Denkfout en feitelijke fouten van premier over Grondwet 1

De meningen en argumenten van premier Balkenende in het interview in NRC Handelsblad van 28 april mogen niet onweersproken blijven.

1.Hij stelt: ,,En als je dan zegt: laten we alles eens goed en ordentelijk regelen in een nieuw Grondwettelijk Verdrag (GV), dan reageert iedereen ineens: dat is `superstaat' Brussel. Dat vind ik nou van de gekke.'' Maar het is wel een feit dat, als het GV zou worden ingevoerd, Brussel meer macht krijgt dan nu.

In de Grondwetkrant, een uitgave van de Nederlandse regering, staat als antwoord op de onbeantwoorde vraag ,,Waarom een Europese Grondwet'' onder andere: ,,de Europese Grondwet brengt ook vernieuwingen.'' Dat is juist; deze vernieuwingen houden onder meer uitbreiding van bevoegdheden in, bijvoorbeeld op asiel-en justitiegebied. Voorts wordt het stemgewicht van grote landen zoals Frankrijk en Duitsland groter en dat van kleine landen zoals Nederland kleiner. Dus wordt Brussel meer dan nu een `superstaat'.

Bovendien maakt Balkenende twee fouten, een denkfout en een feitelijke fout. De feitelijke fout is dat hij stelt dat we allemaal willen dat het anti-terrorismebeleid, het asielbeleid en het militaire optreden door de EU worden geregeld. Dat is niet waar. In verschillende landen bestaan verschillende opvattingen over de vraag hoe het beleid er op die terreinen moet uitzien. Die landen wensen niet tot een beleid gedwongen te worden waar zij het (absoluut) niet mee eens zijn. Denk voor Nederland ook aan het drugsbeleid, dat ook onder de ruimere bevoegdheden gaat vallen.

De denkfout is dat hij ervan uitgaat dat ruimere bevoegdheden geen `superstaat' opleveren, als hij het met de maatregelen van die `superstaat' eens is. Dat is natuurlijk onzin; een dictator blijft een dictator, ook al voert hij op een aantal punten een goed beleid.

2.Balkenende suggereert dat diegenen die moeite hebben met het GV ,,terug willen naar het Europa van de jaren vijftig''. Ook dat is onzin; zij willen alleen niet dat er op een aantal, soms belangrijke, terreinen regelingen worden getroffen die nu vaak nog niet te overzien zijn, en waar zij dan later geen invloed meer op hebben.

3.Volgens Balkenende biedt het GV de mogelijkheid om de bemoeienis van Brussel te verminderen en de democratische situatie te verbeteren.

Theoretisch is dat misschien waar, maar praktisch niet. Nationale parlementen kunnen bezwaar maken tegen een Brussels voorstel, maar niet één parlement alleen. Eénderde van alle parlementen moet tegen een voorstel zijn. Dan kan aan de Commissie worden verzocht dat voorstel opnieuw te bezien. De Commissie hoeft geen veranderingen aan te brengen n.a.v. een dergelijk verzoek.

Voorts kunnen één miljoen burgers uit een `significant' aantal lidstaten een verzoek indienen bij de Commissie een regeling over een onderwerp te treffen, maar de Commissie hoeft daar niet op in te gaan. Een belangrijke verbetering?

4.Ten slotte: Balkenende zegt aan het eind van het interview: ,,Ik ben in Auschwitz en Yad Vashem geweest; die beelden raken mij nog elke dag. Je hebt elkaar in Europa echt nodig om zulke dingen te voorkomen. Daar mag best meer aandacht voor zijn.'' Met andere woorden zegt hij in een pleidooi vóór het GV hier: als je tegenstemt, bestaat de kans op een nieuwe jodenvervolging zoals de holocaust.

Donner dreigde met kans op oorlog als men tegen stemde; dit is vele malen schandelijker.