Het begin

De Bergse Voorplas in de wijk Hillegersberg, het welgestelde Venetië van Rotterdam. Een stralende zondagmiddag, op het water dobberen zeil-, roei- en motorboten, een ganzenfamilie peddelt er onverstoorbaar tussendoor. Het terras van watersportvereniging Aegir is druk bevolkt met bootjesmensen, peuters mét zwemvest maken ruzie om een schommel. Aan houten vlotten in het midden van de plas zijn tientallen koddige zeilbootjes vastgebonden, het eerste scheepje waarin kinderen zeilles krijgen. Met de aanstekelijke naam Optimist en dat is ontwikkeld uit een skelter waarmee kinderen de straten van Florida onveilig maakten. Op dit moment zijn er wereldwijd meer dan 150.000 geregistreerd. Vanaf zes jaar en in het bezit van twee zwemdiploma's kan er met zeilen worden begonnen. De wind blaast stevig, het bootje heeft beslist een eigen wil en de plas is toch wel heel erg groot. Binnen een uur worden vier kinderen frontaal getroffen door de giek en naar het terras afgevoerd. Om daar getroost te worden en de opkomende bult met ijs te bedekken. En is er eentje omgeslagen. Die met droge kleren weer onverstoorbaar verder ploetert. Dan is het tijd voor de theorie en dat gebeurt op het vlot. Een schematische tekening van de boot met een verklarende tekst betreffende de verschillende onderdelen, het weer, stuurboord betekent rechts. En om nooit te vergeten, er bevindt zich een r in het woord. Of is het nu juist andersom?

Dit is de achttiende aflevering in een serie over kinderen en sport.