Denkfout en feitelijke fouten van premier over Grondwet 2

Het interview met premier Balkenende over de Europese Grondwet heeft aan het door hem beoogde doel om ,,het debat op scherp te zetten'' ruimschoots voldaan. Volgens Balkenende is een nee-stem `negatief' (een juiste definitie lijkt me), maar vooral `naïef'. De door hem aangevoerde argumenten zijn veelal niet relevant, slechts emotioneel van aard, danwel van het kaliber dat het debat op het verkeerde been zet. Met dat laatste maakt hij zich schuldig aan datgene wat hij sommige neezeggers verwijt. Aan de vraag die elke stemmer zich zou moeten stellen bij het bepalen van een voor- of tegenstem, komt hij niet toe. Die vraag luidt: `Voegt deze Grondwet iets toe aan mijn democratische rechten als Nederlands staatsburger en inwoner van de EU, of wordt juist het tegendeel bereikt?'

Zijn niet terzake doende argumenten geven geen antwoord op die vraag.

– ,,Tachtig procent van onze export gaat naar EU-landen en we verdienen daar gigantisch aan.'' Zou dat voor de Zwitsers ook niet gelden?

,,Neelie Kroes en Gijs de Vries zitten goed.'' Fijn!

,,We hebben enkele financiële punten betreffende het stabiliteitspact binnengehaald''. Over naïef gesproken!

,,We zijn tweede en derde investeerder in veel Oost-Europese landen.'' Wie `we' is, wordt niet duidelijk!

,,Het spelen van een militaire rol op de Balkan willen we allemaal.'' Hij meldt nota bene in dezelfde zin dat de EU dat nu al doet!

Zijn emoties voegen evenmin iets toe: gelukkig maken bezoeken aan de stranden van Normandië, aan Auschwitz en Yad Vashem ook 60 jaar na dato nog steeds grote indruk met hopelijk een blijvende invloed op ons gezamenlijk besef wat vrede betekent.

Wat een ja-stem op deze Grondwet daaraan toevoegt, ontgaat mij volledig. Het causale verband dat Balkenende schetst tussen nee-stemmen, vuile rivieren en vrouwendiscriminatie, is te gek voor woorden.

Zijn argument dat we ,,alles nu eens goed en ordentelijk'' moeten regelen, kan toch niemand serieus nemen? De door NRC Handelsblad aan de minister-president geboden kans om zijn ja-standpunt te onderbouwen en daarmee de discussie op niveau te brengen is, dunkt me, jammerlijk mislukt. Sterker nog, het betoog is voornamelijk een poging de tegenstemmers af te schrikken. Zinnige argumenten om vóór te stemmen worden niet aangevoerd.