Geen mooi jaarverslag bij RTC

Real Time Company, voorheen Newconomy, balanceert op de rand van de afgrond. Aandeelhouders mochten gisteren kiezen: failliet gaan of een doorstart op basis van een vaag plan.

Veel wees erop dat de aandeelhoudersvergadering van investeringsmaatschappij Real Time Company gisterochtend er een was van een bedrijf dat in grote geldnood verkeert. Als locatie was gekozen voor een donker achterafzaaltje in het Haagse winkelcentrum Babylon, voor de wc moesten de aanwezige aandeelhouders dertig cent betalen. Er was geen gestencilde versie van de agenda verspreid noch een ,,glimmend jaarverslag'', moest president-commissaris Marius Jonkhart erkennen. De jaarrekening over 2004 had bovendien een voorlopig karakter, omdat de accountant die haar had moeten goedkeuren niet betaald kon worden. De vergadering benoemde aan het eind een andere accountant die goedkoper was.

De oorzaak is eenvoudig: Real Time Company (RTC) verkeert in staat van surseance van betaling. De communicatie met de beleggers verloopt al sinds oktober vorig jaar via de website van advocaat Hans Tiethoff, de bewindvoerder van de investeringsmaatschappij.

RTC is bij het grote publiek beter bekend als zijn rechtsvoorganger, Newconomy, dat eind jaren negentig door Maurice de Hond was opgericht. Ooit was dat bedrijf op de beurs bijna 400 miljoen euro waard en stond de koers op 15 euro. Al sinds geruime tijd zit de klad er in.

Van het tiental deelnemingen uit de boedel leveren er nog maar een paar wat op. De totale waarde daarvan wordt getaxeerd op hooguit acht ton. De schuldenlast ligt rond de 14 miljoen euro. Op de beurs is RT Company verworden tot een penny stock; de koers van het aandeel schommelt al maanden rond de 6 eurocent, de beurswaarde daarmee rond de 8,4 miljoen.

Maar er is hoop. Gisterochtend lichtte investeerder George Tóth zijn al eerder aangekondigde voorstel toe om nieuw leven in RT Company te blazen. Kern van zijn reddingsplan is het beschikbaar stellen van 1,2 miljoen euro om met schuldeisers tot een akkoord te komen en vervolgens maximaal 15 miljoen euro te lenen om bestaande activiteiten te ,,intensiveren'' en nieuwe activiteiten te starten, bijvoorbeeld met ,,een stukje vastgoed''.

De 15 miljoen wil Tóth via een converteerbare lening inbrengen tegen een conversiekoers van 1 eurocent. Hierdoor verkrijgt hij, en drie aan hem gerelateerde ondernemingen, 91 procent van de aandelen in RTC in handen – hij heeft al een kleine 5 procent.

,,Ik vraag de vergadering om vertrouwen. Als ik dat niet krijg, trek ik mijn voorstel in. Ik ga er dan niet nog meer moeite insteken'', zegt de man die verklaarde van nature ,,erg lui'' te zijn.

Beleggersvoorman Peter Paul de Vries vertrouwt de witte ridder met de zwarte snor niet. De directeur van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) had het al eens aan de stok met Tóth bij diens geslaagde poging ook een controlerend belang te krijgen in een andere beursfonds, De Vries Robbe Groep. De VEB-directeur is bang dat Tóth vatbaar is voor belangenverstrengeling door bijvoorbeeld eigen vastgoed voor een te hoge waarde bij RTC in te brengen. Maar vooral vreest De Vries dat Tóth de koers van het aandeel, dat hij voor 1 cent verkrijgt, kunstmatig zal opblazen, ,,vergelijkbaar met het trucje dat ik bij De Vries Robbe heb gezien''. De directie en commissarissen verweet De Vries geen interesse te hebben voor ,,hoe het de aandeelhouders over tien jaar vergaat''.

Het bestuur en ook Tóth pareerden De Vries' kritiek door hem te vragen welk alternatief hij zelf ziet. ,,Of we accepteren het plan-Tóth, of we moeten faillissement aanvragen'', definieerde voorzitter Jonkhart de beggar's choice die voorlag. Tóth erkende zelf van de transactie ,,wijzer'' te worden, maar verklaarde plechtig ,,te goeder trouw'' te handelen. ,,Ik ben ondernemer en ga dus voor winst.'' Maar hij zal het netjes en transparant doen. Als het tegendeel blijkt, daagde hij De Vries uit om naar de rechter te gaan. De VEB-directeur bleef bij zijn oppositie en stemde tegen. Hij was de enige.