Hangouderen

Na de hangjongeren zijn er nu de hangouderen: minder gewelddadig, maar net zo verveeld en boos. Rutger Lemm (19) hing mee

De lucht is grijs. Dat is niet goed. De hangouderen hangen alleen massaal als het zonnetje schijnt, zo is mij verteld. Als ik bij de Hoornse haven aankom, blijkt de oogst inderdaad schaars. Er zitten drie mannetjes op een bankje te keuvelen, één zit er op een bejaardenscooter naast. Ze bespreken de mensen in het stadje (,,Lucas heeft nu een snor, wist je dat?''), de wedstrijd die PSV vanavond zal spelen (,,het balletje is rond hè, het balletje is rond'') en vooral hun eigen welzijn (,,bij de jongeren gaat dat koppie nog veel vluggerder... wij vergeten al die namen.''). Achter het bankje rookt de intens nors kijkende man op de bejaardenscooter stilzwijgend zijn sigaar. Hij voegt niks aan het gesprek toe en alles lijkt langs hem heen te gaan. Ondertussen vaart de havenmeester langs. ,,Mooi bootje'', brommen de drie op het bankje.

,,Waarom hangt u hier?'', vraag ik. ,,Er is niks anders te doen'', antwoordt Henk, hardhorend, droevige ogen, petje op. Dan verzanden ze weer in een gesprek hierover (,,er is geen kloot op de televisie'') en duurt het een tijdje voor ik mijn volgende vraag kan stellen. ,,Waarom hangt u op deze plek?'' Henk gebaart naar het uitzicht, het water, en zegt: ,,Het is als een schilderij dat telkens weer verandert.'' ,,Zijn de vrouwen er wel eens bij?'', vraag ik. Als antwoord klinkt hard gelach. Intussen is de stille man vertrokken. Ik vraag aan de overgebleven drie mannetjes hoe hij heet. ,,Willem. Die zegt nooit zoveel.'' ,,Willem de Zwijger dus'', concludeer ik. Er wordt weer smakelijk gelachen. Ik ben geaccepteerd.

Dan vinden ze het welletjes en pakken hun fietsen. Ik vraag in de buurt nog wat rond, maar zowel de vrouw van het visrestaurant, de havenmeester en de wijkagent zeggen nog nooit overlast van de ouderen te hebben gehad. ,,Die mannen zitten daar al zolang als ik me kan herinneren'', aldus de havenmeester.

De volgende dag schijnt de zon wel. Nu zitten er een stuk of tien hangouderen op het bankje en het muurtje ervoor. Vandaag is Cor er, een man met enorme wenkbrauwen die in grote punten boven zijn ogen uit steken. Hij heeft een prachtige, luide vertelstem en een spitsvondig vocabulaire. Hij is de leider, dat is duidelijk. ,,Als Jan-Peter Balkenende zijn snor laat staan, is het net Adolf. Als ik zoiets er bij mijn vrouw uit zag komen, dan duwde ik het niet alleen terug, dan zou ik meteen die kop eraf snijden.'' Wauw, de toon is duidelijk een stuk minder gemoedelijk dan gisteren. Een man met een baard die Nico heet keert zich naar mij: ,,Schrijf maar dat we een beetje racistisch zijn. Twéé beetjes.''

Ze zijn ongelooflijk bóós. Op Balkenende, op de gemeente, op de jongeren. Ze voelen mee met de hangouderen die in Oude Pekela uit het winkelcentrum verbannen werden. Ze vinden dat zij, ,,de mensen die dit land hebben opgebouwd'', belachelijk slecht behandeld worden. Ze hebben het over hypocrisie: ,,De junks krijgen een eigen plek om fikkie te stoken, maar als een agrariër een paar takkies aansteekt, krijgt ie een boete van 50 euro!''

Er vallen steeds meer overeenkomsten met hangjongeren op. De woede, de verveling, en ook de hiërarchie. Je hebt de stoere praters die de beste grappen maken en het meest durven. Zij zijn duidelijk de leiders. Dan heb je de meelopers, die alleen maar met de leiders meelullen en iets te hard om hun grappen lachen. Als laatste zijn er de zwijgers, die er wel bijhoren, maar te verlegen zijn om iets aan het geheel toe te voegen.

Cor en Nico raken ook nog eens in een soort `diss' verzeild. Ze beledigen elkaar, puur voor het vermaak van het publiek. Wie het hardste gelach krijgt, wint. ,,Zie je nooit eens die reclames van Gillette, baardmans? Je lijkt Jezus Christus wel.'' ,,Moet jij nodig zeggen, met dat onkruid boven je ogen.'' ,,Dat zijn mijn raamkozijnen!'' ,,Die mogen dan wel eens versteld worden, tuinkabouter.'' De anderen vinden het prachtig.

Het is een geruststellende gedachte dat je uiteindelijk precies zo eindigt zoals je eens begon: hangend op een bankje met je vrienden, stoere praatjes spuiend. Laten we alleen hopen dat de hangouderen nog even geen geweld en vandalisme zullen gaan hanteren. Anders heeft Nederland heel wat te vrezen.