Elvis in de Dode-Zee-Rollen!

Vroeg christendom, halfvergane oude teksten, geheimzinnige geleerden en onbegrijpelijke geheimhouding: het is een krachtige mix van publicitaire ingrediënten. De recente media-ophef over het opgedoken Evangelie van Judas heeft het onlangs weer bewezen. Zelfs serieuze kranten verbinden dat nieuws graag aan de roman De Da Vinci-code. Zo haken ze aan bij kennis en belangstelling van de lezers, terwijl de `theorieën' over het vroege christendom uit deze roman toch geen enkele wetenschappelijke waarde hebben. (A propos: zelfs de auteur Dan Brown heeft nu officiëel verklaard dat De Da Vinci Code een roman is en geen feitelijk boek. Dat hij dit nodig acht, zegt veel over de impact van zijn boek.)

In sommige andere berichten over het Judas-evangelie wordt met grote liefde gesuggereerd dat het Vaticaan altijd heeft geprobeerd dit evangelie verborgen te houden omdat het `een gevaar voor het geloof' zou vormen. (A propos: dat gevaar is erg onwaarschijnlijk omdat het Judas-evangelie bij nadere bestudering geen enkel licht werpt op Jezus zelf, maar typisch een product is van tweede-eeuws gnostisch christendom.)

Ach ja, zo gaat dat nu eenmaal in de wereld van religie, oudheden en media. Maar de geleerden zelf verbazen zich hógelijk over deze toestand, zo blijkt uit een erg interessante aflevering van het tijdschrift Dead Sea Discoveries. De stukken in het tijdschrift vormen de neerslag van een symposium over de `Dode-Zee-Rollen en volksverbeelding' in 2002.

Let op! Dit tijdschrift gaat dus over de Dode-Zee-Rollen: dat zijn joodse boekrollen van rond het begin van de jaartelling, gevonden bij de Dode Zee in 1945. En dat is dus iets heel anders dan de Nag Hammadi Codices, gevonden in de Egyptische woestijn in 1947. Dàt zijn gnostisch-christelijke boeken (met een rug, waarin je kunt bladeren) uit de vierde eeuw, met teksten in het koptisch die teruggaan op Griekse originelen uit de tweede tot vierde eeuw. Het een is joods, het ander christelijk.

Deze verwarring over de aard van de rollen, meestal in de vorm dat de Dode-Zee-Rollen geheime kennis over de oorsprong van het christendom zouden bevatten, ligt voor een deel ten grondslag aan de grote verbazing en verwarring die uit de geleerde verhalen spreekt in `Dead Sea Discoveries'. ``Zelfs evenwichtige verslaggevers zullen het lokaas van de christelijke oorsprong gebruiken om opwinding bij hun lezers te veroorzaken, zodat altijd weer de boodschap blijft hangen dat de rollen toch op de een of andere manier `christelijk' zijn', is bijvoorbeeld een van de sombere conclusies van Lawrence Schiffmann van New York University. Hij maakt overigens ook duidelijk waarom die connectie met het christendom zo hardnekkig is. Een nauw betrokken geleerde die zich in de jaren vijftig voor het eerst in het openbaar over de Rollen uitsprak, John Allegro, hing namelijk precies die theorie aan: dat de theologie van het christendom zijn oorsprong vindt in de ideeën van de joodse sekte (waarschijnlijk de Essenen) die de Dode-Zee-Rollen hebben opgeschreven. Niet gek, dat zo'n krachtig idee blijft hangen, ook al is de huidige geleerde consensus dat Jezus weinig met deze Essenen op had. Sowieso zijn de teksten ouder dan het christendom.

Het idee van die christelijke connectie was zó krachtig dat het zelfs in Israël de `nationalistische mythe' rond de rollen met de dappere soldaat-archeoloog Yigael Yadin als stralend middelpunt overvleugelde. Yadin zag een direct verband tussen de jonge staat Israël (opgericht in 1948) en de oude joodse staat van 2000 jaar eerder, waarmee de rollen dus een direct contact vormden. In een andere bijdrage beschrijft Maxine Grossman (University of Maryland) hetzelfde proces als Schiffman, waarbij hij zelfs in de meest groteske verhalen over de Rollen (zoals een apocalyptisch verhaal in The Sun, uit 1999) sporen ontdekt van wetenschappelijke discussies volkomen uit hun verband gerukt, maar toch.

De prikkelende geheimzinnigheid rond de rollen wordt alleen maar groter als in de jaren zeventig en tachtig steeds duidelijker wordt dat de geleerden die de teksten dienen uit te geven totaal niet opschieten. Waarom blijven de publicaties uit!? De waarheid is dat de onderzoekers hun `kindjes' niet graag afgeven maar de eer voor zichzelf willen houden, ook al is dat een rem op de wetenschap. In de media krijgen natuurlijk duisterder krachten de schuld, meestal het Vaticaan. John Allegro beschuldigde trouwens ook zijn collega's van geheimhouding om het christendom te `redden'. Een groot media-offensief, geleid door het Amerikaanse populaire tijdschrift Biblical Archeological Review, leidde begin jaren negentig tot openbreken van het `geleerdenkartel' en versnelde publicatie. Inmiddels kan iedereen zelf in complete vertalingen nakijken dat Jezus inderdaad niet genoemd wordt in de Rollen.

Deze sfeer van geheimhouding en strijd heeft de mix van mysterie en religie compleet gemaakt. Zelfs Elvis zou in de Rollen worden genoemd, volgens sommige schandaalblaadjes, en natuurlijk de oplossing voor aids en de voorspelling van het einde van de wereld. Tegen die achtergrond publiceerde The New Yorker een cartoon waarin iemand op een pak koekjes leest dat het recept van deze heerlijke brownies afkomstig is uit de Dode-Zee-Rollen. Hoe gekker hoe beter, lijkt het devies. Schiffmann verzucht zelfs dat er in de verslaggeving over het Dode-Zee-Rollen-onderzoek een soort omkering plaatsvindt: juist de marginale theoriën krijgen de meeste aandacht. ``Heeft de sectarische neiging om de werkelijkheid om te keren en de vaak verdraaide blik van rollenschrijvers soms geleid tot eenzelfde verdraaiing en omkering in de moderne media?'', schrijft hij haast moedeloos aan het einde van zijn artikel.

Natuurlijk krijgt deze lamentatie ook tegenspraak. Jeffrey H. Mahan stelt nuchter vast dat de meeste Rollen-onderzoekers ook bar weinig moeite doen om hun verhaal voor het voetlicht te brengen. ``Het probleem is dat het idee dat `echte geleerden' onbegrijpelijk zijn voor een gemiddelde lezer evengoed onderdeel is van de academische cultuur als van de populaire cultuur.'' De Rollen-onderzoekers moeten hun fijnzinnige gevoel voor literaire genres dat ze met zoveel succes in onderzoek van de oude joodse teksten toepassen, ook maar eens gebruiken om de moderne media te begrijpen, merkt Mahan snedig op. En oud-journalist Mark Silk geeft hen een handige tip: ``Als je gevraagd wordt om een uitspraak te doen over een theorie die je lariekoek vindt, zorg er dan voor dan je een eigen verhaal hebt, een competing story. De journalisten zullen je diep dankbaar zijn.''

dead sea discoveries. a journal of current research on the scrolls and related literature. Vol 12, nr.1 2005 `the dead sea scrolls in the popular imagination'. 100 blz. uitgeverij brill (www.brill.nl). jaarabonnement (drie nummers): €89. ter inzage in veel universiteitsbibliotheken