben met de Russen. Die brengen geen anti-Russische gevoelens in, maar wel ervaring.''

Zo hebben de nieuwe landen in hun eerste jaar toch wel degelijk hun stempel op de Europese Unie weten te drukken. Eigenlijk precies zoals de Amerikaanse minister Donald Rumsfeld van Defensie enkele jaren geleden voorzag. Hij had het toen over het oude en nieuwe Europa. Rumsfeld werd erom verguisd, maar ten Oosten van de oude Unie ís dat nieuwe Europa ontstaan. De landen uit Oost- Europa gedragen zich als tijgers van de vrije markt-economie, en als haviken in de buitenlandse politiek ten aanzien van Rusland. Daarmee is Europa niet direct radicaal veranderd. Maar de oude Unie heeft binnen twaalf maanden wel te maken gekregen met nieuwe werkelijkheden. Die vragen niet om aanpassingen van de nieuwe toetreders, maar juist van de oude landen van de Europese Unie. En dat is al iets dat maar weinigen een jaar geleden hadden voorzien.

Rectificatie

In het artikel Het nieuwe Europa danst, maar het oude mokt (7 mei, pagina 38) stond dat europarlementariër Toomas Ilves minister van Buitenlandse Zaken van Litouwen was. Toomas Hendrik Ilves was echter minister van Buitenlandse Zaken van Estland (1996-1998 en 1999-2002).