HET BIJZONDERE VAN DE BAARSJES

Net als veel andere oude stadswijken is de Amsterdamse wijk De Baarsjes geen paradijs. Ook hier drugs, criminaliteit en lastige Marokkaanse jongens.

Maar de deelraad laat het er niet bij zitten. Woningen worden opgeknapt, werklozen krijgen taalcurssussen, joden voetballen met Marokkanen, en hangjongeren maken een cd.

'Een bestuurder moet zeggen: Dit pik ik niet.'

Op 4 mei 2004 komen enkele honderden Baarsjes-bewoners samen bij een onopvallend verzetsmonument, een eenvoudig wit kruis. Het gedenkteken staat in de Chassé-buurt, bij de kruising van de Baarsjesweg en de Van Speijkstraat. Tien stappen verderop bevinden zich de voormalige bedrijfsopstallen van Opel-garage Riva, waar de Turkse Aya Sofia moskee is gevestigd. Het is een bonte groep: Nederlanders, Marokkanen, Turken, Surinamers, mannen en vrouwen, jong en oud, in vrije- tijdskleding, stemmige donkere pakken, djellaba's en hoofddoekjes. Om even voor acht uur klinken de sonore trompettonen van de Last Post over de Kostverlorenvaart. Na twee minuten stilte leggen afvaardigingen van drie moskeebesturen en andere buurtorganisaties kransen bij het monument.

Precies een jaar eerder verstoorden een aantal Marokkaanse buurtjongens op diezelfde plek de herdenking door antisemitische leuzen te schreeuwen: 'De joden moeten we doden.' Later op die avond werden ook herdenkingskransen vernield en gestolen door onbekenden. Op nog vier, vijf plaatsen in Amsterdam vonden vergelijkbare incidenten plaats. Maar in De Baarsjes werd niet zoals elders in de stad het refrein van onvermogen gezongen. Het 4 mei-comité, Turkse, Marokkaanse en joodse buurtorganisaties en het stadsdeelbestuur staken de koppen bij elkaar. In plaats van een rel te schoppen, handhaven Marokkaanse buurtjongens vandaag de orde tijdens de ceremonie. Er is een zoemend mediacircus neergestreken om dat mirakel gade te slaan. Een dozijn cameraploegen van onder meer het Journaal en rtl Nieuws en tientallen andere journalisten en fotografen van de lokale en landelijke media registreren hoe twee Marokkaanse buurtjongens in de moskee plechtig de namen voorlezen van negentien in de oorlog omgekomen Marokkaanse soldaten.

De avond van 2 november 2004, het stadsdeelkantoor aan de Baarsjesweg. Binnen enkele uren nadat bekend werd dat Theo van Gogh was vermoord, worden alle religieuze en maatschappelijke organisaties in het stadsdeel opgetrommeld. Zeventig buurtbewoners, raadsleden en vertegenwoordigers van de drie moskeeën, jongerencentra, schooldirecties, bewonersgroepen en stadsdeelraadsleden trekken eendrachtig op naar de Dam voor de lawaaidemonstratie ter nagedachtenis van de filmmaker.

Een week later al reageert het bestuur van De Baarsjes met een uniek plan om een 'Contract met de samenleving' af te sluiten met de drie moskeeën in de buurt, de Turkse Aya Sofia moskee, de Pakistaanse Ghoushia Mashid en de Marokkaanse El Nour. In het contract worden afspraken vastgelegd over het verdedigen van de vrijheid van meningsuiting en het signaleren van religieus en politiek extremisme. Vertegenwoordigers van de moskeeën geven met stadsdeelvoorzitter Henk van Waveren (PvdA) een persconferentie op 16 november, gevolgd door filmploegen van nieuwszenders uit Australië, Frankrijk, Denemarken, Italië en Ian Buruma voor The New Yorker. De Baarsjes zijn in het pupilletje van de media gesprongen. Tussen 17 maart 2004 en 16 februari 2005 berichtten lokale, landelijke en buitenlandse media in totaal wel 370 keer over De Baarsjes. Van het Amsterdams Stadsblad, Het Parool, alle landelijke dagbladen en nieuwszenders tot de West- en Süddeutsche Rundfunk, de bbc Worldservice, de Poolse Gazeta Wyborcza, Al Jazeera en The New York Times. Wethouder Aboutaleb en burgemeester Cohen waren al twee keer op werkbezoek. En begin februari kwamen ook zes Britse Lagerhuis-leden poolshoogte nemen in De Baarsjes.

Waar komt die enorme belangstelling vandaan? Is er in De Baarsjes iets bijzonders aan de hand? De wijk werd van de jaren twintig tot veertig van de vorige eeuw aangelegd ten westen van de 19de-eeuwse Kinkerbuurt. Hij is dichtbevolkt en heel gemengd. Op slechts 1,64 vierkante kilometer wonen ruim 34.000 burgers met 126 verschillende nationaliteiten, 52 procent van de bewoners is van buitenlandse afkomst. De grootste groepen zijn de Marokkanen, Turken en Surinamers. De Baarsjes zitten in de frontlinie van de multiculturele samenleving, zoals een Baarsjes-wethouder het formuleert.

Initiatieven

Ik volg het stadsdeel al vanaf november 2003. Ik bezocht bijeenkomsten, maaltijden en debatten in de wijk. In november en december 2004 sprak ik uitgebreid met 35 verschillende buurtbewoners en bestuurders. En steeds vaker dacht ik: inderdaad, er zijn hier bijzondere ontwikkelingen aan de gang. Eind april 2004 zag ik bijvoorbeeld in de Hudsonhof, vlakbij het Mercatorplein, joden, Turken, Marokkanen en Nederlanders debatteren over antisemitisme en anti-islamisme. Iemand van de Anne Frankstichting kwam vertellen over de jodenvervolging. Ik hoorde een Marokkaanse stand-up comedian harde grappen maken over Turken, Nederlanders, Surinamers én Marokkanen. Ik zag hoe een oudere Marokkaan de jonge Marokkaantjes hartstochtelijk toesprak dat het gedonder eens uit moet wezen. Ik maakte drie keer mee dat de Aya Sofia moskee zijn deuren opende voor de buurt en ervoer de warmte en gastvrijheid van de Baarsjes-Turken. Ik zag hoe Marokkanen op het Balboa- plein vriendschappelijk voetbalden tegen joden, nog nooit vertoond.

Een maand na 11 september 2001 werd door twee buurtopbouwwerkers al de Dialooggroep opgericht. Daarin zitten naast joodse, Marokkaanse en Surinaamse buurtorganisaties ook de Aya Sofia moskee, de moskee El Nour en Nederlandse kerken uit de buurt. De Dialooggroep wil 'een tegenwicht bieden aan de oplopende spanningen tussen de verschillende bevolkingsgroepen, met name moslims en niet-moslims' door het organiseren van bijeenkomsten en debatten, maar ook door gezamenlijk actie te ondernemen. Al enkele jaren worden gemeenschappelijke herdenkingen georganiseerd.

En ik merkte ook dat De Baarsjes een bestuur heeft dat niet zelfgenoegzaam achteroverleunt of roept dat het ingewikkeld is. Opvallend vaak neemt of ondersteunt het bijzondere initiatieven om de verhoudingen te verbeteren. Een vergelijking: in diezelfde week dat het Baarsjes-bestuur het 'Contract met de samenleving' presenteerde, belde een ambtenaar van stadsdeel Oud Zuid naar De Baarsjes. Hij zocht de telefoonnummers van de moskeeën in zijn eigen stadsdeel. Kennelijk had het bestuur nog nooit met vertegenwoordigers van hun moskeeën gesproken.

In De Baarsjes heeft stadsdeelvoorzitter Henk van Waveren alle sleutelfiguren van zijn wijk gewoon in zijn mobiel zitten, het bestuur heeft al jaren nauw contact met alle buurtorganisaties, ik zie de bestuurs- en raadsleden echt overal opdraven.

In de weken na de moord op Van Gogh, toen een deel van de tv-journalisten met grote hardnekkigheid bleef roepen dat 'Nederland was verhard', bleef het in Amsterdam, op een paar kleine incidenten na, eigenlijk opvallend rustig. In De Baarsjes, waar 12 procent van Marokkaanse en 9 procent van Turkse afkomst is, ontkennen vrijwel alle bewoners die ik spreek dat de wijk verhard is. Maar dat wil niet zeggen dat het multiculturele paradijs al is aangebroken, meent Roy Beudeker (49).

Eigen schuld

Beudeker werd in Paramaribo geboren en woont bij elkaar zo'n dertig jaar in De Baarsjes. 'De buurt is na de moord niet verhard. Maar op zo'n moment worden wel de spanningen zichtbaar die er al heel lang zijn. In de dagen erna riepen een paar Marokkanen: Eigen schuld, dikke bult. Je hebt dan van die enorm domme, slecht geïntegreerde Surinamers die achter de Marokkanen gaan staan. Die sluiten zich gewoon aan bij alles wat anti-Nederlands is. Ik ben zelf Surinamer in hart en nieren, maar ik weiger om mezelf allochtoon te noemen, want ik ben ook Nederlander. En wij Hollanders hebben het gevoel in de steek gelaten te zijn. De frictie tussen een groot deel van de Marokkanen en de Nederlanders is erg groot. Dat wil het bestuur niet erkennen. Ze zien dat niet. Dan geven ze maar weer een straatfeest en lijkt het of het goed is. Maar de meeste mensen vinden het na de moord op Van Gogh toch moeilijk om iets over een Marokkaan of een Turk te zeggen. Ze zijn banger geworden. Dat is heel jammer, want we waren goed bezig hier.'

Het echte beeld werd volgens Beudeker vooral zichtbaar op 6 augustus 2003. Die avond werd de 33-jarige Marokkaan Driss Arbib door een politieagent doodgeschoten in het Surinaamse eethuis Warung Swietie aan het Mercatorplein, nadat Arbib de agent had aangevallen met een mes. Na het incident kwamen honderden amok makende Marokkaanse jongens uit de hele stad naar het Mercatorplein. De sfeer was opgefokt, agressief. De onrust duurde tot middernacht voort. Op de deur van Warung Swietie werd de tekst 'Nigger jij gaat dood' gekalkt. Beudeker zal het nooit vergeten.

Gevoel van urgentie

Wat is het effect van de inspanningen van het bestuur? Merkt de bevolking er iets van? Veel bewoners vinden zo'n gemeenschappelijke 4-mei-herdenking een positieve ontwikkeling, maar mensen als Beudeker vinden dat de Marokkaanse relschoppers zijn beloond voor hun wangedrag. Tijdens mijn rondgang door de buurt merk ik dat de meeste bewoners het 'Contract met de samenleving' niet kennen of niet kunnen vertellen wat erin staat. Juist de Marokkaanse moskee El Nour wil niet tekenen. Het moskeebestuur werd door de woedende achterban weggestuurd wegens de 'collaboratie' met het stadsdeel.

'Ik kan het ook laten zitten, dan weet je zeker dat er niks verandert', zegt stadsdeelvoorzitter Henk van Waveren. 'Je maakt het ook zichtbaar. En als je denkt dat je het met sterke retoriek allemaal wel even gaat regelen, dan heb je het niet begrepen. Dit proces gaat tientallen jaren duren. De ”boel bij elkaar houden” is niet voldoende. Je moet de burgers ook de middelen geven om bij elkaar te komen. Nog in 1992 was bijvoorbeeld (de Turkse moskee-organisatie - pa) Milli Görüs een beweging met hele scherpe standpunten en traditionele opvattingen over de islam.'

Zo'n middel was een eigen herkenbare moskee. De voedingsbodem voor verandering binnen Milli Görüs ontstond - frappant genoeg - door de jarenlange juridische strijd van het stadsdeelbestuur tegen de komst van de Aya Sofia moskee op het voormalige garageterrein. Het stadsdeel wilde er zelf woningen bouwen, maar de moskeevereniging was eigenaar van de garage en de grond. Maar de rechter bepaalde in eerste instantie dat het godshuis niet mocht blijven.

Daarop volgden jarenlange onderhandelingen, die uiteindelijk leidden tot een 'mooi' compromis. Een klein deel van de bewoners voert nog een juridische strijd tegen de omvang van de moskee. Maar na jaren van garagegeloof, zal hier over een paar jaar één van de grootste moskeeën van Amsterdam verrijzen. De Westermoskee, met minaret, in de baksteenstijl van de Amsterdamse School, dat wel. En ook 116 woningen, bedrijfsruimten en een ondergrondse parkeergarage. 'Ik ben in 1998 - aanvankelijk in het geheim - met Milli Görüs gaan onderhandelen, gericht op consensus', zegt Van Waveren. 'Vanaf dat moment ging de organisatie veranderen, vooral na de komst van de nieuwe directeur van Milli Görüs, Haci Karacaer. Maar dat betekent niet dat morgen de modernisering van de islam is voltooid, mensen realiseren zich niet hoe langzaam zoiets gaat.'

Eén ding is wel duidelijk: meer dan in de meeste andere Amsterdamse wijken heerst in De Baarsjes al jaren een ongelofelijk 'gevoel van urgentie', zoals Van Waveren het uitdrukt. Dat ontstond begin jaren negentig, toen de wijk met enorme problemen kampte. Freek Papineau Salm (PvdA), de eerste stadsdeelvoorzitter (1990-1996), schetst het beeld. Alleen al rond het Mercatorplein vielen gemiddeld twee tot drie liquidatiedoden per jaar door rivaliserende drugsbendes. Elke dag kwamen 400 junks naar De Baarsjes om hun genotsmiddelen te scoren. Tachtig procent van de bewoners wilde zo snel mogelijk verhuizen. Vooral in het noordelijke deel van de wijk bestond een gigantische achterstand: een groot, verwaarloosd woningbestand, een verloederde openbare ruimte, achterstanden op scholen en veel zware criminaliteit. Alles kraakte in zijn voegen. Geen ambtenaar wilde er werken.

Baarsjes-stijl

Met een aantal grootschalige stadsvernieuwingsprojecten werd tweederde van het woningbestand opgeknapt of vernieuwd. Straten en pleinen werden aangepakt. Dat begon op het Mercatorplein, waar met sloop, nieuwbouw en grondige renovatie voor een bedrag van 160 miljoen gulden 1500 nieuwe woningen, 90 bedrijfsruimten en een ondergrondse parkeergarage werden gebouwd. Een groot deel van de woningen bestond uit koopappartementen. 'Iedereen riep: Dat kan zo'n klein stadsdeel niet, had het aan de centrale stad overgelaten. We werden geslacht door onze eigen achterban. Koopwoningen? Iedereen verklaarde ons voor gek', zegt Salm, 'We hebben onze nek uitgestoken. We hebben de expertise ingehuurd en zijn aan de slag gegaan.'

In die jaren ontstond een wat bijzondere bestuursstijl. Niet lullen, maar doen, legt Van Waveren uit. Niet roepen: daar gaan we niet over. Je constateert een probleem en je gaat kijken hoe je dat kan oplossen met de bevoegdheden en mogelijkheden die je wel hebt. En je blijft net zo lang trekken en duwen tot je het voor elkaar hebt.

En 'geweldjes' gebruiken, voegt Freek Salm er aan toe: 'Doen alsof je de baas bent, alsof je de bevoegdheid hebt.' Bestuurder zijn is een roeping, vindt deelraad-believer Salm. Hij is geen man van nota's en strategische vergezichten. Hij vindt handhaven heel links. Anders krijgen de mensen met de grootste bek en de meeste poen de meeste ruimte. Dan zijn de zwakken altijd het slachtoffer. Dat zijn ze een tijd vergeten bij de PvdA. Zijn collega-bestuurders zeggen altijd dat ze niet over veiligheid gaan. Toen er begin jaren negentig weer drie dode Turken in de Hudsonstraat waren, stapte Salm wel naar voren. Op dat moment ontstond ook een nieuw politiewijkteam, waarmee hij nauw samenwerkte. 'Een bestuurder moet ook helder zijn', zegt Salm. 'Een bestuurder moet zeggen: dit pik ik niet, maar hoe het wel moet, weet ik nog niet. Maar hij mag nooit de situatie laten doorzieken zoals Cohen deed in de Diamantbuurt. Onverteerbaar! Erop af. Geen gelul. Is het nou afgelopen met die handel! Ik liep dag en nacht door de wijk. Veel bewoners die niet naar de politie durfden, kwamen bij mij klagen. Ik ging kijken, 's nachts posten, bij mensen op de uitkijk zitten. Ze konden me altijd bellen. Als ik dan de politie waarschuwde, wisten ze dat het serieus was.

'Je gaat met de politie, andere handhavers en ondernemers aan de slag. Je brengt in kaart wie wat kan doen. Je moet ervoor zorgen dat handhavers trots zijn op hun vak. Je moet de goede mensen steunen, de rest achter de vodden zitten en blijven trekken. Als bestuurder heb je een paar kleine machtsmiddeltjes: het bestemmingsplan en de verlening van vergunningen. Die moet je handig inzetten: als jij met mij meedoet, krijg je wat extra's of ben je de eerste.'

Het kleine machtsmiddeltje bleek ook doorslaggevend in het conflict met de Turkse moskeeorganisatie Milli Görüs, die aanvankelijk een moskee van wel 2000 m2 wilde bouwen. 'Wat Haci Karacaer nu doet is een godswonder', zegt Salm. 'Maar dat komt juist doordat de toenmalige deelraad een streep heeft getrokken. Als we aan hun oorspronkelijk plan hadden meegewerkt, had hij geen schijn van kans gehad. Wij hadden nog een heel dun lijntje: volgens het bestemmingsplan moest het een garage blijven. Daarmee konden we dat enorme moskeecomplex tegenhouden. We kregen zelfs toestemming om desnoods met de me te ontruimen. Met andere woorden: als overheid kun je wel degelijk sturen. Schraap alles bij elkaar waar je over gaat en maak daar gebruik van.'

Hardnekkige problemen

De Baarsjes heeft een van de meest efficiënt werkende besturen van de stad. Uit een onderzoek van de Amsterdamse zender at5 bleek, dat De Baarsjes het enige stadsdeel was waar het ambtenarenapparaat de afgelopen jaren slonk. In stadsdeel Zeeburg steeg het aantal ambtenaren bijvoorbeeld met 64 procent. Waar een groot aantal stadsdelen nieuwe kantoren liet bouwen - Zuid-Oost bijvoorbeeld voor 33 miljoen euro - huurt De Baarsjes gewoon een kantoor dat nu voor twee miljoen euro wordt gerenoveerd.

In de deelraad hebben de collegepartijen PvdA zes zetels, vvd drie, cda één zetel en oppositiepartijen GroenLinks en d66 respectievelijk vier en twee zetels.

De Baarsjes is een normale Amsterdamse stadswijk met normale problemen geworden, constateert Arco Verburg (32), sinds bijna drie jaar PvdA-fractievoorzitter. In maart werd hij wethouder stadsdeelwerken, economische zaken en kunst. 'De bewoners noemen altijd twee dingen: de straten moeten schoner en er moet meer parkeerruimte komen.' Maar daarnaast kent De Baarsjes ook de hardnekkige problemen van veel oude stadswijken, zoals gebrekkige integratie van minderheden, overlast en geweld van vooral allochtone jongeren. De criminaliteit verminderde weliswaar flink, maar de wijk staat nog steeds in de topvijf van meest misdadige wijken van Amsterdam.

Van de 2300 lagere school-kinderen is 90 procent van allochtone afkomst. Een groot deel daarvan betreedt en verlaat de school met een aantal jaren taalachterstand. In De Baarsjes wonen 8500 zogeheten 'oudkomers'. De oudere migranten maken 24 procent van de bevolking uit en een groot deel daarvan spreekt niet of nauwelijks Nederlands, hoewel de helft langer dan 16 jaar in Nederland woont. Het bestuur heeft moeite om de oudere allochtonen te bereiken. Ze komen vrijwel nooit naar buurt- of voorlichtingsbijeenkomsten. Uit eigen onderzoek van het stadsdeel bleek dat veel allochtone ouders vaak niet eens weten op welke middelbare school hun kinderen zitten.

'Je ziet de bevolkingsgroepen grotendeels langs elkaar heen leven', zegt Verburg. Hij woont in een huurwoning aan de Hoofdweg, werkte tot april als politiek adviseur op het ministerie van Landbouw. 'Er zijn weinig dwarsverbanden. Je kunt hier als Turk of Marokkaan leven, zonder dat je ooit enig contact hebt buiten je eigen groep. Ze hebben hun eigen moskee, koffiehuizen, winkels, tv-zenders en kranten. Dat je wel eens bij de Turkse slager komt, waar je drie woorden mee kunt wisselen, betekent nog niet dat je een gemengde samenleving hebt. Op de scholen zie je de segregatie ook steeds verder gaan. Dat schiet niet erg op.'

Zo zijn er veel dingen die niet opschieten, maar juist in De Baarsjes zijn tegelijkertijd veel verschillende versnellingen zichtbaar. Drie dagen na de moord op Van Gogh opent de Aya Sofia moskee in de Chassé-buurt zijn deuren voor de buurt om gezamenlijk een iftar-maaltijd te genieten (de iftar is het breken van de vasten tijdens de ramadan - pa). Het is er stampvol en gezellig. Iedereen kout en eet door elkaar aan lange tafels: Turken, joden, Marokkanen en Nederlanders, bestuurders en buurtbewoners, mannen en vrouwen, met en zonder hoofddoek. De avond staat vrijwel volledig in het teken van de moord op Van Gogh. De vice-voorzitter van Milli Görüs, Üzeyir Kabaktepe - welbespraakt, goed in het pak, getrimde snor - spreekt woorden die je in moslimkringen zelden hoort. 'Theo, jouw vrijheid van meningsuiting was dezelfde vrijheid als die van ons. Jouw vrijheid om te keer te gaan tegen domheid, is dezelfde vrijheid die ervoor zorgt dat we onze religie in al haar rijkdom kunnen beleven.' Je verlaat zo'n bijeenkomst met een warm gevoel. Het is wellicht ook vooral een feestje der welwillenden en vrijgemaakten. Het traditionele deel van de achterban komt hier niet.

Twee weken na de moord op Van Gogh constateert de van oorsprong Egyptische schrijfster Nahed Selim dat er aan die 'religie in al haar rijkdom' nog wel wat te slijpen valt. In de Openbare Bibliotheek aan het Mercatorplein debatteert Selim over 'De vrouw in de islam'. Ze is een uitgesproken voorvechtster van een verlichte (feministische) stroming binnen de islam en van de emancipatie van moslimvrouwen. Het debat gaat onder meer over de afschaffing van aparte gebedsruimten en ingangen voor mannen en vrouwen in de moskee. Het is een wonderlijke morgen. Selim loopt tien stappen vooruit op de rest. Haci Karacaer, de liberale voorman van Milli Görüs - ik kom hem overal tegen - zit tussen het publiek. 'Wij zijn nog niet zo ver', zegt hij eerlijk. Maar in het publiek zit ook een jong Marokkaans meisje - ik schat haar 17 - die steeds het woord neemt maar eigenlijk niet deelneemt aan het debat. Ze spreekt vlekkeloos Nederlands, is duidelijk hier geboren, geheel in het zwart gehuld, hoofddoek tot op haar schouders en ze citeert met toenemende hardnekkigheid uitsluitend teksten uit de koran. Het meisje volgt de leer van een of andere Saoedische sjeik. Er zijn wel 49 verschillende interpretaties, zo begrijp ik. Maar één daarvan leidt tot het paradijs. Ze weet niet welke. Hoe kan ze voorkomen dat ze in de hel komt?

Café 't Trefpunt

Veel van de bewoners die ik spreek, vinden dat de bevolkingsgroepen vreedzaam naast elkaar leven, maar dat 'het niet mengt'. De taalbarrière bij met name de oudere allochtonen is een belangrijke oorzaak. Als je elkaar niet verstaat, dan houdt het snel op. 'Dit is het beeld', zegt kroegbazin Ria Cuyper (53). 'Men groet elkaar wel, maar voor contact moet jij altijd het initiatief nemen. Zij zullen dat nooit uit zichzelf doen. De Surinamers hier in de buurt zijn wel goed geïntegreerd. Die zijn gewoon normaal, warm, vriendelijk en open.'

Ze woont ruim een halve eeuw in De Baarsjes en al dertig jaar met haar man Cor boven café 't Trefpunt aan de Postjesweg. In haar kroeg mengt allochtoon en autochtoon wel. 'Iedereen wordt hiero over één kam behandeld.' Ze heeft allemaal Turkse buurmannen. 'Nooit geen oorlog mee gehad. Toen mijn man een tijd ziek was, kwamen ze langs met bloemen en gebak. Verschrikkelijk aardig. Het is verder geen nare buurt om in te wonen. Er is nauwelijks criminaliteit. Ik kan eigenlijk niets negatiefs bedenken. Maar de meeste mensen zijn eigenlijk alleen met zichzelf bezig. Dat is het beeld. Vroeger waren je buren oom en tante, nu weet je niet meer wie er naast je woont. Het verhardt niet, maar het is allemaal niet meer zo gezellig.'

Het beeld is geschakeerd. Ik spreek ook Baarsjes-bewoners die vinden dat het wel goed mengt, ook al kunnen ze soms geen enkele buurman bij naam noemen. En je hebt straten, buurtjes of een prettige trap waar wel degelijk veel onderling contact is. Contact dat verder gaat dan een groet, een knik, een vloek of een zucht.

Zo heeft de Turks-Koerdische Kiymet Cigirci (25) die oom-en-tante-knusheid in de Orteliusstraat waar ze opgroeide wel degelijk gekend, ook al was haar 'tante' dan Surinaams. Ik ontmoet haar tijdens de iftar-maaltijd in de Aya Sofia moskee. Ze staat helemaal achter Karacaer en Kabaktepe. Die zijn liberaal en verlicht. 'Maar waarom moeten wij de moord op Theo van Gogh uitleggen?' Ik spreek haar achter in 't Trefpunt. Ze komt binnen met een strak geknoopt kleurig hoofddoekje om, maar niemand kijkt op. 'Dat is wel anders in de Achterhoek.' Cigirci is geschiedenisdocente aan het Islamitisch College Amsterdam in Nieuw West. Ze bidt vijf keer per dag, is zelfbewust, kritisch en spreekt perfect Nederlands. Een boekenwurm, leest Elsevier, Het Parool en alles van Leon de Winter, Harry Mulisch en nu Nicci French.

De spanningen zijn na de moord niet toegenomen in onze buurt, vindt Cigirci. Zij heeft daar helemaal niets van gemerkt, heeft absoluut geen slechte ervaringen. In haar straat is 85 procent Nederlands, schat ze. Verder een paar Turkse buren, één Marokkaans gezin en de rest bestaat uit Surinamers. Een hele rustige, leuke, gemoedelijke straat met veel onderling contact. Nieuwkomers stuurt Kiymet een welkomstkaartje en ouders met een nieuwe baby een felicitatie. Haar oude Hollandse buurman op de begane grond noemt ze opa. Als hij ziek is, verzorgen ze opa. De Surinaamse buurvrouw, Tante Ellie, woont al dertig jaar in het pand. Haar ouders en Tante Ellie hebben elkaars huissleutels, ze zorgen voor de huisdieren en de planten als zij weg is. Tante Ellie was directiesecretaresse bij Elsevier en als werkende vrouw een voorbeeld voor Kiymet. 'Zij heeft ons echt opgevoed.'

In december kocht Cigirci een appartement in de wijk Geuzeveld-Slotermeer in Nieuw West, waar ze verwacht 'omringd te zijn door Hollanders'. Ze zou nooit willen wonen in de nieuwe appartementen die bij de Westermoskee gebouwd worden. 'Zo veel Turken om je heen, dat wil je toch niet?'

Sloopfeest

De Turk Yakup Toker (24) wil graag Turken om zich heen. Hij woont in Overtoomse Veld, even buiten De Baarsjes en zoekt al vier jaar naar een woning in de wijk. Daar woont één groot volk. Daar is het gezellig. Ik kom Yakup tegen in de Aya Sofia moskee, waar op 25 november de aanstaande sloop van de moskee feestelijk wordt ingeluid met onder meer het cabareteske optreden van een blinde Turkse sas-speler. Toker heeft met vijf compagnons een eigen stucadoorsbedrijf en groeide op in De Baarsjes. Hij werkt als vrijwilliger in de moskee, spreekt goed Nederlands, is buitengewoon vriendelijk en idealistisch. Het is zijn missie om alle Turken en Nederlanders te verenigen. Toker had, net als andere jonge allochtonen die ik spreek, voor de moord nog nooit van Theo van Gogh gehoord. Na zijn dood begreep hij door de televisie dat Van Gogh heel bekend was en de islam had beledigd. Hij begreep ook dat de verhouding tussen moslims en niet-moslims was verhard. Hij heeft daar zelf niks van gemerkt. Hij weet van één incidentje. Een paar dagen na de moord werd de Aya Sofia met een 'teken' bespoten.

Driss al Hasnaoui (21) en Habib Khadiri (30) zijn echte Baarsjes-Marokkanen. Ze hebben allebei twintig jaar in de Chassé-buurt gewoond, kennen elkaar van 'het voetballen op het pleintje'. Ik ontmoet ze de eerste keer tijdens het Marokkaans-joodse straatvoetbaltoernooi, waar ze aan meededen. Ik spreek ze in jongerencentrum La Rainbow in de Chassé-buurt. Hasnaoui volgt de academie voor lichamelijke opvoeding. Khadiri werkt voor computerbedrijf Dell bij de afdeling business operations. Al Hasnaoui vindt dat de verhoudingen zijn verhard, ook al heeft hij zelf geen nare ervaringen. Hij ziet dat op de televisie. Dat een hoofddoek is afgerukt in Amsterdam-Oost. 'Dat had je voorheen niet. Ik hoor na de moord op school wel vaker: zo zijn moslims nu eenmaal. We worden allemaal over één kam geschoren. Maar in De Baarsjes maak ik dat niet mee. Veel van mijn vrienden zitten hier. Het is een gezellige buurt.'

Khadiri denkt dat de moord in Amsterdam geen verschil heeft uitgemaakt. 'De mensen die een hekel aan ons hebben, hadden het al. Ja, natuurlijk kende ik Theo van Gogh. Van at5. Hij was toen vet goed man! Maar je mag de islam niet beledigen. Je mag sowieso niemand beledigen. Maar ik nam wat Theo allemaal riep, zelf met een korreltje zout. Er zijn meer mensen die tegen de schenen van moslims trappen. Daarmee word je populair in Nederland en kom je bij Barend en Van Dorp. Moet je die allemaal gaan afmaken? Je moet ze lekker laten kibbelen. Als je je daar druk over gaat maken, word je gek.'

Khadiri wil wel toegeven dat er in Amsterdam een grote groep jonge Marokkanen rondloopt die helemaal niet deugt. 'Ik vind het schandelijk. Het zijn gewoon gefrustreerde jongens. Maar die groep is niet erg groot. Dat lijkt alleen maar zo, omdat ze heel herkenbaar zijn. Misschien 20 procent loopt het voor de rest te verneuken. En men kijkt niet naar de 80 procent die wel goed bezig is. Ik weet ook niet waarom ze dat doen. Ze hebben geen opleiding afgemaakt, komen niet aan de bak. Maar Marokkaanse jongens worden vaak gediscrimineerd. Dat is gewoon een feit. Ik zag het laatst op tv. Dat deugt niet. Ik heb het zelf ook ervaren. Ik moest tien keer beter presteren.'

Wij Nederlanders

Roy Beudeker staat er nooit bij stil dat hij zwart is. Hij is opgegaan in de Nederlandse samenleving en dat heeft hem alleen maar voordelen gebracht. Hij hoeft niet voortdurend in twee werelden te leven. Dan wordt het ingewikkeld in het hoofd, ga je misschien gekke dingen doen. Beudeker is fors en heeft armen als scheepskabels, lacht en praat graag. Hij kan enthousiast vertellen over ijzel en mist op een stille decemberochtend, spreekt voortdurend over 'wij Nederlanders'. Het contact tussen Nederlanders en andere etnische groepen is nihil, vindt hij. Je hebt contact met je directe buren. Je zegt elkaar gedag, dat is het.

Beudeker werkt al 25 jaar als trambestuurder bij het gvb en woont in een onderstukkie in de Jan Maijenstraat even ten noorden van het Mercatorplein. Een gemengd pand met Marokkanen en Surinamers. In zijn eigen Jan Maijen-buurtje loopt het trouwens wél goed, daar bestaat 'redelijk veel sociale controle'. Samen met zijn maatje Theo Mestebeld om de hoek houdt hij het in de gaten. Beudeker is bijzonder, spreekt iedereen aan, maakt makkelijk contact. Hij is een Amsterdammer die er wat van zegt. De buren weten dat ze de vuilniszak in de container moeten gooien, omdat hij die zak desnoods in hun portiek terugpleurt. Tante Cor om de hoek, een Hollands omaatje van tachtig, heeft zijn gsm-nummer voor als er problemen zijn. Het is een dorp, heel anders dan het Mercatorplein. 's Nachts kun je er een speld horen vallen. En als er problemen zijn, komen ze naar hem toe. Ze denken: ik kan een klap voor mijn bek krijgen, hij is groot. 'Maar ik kan niet de hele buurt aan.'

Mercatorplein

Door de poort ben je het dorp uit, de noordkant van het Mercatorplein. Daar staat 's avonds vaak een grote groep jongeren te dealen, te blowen en te schreeuwen. In het drugsmilieu is de integratie aardig op streek: Marokkanen, Surinamers en Antillianen.

De hangplek is bij de toegang van het appartementencomplex waar Theo Mestebeld (48) sinds negen jaar woont. Mestebeld is bevriend met Beudeker, woont vanaf zijn twaalfde in De Baarsjes, werkt ook 25 jaar bij het gvb, als buschauffeur. Hij heeft veel contacten in de buurt. Afgezien van de irritatie over de hangjongeren zit de wijk over het algemeen wel goed in elkaar, vindt hij. De bewoners leven niet langs elkaar heen. Hij las over het 'Contract met de samenleving', vindt het goed dat het bestuur de bevolkingsgroepen dichter bij elkaar probeert te brengen. Ze doen veel dingen goed. Vanuit zijn woning overziet hij het hele Mercatorplein. In de vensterbank ligt een forse veldkijker, de politiescanner staat vaak aan. Er ontgaat hem weinig.

Mestebeld ziet een golfbeweging. Hij zag de buurt in de jaren '90 schreeuwend achteruit rennen en verpauperen en vervolgens na 'de metamorfose' sterk verbeteren. Maar sinds de dood van Driss Arbib, anderhalf jaar geleden, tuint het plein weer achteruit. Sinds die tijd blijven er grote groepen Marokkaanse jongeren in de buurt hangen. 'De meesten komen uit andere buurten. Die gasten staan echt de hele dag met een blow in hun strot, hoor! Maar daarnaast staan ze te spugen en te pissen in de portieken. Heel erg irritant. Ze dealen om hun eigen gebruik te financieren. Daarnaast heb je hier ook af en toe harddrugsdealers. In de zomer zit er voor supermarkt Dirck een hele groep te zuipen tot ze erbij neervallen. Onze buurtregisseur Theo Felixdaal is een kanjer, werkt zich helemaal uit de naad. Hij waarschuwt niet, gaat gelijk schrijven. Roy en ik hebben nauw contact met hem. Er is tegenwoordig redelijk veel politie op straat, maar voor die gasten is het dweilen met de kraan open.'

Hij benadert de Marokkaanse jongens voor zijn deur altijd 'hoffelijk en correct'. 'Maar als ze met een grotere groep zijn, dan heb je de poppen aan het dansen. Op de bus gaat dat ook zo. Dan kun je twintig keer de kanker krijgen, word je bedreigd en uiteindelijk nog voor je bek gespuugd ook. Dan zit ik wel met zo'n kraag van de stress, hoor! Met andere buitenlanders, behalve de Antillianen, heb je al die problemen niet.'

Dat constateert Freek Salm ook. Het zijn geen Ghanezen of Portugezen. Hij is het beu dat een groeiende groep Marokkanen geen enkele moeite doet om zich aan te passen. Hij is het beu dat bij tweede- en derde-generatie jongeren de onderlinge voertaal Marokkaans is, dat iedere corrigerende opmerking wordt beantwoord met 'fuck you'. 'Je komt hier voor een betere toekomst. Doe er godverdomme dan wat voor! Leer Nederlands.'

Salm is het beu dat zijn eigen dochter niet meer fatsoenlijk over het Mercatorplein kan lopen, zonder de meest schunnige opmerkingen te horen. Ook Lodewijk Dros, journalist bij dagblad Trouw, en sinds halverwege de jaren tachtig bewoner van een huis aan het Balboaplein, beschrijft in een stuk in zijn krant (Dan wordt jouw dochter een hoer) de allochtone scheldcultuur waarin zijn kinderen opgroeien en hoe zijn zoon en dochter regelmatig worden geconfronteerd met discriminatie en racisme door Turken en Marokkanen. 'We moeten het niet meer pikken dat die Marokkaanse vaders geen verantwoordelijkheid nemen voor hun kinderen', zegt Salm. 'Ik vind het te bezopen voor woorden dat jongetjes van vijf, zes jaar om tien uur 's avonds nog op straat lopen. Dat de mannen hun eigen vrouwen geen ruimte geven om zich te ontwikkelen. Ik vind het onverteerbaar dat 70 procent van de Marokkaanse en Turkse vrouwen alleen contact hebben met mensen uit hun eigen cultuur. Dat evenveel Marokkanen en Turken hun partner uit het thuisland halen. 'Je bent hier uit eigen vrije wil naar toegekomen. Als je problemen hebt, helpen we je. Als je dat niet wilt, heb je een probleem.'

Witte limousine

In de Chassé-buurt en de omgeving van het Mercatorplein gaan zo'n zeventig allochtone jongeren van 12 tot 17 jaar wel wat verder dan schelden. Vier tot vijf groepen zijn in kaart gebracht. Ze wisselen steeds van samenstelling en bestaan overwegend uit Marokkaanse, maar ook uit Surinaamse, Turkse en Antilliaanse jongeren. Crimineel mogen ze niet genoemd worden, officieel heten ze 'overlast gevende en hinderlijke jongeren'.

Het Ambulant Jongerenwerk in De Baarsjes, jongerenwerkers en nog een hele club professionals van Bureau Jeugdzorg, Justitie in de Buurt, buurtregisseurs, leerplichtambtenaren, streetcorner workers, het jongeren opvangteam en trajectbegeleiders houden zich met een gezamenlijke aanpak bezig. Maar het bestuur probeert ook met onorthodoxe methoden de jongeren in het gareel te krijgen.

Het is kerstavond 2004 in de Chassé-buurt. Een onbeschoft lange, witte limousine glijdt geruisloos langs de Aya Sofia moskee aan de Kostverlorenvaart en draait de Van Speijkstraat in. Hij stopt bij een onderdoorgang in het grauwe huizenblok. Het portier zwaait open en een groepje Marokkaanse en Surinaamse jongens en één Hollands meisje stappen uit de slee. Messoud, Sinho, Jermaine, Darryl, Saergent, Adnar en Cindy doen cool, stoer en jolig, maar zijn apetrots. De tieners gaan hun eigen dancehall-Kerstfeest-cd presenteren in het jongerencentrum La Rainbow, gevestigd in een langgerekte houten barak op het binnenterrein. Het doet denken aan een padvindershonk. Maar hier worden geen platte knopen geleerd.

La Rainbow richt zich op de opvang van overlast- en hinderjongeren in de Chassé-buurt, waar 87 procent van de jongeren van allochtone afkomst is. Een groep van zestien jongeren maakte de cd zelf. In tien weken tijd leerden ze met computers en keyboards werken, een website ontwerpen, zelf nummers schrijven en beats maken. Het centrum wordt deels door de jongeren, vrijwilligers, zelf gerund. Twee Marokkaanse jongens uit de Chassé-buurt worden opgeleid tot jongerenwerker. 'We willen dat ze wat leren', zegt de Surinaamse jongerenwerker Steve Redan, die met zijn methode tientallen jongens van de straat houdt. 'Ze zijn echt fanatiek, soms bijna te enthousiast. Door ze verantwoordelijkheid te geven, hebben ze ook minder tijd om rottigheid uit te halen. Ze leren hier dat ze ook met positieve dingen aandacht kunnen krijgen.'

Met het project 'Bouwen aan Burgerschap' probeert wethouder Henk Boes (cda, Welzijn) 150 zeer geïsoleerde - vooral Turkse en Marokkaanse - vrouwen in de Chassé-buurt uit hun isolement te halen en aan het werk te krijgen. De vrouwen krijgen twee jaar lang opleidingen, sollicitatie- en taaltraining, schuldensanering en ondersteuning bij de opvoeding. 'Wie niet mee wil doen, krijgt te maken met een korting op een uitkering', aldus Boes.

Probleemgezinnen

In de noordelijke Ortelius-buurt loopt weer een ander project. Bewoners wilden na de moord op Van Gogh het contact verbeteren. Bewonersconsulenten bezochten huis aan huis ruim 400 gezinnen in deze straat. Een kwart van de bewoners bleek zulke ernstige problemen te hebben dat ze zichzelf niet meer uit de put konden trekken. Veertig van hen bleken bijvoorbeeld niet eens over een telefoon te beschikken. Van die honderd kregen 54 werklozen taalcursussen, schuldsanering, opleidingen en werkplekken aangeboden, 21 bewoners gingen aan de slag, 32 gingen een opleiding volgen of vrijwilligerswerk doen. Na inspectie van Bouw- en Woningtoezicht werden particuliere huiseigenaren gedwongen om ruim 150 woningen op te knappen. In deze buurt loopt ook een succesvol project 'Buurtbemiddeling', waarbij bewoners zelf na een training conflicten en ruzies oplossen.

Door het opzetten van zogenoemde voorscholen voor kinderen vanaf 2,5 jaar en andere onderwijsprojecten wordt de taalachterstand van jonge kinderen aangepakt. Ouders worden persoonlijke contracten aangeboden, waardoor ze beter bij de school betrokken worden en het spijbelen wordt teruggedrongen.

De komende tien jaar wordt ongeveer 122 miljoen euro in de Chassé-buurt geïnvesteerd, inclusief de investeringen van corporaties en andere instellingen als het roc en de Aya Sofia. Op de plek van La Rainbow komt een nieuw Centrum voor de Jeugd.

De gecombineerde aanpak van overlastgroepen had succes in verschillende buurten van De Baarsjes. Maar eind vorig jaar werd duidelijk dat er juist in de Van Speijkstraat, waar La Rainbow ligt, nog grote problemen zijn. Een groep van 16 Marokkaanse jongens van 12 tot 19 jaar uit tien verschillende gezinnen zorgt voor enorme overlast. Ze intimideren, bedreigen en schelden buurtbewoners uit, pissen in brievenbussen, maken herrie, bekladden deuren, vernielen auto's. De overlast richtte zich vooral op een Egyptisch-Nederlands echtpaar, uitbaters van snackbar Rafaël in de Van Kinsbergenstraat en op vier, vijf adressen in de Van Speijkstraat. Tijdens oudejaarsnacht werd bij de snackbar een vuurwerkbom naar binnen gegooid. Maar na onderzoek bleken in totaal 42 bewoners overlast te ondervinden. Geen van de buurtbewoners meldde de problemen bij de politie. Geen van de daders is tot nog toe opgepakt of strafrechtelijk vervolgd.

'De overlast is door onze aanpak wel een stuk minder geworden, maar het blijft een behoorlijk probleem in de Chassé-buurt', zegt Don de Jong, tot december buurtregisseur in deze buurt. Hij bouwde er een unieke vertrouwenspositie op, samen met jongerenwerker Redan. 'Je lost het niet op. Je kunt alleen spreiden. Je hebt jongetjes van twaalf die al aanvoerder zijn, straatroven plegen. Dan ben je wel de man in de buurt. Een groot deel van de bewoners sluit de ogen. Het aantal bewoners dat betrokken is, is minimaal. Voor een deel krijgen de bewoners de buurt die ze zelf verdienen. Als je nooit wat zegt, nooit ergens voor opkomt, dan wordt het erg lastig.'

Juist in De Baarsjes nemen bewoners en buurtorganisaties ook opvallend vaak zelf het lot in handen. Zo kookten oudere Marokkaanse mannen vorig jaar in het ontmoetingscentrum de Hudsonhof, vlakbij het Mercatorplein, de hele ramadanmaand voor bejaarden in hun buurt. In de Kortenaerstraat, een min of meer 'Hollandse enclave' in de Chassé-buurt, brachten de arts Annetje Bootsma en journaliste Mickelle Haest een paar jaar geleden een bal aan het rollen. Ze begonnen een actie in hun buurt waardoor in 2,5 jaar tijd veertig Hollandse kinderen op de overwegend allochtone basisschool St. Jan werden ingeschreven. De helft van de onderbouw bestaat nu uit piepjonge 'natives'. Februari dit jaar hebben ouders eenzelfde initiatief genomen voor De Corantijn-school in een andere buurt van De Baarsjes

Voetbaltoernooi

Een ander voorbeeld. De orthodoxe jood Erwin Brugmans (54) had er zo schoon genoeg van dat hij elke sabbat op weg naar de synagoge door Marokkaanse buurtjongetjes werd uitgescholden voor 'kankerjood', dat ook hij besloot om in actie te komen. Brugmans is psychiatrisch verpleegkundige en sjamash (bewaker van de tempel) van de vrijwel onvindbare synagoge Sjoel West in de buurt van het Balboaplein.

In 2001, direct na de aanslagen op het World Trade Center in New York, zette hij samen met de Marokkaanse Raad, Marokkaanse buurtvaders en joodse organisaties het Marokkaans-joods overleg op. Een maand later werd ook de Dialooggroep opgericht.

De dialoog is mooi, maar hoe bereik je nou die echt foute jongens? De meesten hebben nog nooit een jood gezien, dacht Brugmans. Dat doe je niet met een debat. Wel met straatvoetbal. Samen met twee Marokkaanse jongerenwerkers en David van Wesel van het joods contactorgaan cidi organiseerde hij een Marokkaans-joods voetbaltoernooi op datzelfde Balboaplein.

Op zondagmiddag 10 oktober 2004 was het zover. Het plein was afgezet met rood-witte politielinten en er liepen tientallen journalisten, fotografen, cameralieden en ook enkele brede security-mannen rond. De sfeer was aanvankelijk wat onwezenlijk, buurtbewoners waren er nauwelijks, de toeschouwers waren onwennig. De joden uit Amstelveen en Oud-Zuid stonden aan de ene kant, de Baarsjes-Marokkanen aan de andere. De Marokkaanse straatvoetballers waren superieur en veegden de joodse spelers van het asfalt. Een middag lang. Na afloop aten de voetballers 'gebroederlijk' aan tafels op straat bij jongerencentrum de Zuidpool: kosjer en halal.

'Er is absoluut wat aan de hand', zei Driss Al Hasnaoui, een van de Marokkaanse voetballers later. 'Het is een kleine groep reltrappertjes die altijd rottigheid zoeken. Maar wij wilden laten zien dat niet alle Marokkanen zo zijn. We moeten die jongetjes al heel vroeg bijbrengen dat ze erg dom bezig zijn. Ja, dat wordt ook echt in eigen kring besproken.'

Na het toernooi sloot Brugmans een pact met de Marokkaanse jongerenwerkers Ali en Rida Hassnoui en Mustafa Mahklouf in De Zuidpool. 'Als we op vrijdagavonden worden uitgescholden, ga ik meteen naar ze toe en spreken wij die jongens op hun gedrag aan. Dat werkt geweldig. We moeten niet langer om de hete brij heenlopen en elkaar sparen. Dat gebeurt altijd. Je kunt die lastige jongens niet bereiken door het uitzetten van beleidslijnen.'

Voor een deel krijgen bewoners de buurt die ze zelf verdienen, constateerde politieman Don de Jong al. Hoewel een toefje meer authentieke Salm-woede - erop af, geen gelul - ook wel degelijk zou helpen, klopt zijn observatie ook. Mensen als Theo Mestebeld, Roy Beudeker, Erwin Brugmans en vele anderen die ik sprak, maken het verschil in een buurt. 'En je moet ook wat durven. Het had ook heel erg mis kunnen lopen', zegt Brugmans, terugblikkend op het voetbaltoernooi. Dat geldt ook voor het Baarsjes-bestuur. Het bestuur maakt ongetwijfeld fouten, ziet misschien bepaalde dingen niet. De diepere effecten zijn moeilijk te beoordelen. Maar het stadsdeel is in ieder geval bereid om te leren, iets te ondernemen, risico's te lopen. De gezamenlijke dodenherdenking had even makkelijk weer op rellen kunnen uitlopen. Met tien camera's erbij een public relations-nachtmerrie. Het ene initiatief leidt tot het andere. Er is wisselwerking tussen het bestuur en de buurtorganisaties. Het idee voor het voetbaltoernooi ontstond na de 4 mei-herdenking. Maar als het bestuur het plan niet had omhelsd, had gezorgd voor de vergunningen en geld had gegeven voor de beveiliging, was het een stille dood gestorven.

Zoals stadsdeelvoorzitter Henk van Waveren constateerde: het zal langzaam gaan. En met verschillende versnellingen. De Baarsjes-Turken van Haci Karacaer hebben straks hun prachtige Aya Sofia moskee, maar Erwin Brugmans denkt niet in dit leven nog mee te maken dat Sjoel West een davidsster op zijn gevel kan aanbrengen. 'We zijn net uit de kinderschoenen, we leren nu pas echt om te lopen.' M

Paul Andersson-Toussaint schrijft regelmatig voor M.

Roel Visser is fotograaf.

[streamers]

Een week na de moord op Van Gogh stelt de deelraad een 'Contract met de samenleving' voor aan de drie moskeeën in De Baarsjes, de Turkse, de Pakistaanse en de Marokkaanse.

'De meeste mensen vinden het na de moord op Van Gogh toch moeilijk iets over een Marokkaan of een Turk te zeggen. Ze zijn banger geworden. Dat is heel jammer, want we waren goed bezig hier.'

'Je constateert een probleem en je bekijkt hoe je dat oplost met de mogelijkheden die je hebt.'

Veel allochtone ouders weten vaak niet eens op welke middelbare school hun kinderen zitten.

'Toen mijn man een tijd ziek was, kwamen ze langs met bloemen en gebak.Verschrikkelijk aardig.'

'Onze buurtregisseur Theo Felixdaal is een kanjer. Hij waarschuwt niet, gaat gelijk schrijven.'

'Ik vind het bezopen dat jongetjes van vijf, zes jaar om tien uur 's avonds nog op straat lopen.'

'De overlast is door onze aanpak een stuk minder geworden, maar blijft een behoorlijk probleem.'