Eenzaam achter de voordeur

Gezinsmoorden zijn van alle tijden. Dit jaar waren er twee in dezelfde wijk in Zoetermeer, in 1997 waren er twee in Hoofddorp. Steeds werden de daders door buurtbewoners `gewone mensen' genoemd.

Wat is gewoon, bijvoorbeeld in Hoofddorp? Over ambitie, schulden en keuzestress.

In januari van dit jaar kwam een wijkagent langs in het parochiehuis van de rooms-katholieke kerk in Hoofddorp. Er was, zei hij, een vrouw die had geprobeerd zelfmoord te plegen. Haar ex-man had schulden gemaakt en nu zou voor de tweede keer in korte tijd het water afgesloten worden. De vrouw was daar zo wanhopig van geworden dat ze de gaskraan open had gedraaid, haar dochter was erbij. De wijkagent had in het huis Mariabeelden zien staan, hij kwam vragen of de kerk de vrouw wilde helpen.

Leo Mesman, die pastor is in de meeste nieuwbouwwijken van Hoofddorp, ging bij de vrouw op bezoek. Ze woonde met haar dochter in een groot huis, er stonden mooie spullen, het was er, zegt hij, ,,heel netjes''. De buren van de vrouw hadden de politie gewaarschuwd omdat ze gas hadden geroken. Maar van de problemen die de vrouw had, wisten ze niets. Ze had hun niet om water gevraagd toen ze drie weken afgesloten was geweest van het waterleidingnet. Ze had flessen gekocht.

,,Ik heb zorg'', zegt Leo Mesman. ,,Er is veel narigheid te vinden achter de voordeuren in zo'n wijk.'' Daarna praat hij over het gebrek aan `sociale samenhang' in de nieuwbouw van Hoofddorp, over de hoge hypotheken die mensen hebben afgesloten waardoor ze veel moeten werken, over de vele echtscheidingen, en over de moeite die mensen soms hebben met de opvoeding van hun kinderen omdat ze weinig tijd en weinig rust hebben.

De directeur van een gezondheidscentrum, de predikant van een protestantse kerk, de directeur van een christelijke basisschool en een welzijnswerker die peuters voorbereidt op de basisschool zeggen daarna bijna hetzelfde. Ze noemen het bestaan in de nieuwbouw van Hoofddorp `postmodern', de inwoners lijden aan `keuzestress' en `regelstress', en ze vinden dat gezinnen die ze door hun werk hebben leren kennen vaak `geïsoleerd' zijn.

Daarmee bedoelen ze niet dat er in Hoofddorp dus wel weer iemand zal zijn die op een dag zijn kinderen vermoordt, zoals twee keer eerder in Hoofddorp gebeurde, omdat de spanningen te groot zijn geworden. Maar ze willen graag over die spanningen vertellen omdat de gezinnen die ze kennen dat zelf bijna nooit doen, omdat ze zien dat kinderen er last van hebben, omdat ze niet weten wat hulpverleners eraan zouden kunnen doen als gezinnen niet geholpen willen worden, en ook omdat ze het gevaarlijk vinden. ,,Dat verhaal van die vrouw en het waterleidingbedrijf had heel anders kunnen aflopen'', zegt Leo Mesman.

Helga Smit, die een project coördineert om kinderen voor te bereiden op school, zegt: ,,Ik zie de apathie van mensen als hun leven anders loopt dan ze hadden gedacht toen ze hier kwamen wonen, en dan kan ik me zo goed voorstellen dat ze exploderen.'' Ze vertelt over een vrouw bij wie ze soms komt om haar zoontje te helpen. Ze doet voor hoe de vrouw meestal zit: voorover gebogen, haar hoofd steunend op gekruiste armen. ,,En naast haar op de bank ligt een stok. Voor als de kinderen niet luisteren.''

Uit berichten in kranten van de afgelopen tien jaar blijkt dat het elk jaar zo'n twee of drie keer voorkomt dat ouders met opzet hun eigen kinderen doden, en daarna soms ook zichzelf. De afgelopen maanden gebeurde dat opeens drie keer kort na elkaar: twee keer in Zoetermeer, één keer in Hilversum. Ook in januari en februari 1997 kwam het opeens vaker voor dan anders: twee keer in Hoofddorp, één keer in het Limburgse dorp Montfort, en in Breda. Uit de berichten in kranten blijkt dat de mensen die de afgelopen tien jaar hun kinderen doodden in meer dan de helft van de gevallen problemen hadden in hun relatie. Twee keer, in 1996 en in 2003, waren de daders psychiatrische patiënten, en één keer, in 2002 in Roermond, werden kinderen omgebracht uit een gezin dat al jaren werd begeleid door hulpverleners.

In lang niet alle gevallen is na te gaan welk beroep de ouders hadden. De man uit Zoetermeer die twee weken geleden een bekentenis aflegde over de moord op zijn gezin, werkte als ICT'er, zijn vrouw was onderwijzeres. De man uit Hilversum die zijn vrouw en zoons vermoordde was politieman, en de vrouw uit Zoetermeer die begin dit jaar haar kinderen doodde en zelfmoord pleegde, werkte bij de provincie Zuid-Holland. Er was ook een tandarts, uit Hoofddorp, die in januari 1997 samen met zijn vrouw hun drie kinderen doodde. Van de man die een maand daarna zijn vrouw en kind doodde, ook in Hoofddorp, was alleen bekend dat hij schulden had en dat hij op zijn werk fraude had gepleegd voor bijna 120.000 gulden. Hij was ontslagen, maar dat had hij niet aan zijn vrouw verteld. Die vrouw werkte bij het Korps Landelijke Politiediensten. De man in Roermond die zijn huis in brand stak waardoor zes kinderen werden gedood, was vuilnisman. Verder waren er ook een metaalarbeider, een verpleegkundige en een pedicure die hun kinderen vermoordden. In bijna alle gevallen zeiden buurtbewoners dat de daders ,,zulke gewone mensen'' waren. En soms: ,,Ze waren wel erg op zichzelf.''

Marijke 't Hart, directeur van twee gezondheidscentra in Hoofddorp en opgeleid als klinisch psycholoog, zegt dat ze de afgelopen weken veel heeft nagedacht over de gezinsmoorden. Het houdt haar bezig, zegt ze, dat die twee keer voorkwamen in nieuwbouwwijken in Hoofddorp en twee keer in dezelfde nieuwbouwwijk in Zoetermeer. Marijke 't Hart denkt ook dat dat misschien niks zegt. Gezinsmoorden zijn ,,van alle tijden'', en ze denkt dat mensen die hun kinderen doden ,,gevoelig'' moeten zijn voor de waan die daar volgens haar bij hoort. ,,Net als bij suïcide. Maar er kunnen externe factoren zijn waardoor je een grens over gaat.''

Schouwburg

Marijke 't Hart herinnert zich dat ze kwaad was omdat háár salaris niet meetelde toen ze lang geleden met haar man een hypotheek afsloot. Maar nu, zegt ze, kunnen mensen wel heel makkelijk geld lenen voor een huis. ,,Ik weet dat de financiële druk in de nieuwe wijken enorm is, en dat veel mensen gaan scheiden omdat die druk te groot wordt. Er kan bij mensen een oerangst naar boven komen, of misschien komt er iets naar boven van vroeger waardoor ze denken: `Ik ben mislukt.' Mensen kunnen dan zo gek gaan denken.''

Marijke 't Hart zit in het bestuur van de schouwburg in Hoofddorp. Toen dat bestuur op zoek ging naar leden van buiten Hoofddorp, bijvoorbeeld uit Amsterdam, besefte ze opeens dat ze voor veel hoogopgeleide Amsterdammers in een plaats woont waar je niet hóórt te wonen. Hoofddorp, Nieuwegein, Zoetermeer, Almere – daar ga je niet heen als je genoeg geld hebt voor een huis in een mooie buurt van Amsterdam, Den Haag, Haarlem of Utrecht.

Drie jaar geleden deed de gemeente Haarlemmermeer, waar Hoofddorp bij hoort, een onderzoek naar `leefstijlen in de polder'. In het verslag van dat onderzoek staat dat de inkomensverdeling in Haarlemmermeer `vlakker' is dan in de rest van Nederland: de laagste en de hoogste inkomensgroepen zijn ondervertegenwoordigd. Twintig procent van de inwoners wordt `opwaarts mobiel' genoemd. Dat zijn de mensen die volgens de onderzoekers `maatschappelijk succes en hogerop komen' belangrijk vinden, en die graag aan anderen laten zien wat ze hebben bereikt. In het onderzoeksrapport staat: ,,Opwaarts Mobielen leiden een druk, impulsief en gehaast leven, waarin werk voorop staat.'' In Haarlemmermeer wonen meer `opwaarts mobielen' dan gemiddeld in de rest van Nederland (dertien procent), en in de nieuwbouw zijn het er nóg meer: in sommige wijken wordt meer dan dertig procent zo genoemd.

Volgens het onderzoek wonen in Haarlemmermeer ook bijna twee keer zoveel `nieuwe conservatieven' als in de rest van Nederland. In het verslag staat dat dat mensen zijn met traditionele opvattingen over normen en waarden. ,,Discipline, respect, correcte omgangsvormen en een traditioneel gezinsleven zijn sleutelwoorden in dit milieu.''

Tuinen en schuttingen

Op een woensdagochtend in april staan Felicia Neijzen en Raymond Bakker te kijken naar de eerste paal die de grond ingaat van twee basisscholen en een winkelcentrum in Floriande, de nieuwste wijk van Hoofddorp. Een wethouder zit in de heikraan, kinderen zingen een liedje, ze laten ballonnen los. Felicia Neijzen en Raymond Bakker zijn erbij omdat ze in de medezeggenschapsraad zitten van de christelijke basisschool De Brandaris, die nu alleen nog maar een noodgebouw heeft. Ze hebben allebei drie kinderen.

Felicia Neijzen, freelance notuliste, woonde eerder in Nieuw-Vennep. Daar kende ze veel andere ouders van school. Die waren bijna allemaal ingeroosterd als overblijfouder. In Hoofddorp hebben de meeste ouders daar geen tijd voor. Felizia Neijzen kent wel veel mensen in de wijk waar ze woont. Er is saamhorigheidsgevoel, zegt ze, omdat de meesten er tegelijk kwamen wonen en met elkaar afspraken moeten maken over tuinen en schuttingen. ,,Maar ik heb geen buurvrouw die me binnen roept voor de koffie. Het zou me naar de strot vliegen als dat wél zo was.''

Na de bijeenkomst zit Raymond Bakker in het noodgebouw van de school. Hij is 37, verpleegkundige. Bijna twee jaar geleden verhuisde hij van een flat in Haarlem naar een eengezinswoning in Hoofddorp. Hij vond dat de buurt waar hij woonde verloederde. ,,Je moest altijd opletten wat er op de galerij gebeurde.'' In Hoofddorp kunnen zijn kinderen buitenspelen. Hij had ook wel in een betere buurt in Haarlem willen wonen, maar daar waren de huizen te duur.

Raymond Bakker werkt tweeëndertig uur per week, vaak in het weekend. Zijn vrouw, onderzoeker bij de Raad voor de Kinderbescherming, werkt dertig uur. De kinderen gaan één dag per week naar hun opa en oma. Raymond Bakker vindt dat ze dat goed geregeld hebben. Maar hij vindt ook dat hij het te druk heeft. Hij heeft geen tijd om de krant te lezen, hij heeft bijna nooit tijd om hard te lopen en al helemaal niet om lid te worden van een sportvereniging. Vroeger speelde hij basketbal. Hij zegt: ,,Ik zou graag meer ontspannen tijd hebben met mijn gezin. Ik heb kinderen die niet al te rustig zijn, en omdat ik zoveel moet werken komt die ontspanning er bijna niet van.''

Móet hij zoveel werken? Ja, zegt hij. Hij is nu ,,een soort vervanger'' van zijn teamleider en dat zou hij niet kunnen zijn als hij minder werkte. ,,En ik heb niet voor niks geleerd.'' Hij vindt nu al dat hij onder zijn niveau werkt – hij wil zelf leiding geven of coördinator zijn – en hij wil niet minder verdienen. ,,We kunnen er nu goed van leven. Dat vind ik heel belangrijk. Ik wil mijn kinderen niks te kort doen. Ik wil dat ze met de mode mee kunnen gaan en ik wil hun zo nu en dan wat extra's kunnen geven.'' Hij wil ook ,,lekker op vakantie'' gaan en hij wil een nieuwe auto kopen als hij denkt dat dat nodig is. ,,Je móet een auto hebben hier. Anders kom je niet bij de winkels.''

Slaapmiddelen

Marijke 't Hart zegt dat er in de twee gezondheidscentra waar ze directeur van is, in de nieuwbouwwijken Overbos en Floriande, veel mensen komen met `spanningsklachten'. Er worden vaak slaapmiddelen en kalmeringsmiddelen voorgeschreven en de gezondheidscentra proberen nu na te gaan hoe patiënten daar weer vanaf kunnen komen. ,,Er is veel psycho-sociale problematiek'', zegt Marijke 't Hart. Ze denkt dat dat te maken heeft met keuzes die mensen maken, waardoor ze bijvoorbeeld veel moeten werken, maar ook met de verhuizing. ,,Verhuizen staat in de top drie van trauma's, ná sterfgevallen en scheiding. Mensen houden van gewoontes, ze willen graag weten naar welke bakker ze moeten gaan.'' Na een verhuizing voelen ze zich verloren en aan hun nieuwe buren hebben ze vaak niets. Volgens Marijke 't Hart komen bewoners van de nieuwbouwwijken vaker bij de huisarts als hun kinderen ziek zijn omdat ze er niet over praten met hun buurvrouw. Die had hen misschien gerust kunnen stellen als ze met haar eigen kinderen hetzelfde heeft meegemaakt.

Consultatiebureaus in Hoofddorp organiseren nu groepsconsulten waardoor mensen met kinderen elkaar leren kennen. Maar als ouders al na een paar maanden wegblijven wordt er niets gedaan om hen toch weer te laten komen. ,,Daar is geen beleid voor'', zegt Marijke 't Hart. Ze vindt ook dat mensen ,,in vrijheid'' moeten kunnen beslissen wat goed voor hen is. Ze zegt: ,,Het is een lastige afweging. Hoe ver moet je gaan in preventie? Welke inspanning weegt op tegen wat je misschien aan problemen ontdekt? Er wonen miljoenen mensen in nieuwbouwwijken. En als mensen anoniem willen blijven, verhuizen ze weer.''

Marijke 't Hart vertelt over de man en de vrouw uit Hoofddorp die in 1997 hun drie kinderen doodden. Ze hadden daarna geprobeerd zelfmoord te plegen, maar dat was mislukt. In de rechtszaal zeiden ze later dat ze bij hun oudste zoon wilden zijn, die in 1994 was overleden aan leukemie. Het gezin leefde teruggetrokken, zegt Marijke 't Hart, maar in de buurt wisten mensen dat de man en de vrouw veel verdriet hadden om de dood van hun zoon. ,,Het was ook bekend dat ze daar niet overheen kwamen. Er was contact met de huisarts. Maar dat ze in staat waren om hun kinderen te vermoorden, dat bedenk je niet. Het waren aardige, redelijke mensen.''

Het was een extreem geval, bedoelt ze, en niemand had het kunnen zien aankomen.Maar er zijn in nieuwbouwwijken zoals in Hoofddorp ook problemen die je wel kunt zien als je er je best voor doet. De problemen van kinderen bijvoorbeeld. ,,De ellende is'', zegt Marijke 't Hart, ,,dat mensen die kinderen krijgen vaak net klaar zijn met hun opleiding. Ze willen aan het werk, ze willen zich bewijzen. Maar kinderen lijden eronder als ze te weinig aandacht krijgen''.

Om zeven uur in bed

Fried de Vries, directeur van basisschool De Brandaris, zegt dat ouders vaak een eenzame indruk op haar maken. Ze merkt ook, zegt ze, dat ouders niet weten waar ze naartoe moeten gaan als ze hulp nodig hebben. ,,Ze komen soms met hun problemen bij ons, ze vragen emotioneel-opvoedkundige adviezen. Maar daar zijn wij niet voor opgeleid.''

Ze ziet, zegt ze, dat kinderen erg moe kunnen zijn. Vooral kinderen die overblijven en daarna ook nog naar de naschoolse opvang gaan. ,,Die gaan van de ene herriegroep naar de andere.'' Ze vindt ook dat kinderen brutaler worden, dominanter. Ze denkt soms dat het in háár tijd makkelijker was voor ouders. Zij werd ontslagen toen ze zwanger was, ze had veel tijd voor de opvoeding. ,,Maar ik miste mijn vak. En mijn kinderen sliepen heel veel.''

Leo Mesman, wijkpastor in de nieuwbouw van Hoofddorp, verbaast zich erover dat het in gezinnen met kleine kinderen zelfs na negen uur 's avonds soms nog niet rustig is. En dan begint hij over zichzelf, net als de meeste anderen die in dit verhaal voorkomen. Zíjn kinderen lagen om zeven uur in bed toen ze nog klein waren, en daarna hadden zijn vrouw en hij rust. En toen zijn kinderen gingen studeren, hebben ze een paar jaar lang geen auto gehad omdat ze daar geen geld voor hadden. Maar nu willen mensen álles.

Zijn collega Rien Wattel, wijkpastor en predikant van een protestantse kerk in Hoofddorp, vertelt dat hij zelf opgroeide in een portiekwoning in Amsterdam-West, drie hoog, en dat zijn ouders de buren naast hen niet kenden. Hij wil ermee zeggen dat het leven in een grote stad misschien niet anders is dan het leven in een nieuwbouwwijk. Maar dan bedenkt hij dat ze de buren die onder hen woonden wel goed kenden. Hij wist dat de buurman op de tweede verdieping alcoholist was, en de buurvrouw kwam daar soms bij zijn ouders over klagen.

Helga Smit, coördinator van een project om kinderen voor te bereiden op school, komt vooral bij allochtone gezinnen in Hoofddorp. Meestal zijn het allochtonen met wie het jarenlang goed is gegaan. Ze woonden eerst in Amsterdam-Osdorp of in wijken in Haarlem waar ze een klein huis hadden en geen tuin. Ze verhuisden naar Hoofddorp omdat ze geld hadden voor een hogere huur. Maar Helga Smit ziet, zegt ze, dat vrouwen die niet werken en geen auto hebben om bij de winkels te komen ,,verpieteren''. In de wijk Floriande bijvoorbeeld, waar alleen nog maar scholen en een huisartsenpost zijn, ziet ze ,,enorm veel ongelukkige mensen''.

Ze komt ook bij gezinnen waarvan de man na de verhuizing zijn werk kwijtraakte. Ze ziet, zegt ze, dat mensen dan vaak niet meer weten wat ze moeten doen, en dan doen ze niks meer. Ze liggen in bed, ze zitten op de bank – Helga Smit is dan meestal de enige hulpverlener die ze binnenlaten omdat zij hun kinderen komt helpen. Zelf hebben ze geen zin om te luisteren naar iemand die komt vertellen wat ze moeten doen om hun problemen op te lossen, zegt Helga Smit. ,,Ik kom nu bij twee gezinnen waarvan ik denk dat ze hulp nodig hebben. Ze voelen alleen maar druk. Dat explodeert een keer. Daar hoef je geen agressief mens voor te zijn. Maar hoe kom je als hulpverlener in die gezinnen?''

Filiaalmanager bij de Burger King

Op een vrijdagochtend, om half twaalf, staan Srilanka Bakker (24) en Shirley Hofwijks (43) als eersten op het schoolplein van De Brandaris om hun kinderen op te halen. Srilanka Bakker is met de brommer, Shirley Hofwijks met de taxi voor groepsvervoer waar ze chauffeur van is. Srilanka Bakker – een zoon van zes en een zoon van bijna twee – verhuisde een half jaar geleden van Hoogezand naar Hoofddorp omdat haar vriend op Schiphol ging werken als magazijnchef. Ze zegt dat ze het heerlijk vindt in Hoofddorp. Ze heeft aardige buren, maar die bemoeien zich niet met haar leven zoals de buren in Hoogezand. Er was daar één buurvrouw die een vriendin van haar was, en die steunde haar toen ze vier jaar geleden haar pasgeboren tweeling verloor. Maar andere buren praatten erover op een manier die ze afschuwelijk vond. Ze had het gevoel dat ze haar nawezen op straat: ,,Hoor eens wat zij heeft meegemaakt.''

Na de zomer kan ze filiaalmanager worden bij de Burger King aan de A4. Maar ze weet nog niet zeker of ze dat doet. Haar kinderen, zegt ze, zijn gelukkiger nu ze niet werkt. ,,Mijn vriend zegt: `Laat dat geld maar zitten.' Maar eigenlijk heb ik zelf wel zin om te werken.''

Shirley Hofwijks is in de pauze overblijfmoeder. Ze zit op het schoolplein waar acht kinderen spelen die slecht naar haar luisteren. Twee jaar geleden verhuisde ze met haar man en dochters van Amsterdam-Oost naar Hoofddorp omdat ze last hadden van ,,het gestamp'' van de bovenburen. In Hoofddorp hebben ze een eengezinswoning. Maar het duurde lang voordat Shirley Hofwijks het leuk begon te vinden. Ze zegt dat personeel in winkels haar niet vertrouwt omdat ze zwart is, ze komt uit Suriname. ,,Ze kijken me raar aan als ik binnenkom.'' En ze vond het stil op straat, ze kende weinig mensen.

Nu is ze aan Hoofddorp gewend, zegt ze. In de winkels denkt ze: ,,Jullie bekijken het maar, ik weet hoe ik ben.'' Ze heeft een Antilliaanse buurvrouw met wie ze bevriend is, en haar ,,Hollandse'' buren komen op haar verjaardag. Ze hebben haar nog niet teruggevraagd, maar ze zegt dat ze dat niet vervelend vindt. ,,Ik woon al twintig jaar in Nederland. Ik weet hoe de mensen zijn.''