Engelen Maren

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week nabij 's-Hertogenbosch

Er hangt vroegnevel boven het kanaal, de zon bebroedt ons vanachter het grijs. De brug heft een stuk weg weg. In de cockpit kijkt de bruggenwachter naar de reality show op zijn scherm, niet naar de boten buiten.

We wachten. Ik ruik fluitekruid, het geurt wee, net niet bedorven en daarom aangenaam.

Het schip is voorbij. Het stuk weg zakt terug. We mogen door, de Henri√ęttewaard in. Dat is een gebied zo mooi als zijn naam, lenters volgegroeid met wulps gewas met en zonder pluimen. Er staan hoge bomen op rijtjes en clusters struiken staan in de bloemetjes. Aan de grond woekert wit de akkerhoornbloem.

,,Koekoek, koekoek...'' loeit het in het groen. (,,...Een vrouw in een mannenbroek...'' zingt man terug).

We volgen de eerbiedwaardige Oude Dieze met wallekanten vol geel koolzaad en steken de spui- sluis over die triestig Crevecoeur heet. Ik ruik allesreiniger, maar het is mogelijk dat ik me dat verbeeld vanwege de vlekken en vlokken schuim op het drukke water.

Daar is de Maas. Hij slingert. De wandelroute wil ons op de Empelsedijk houden, maar wij kiezen voor de uiterwaarden, we verkiezen soppen boven stampen. Er loopt door het scheenhoge natte gras een pad. Het ligt dicht langs de rivier en het biedt zicht op de bulten en buizen van een fiere baggermolen, dus het is te mooi om links te laten liggen. Er zweefvliegen wolken bruine insecten om mijn armen, mug-achtig maar compacter en van steken hebben ze niet gehoord.

Ook aan de andere kant van de A2 blijft het rivierlandschap een geschenk, maar mijn nek heeft het zwaar want ik wil de rij plompe periscopen niet zien die hier doorgaan voor moderne huizen. De hoge witte panden staan vrij, en ze claimen allemaal zicht op de Maas een prachtig uitzicht aangezien zij zichzelf niet hoeven zien.

We zijn er voorbij, we kunnen weer om ons heen kijken. De dijk die we nu volgen is stil op wat motormuizen na, met zijspan, alleen, met zijn allen. Soms vrolijk slalommend, meestal glimlachend uit hun integraalhelm.

Twee tegenwandelaars vragen ons of wij ook in training zijn voor de 4-daagse van Nijmegen. Ik heb het hart niet om ze te zeggen dat ik daar niet aan moet denken, ze zijn zo enthousiast. Ze vertellen hoe ze elke week trainen, steeds lopen ze een stuk verder, maar ,,het echte werk, dat moet daar gebeuren''. Ze glimmen bij het idee van dat echte werk. En omdat ze elkaar zo leuk vinden.

15 km. Kaarten 2, 3, 4 uit: Maarten van Rossumpad. Uitg. NIVON, 2001. Openbaar vervoer rijdt niet op deze route. Tel. taxi: 073 641 6464.