DE SILEZISCHE VERTRIEBENEN ZIJN HUN GEBOORTEGROND NOG NIET VERGETEN

Deze week viert heel Europa zestig jaar bevrijding. Ook de Duitsers doen uitbundig mee. Maar voor sommige Duitsers begon na de oorlog een periode van ballingschap.

De kaart van Europa werd opnieuw getekend en miljoenen Duitsers moesten vertrekken uit Polen, Tsjechië, Hongarije, de Baltische republieken. Steeds vaker laten deze Vertriebenen van zich horen. Terug naar Silezië.

Het beladen woord laat niet lang op zich wachten. Al tijdens de eerste koffiepauze komt het eruit.

Vertriebenen. Ontheemden.

'We zijn Vertriebenen en niemand weet wat dat zijn. Wie weet dat er 12 miljoen mensen van huis en haard zijn verjaagd en dat daarbij miljoenen mensen om het leven kwamen?'

Reinhilde Gläser slaat de toon aan van een openbaar aanklager. Reinhilde is een grote vrouw met scherpe gelaatstrekken, strenge ogen en grijs haar. En Reinhilde is verontwaardigd - al een leven lang.

In een morsig wegrestaurant ten zuidoosten van Berlijn ontmoet ze de kleine gedrongen Barbara Günther. 'Ja', beaamt de 84-jarige verongelijkt, 'jonge mensen kennen onze geschiedenis niet.'

In Rasthof Spreewald maakt een groepje Duitsers van middelbare leeftijd en ouder kennis met elkaar. Men is kordaat en formeel. Maar men weet: we hebben iets gemeenschappelijk.

Ontheemding heeft hun persoonlijke leven en dat van hun familie getekend. Vertreibung is een woord waarin frustratie, verdriet, onmacht en heimwee samenvloeien. De volksverhuizing was een traumatische ervaring die ze decennialang hebben weggemoffeld. Nu ze op leeftijd zijn, willen of kunnen ze er niet meer omheen.

Na de ondergang van het Derde Rijk werd de kaart van Europa opnieuw getekend. Duitsland werd één vijfde kleiner. Polen schoof in westelijke richting. In het oosten moest Polen land afstaan aan de Sovjet-Unie waarvoor het in het westen werd gecompenseerd met Duitse gebieden. De Duitsers die er woonden werden in westelijke richting verdreven. Ook moesten Duitsers vertrekken uit Tsjechië, uit Hongarije, uit de Baltische Republieken.

Na de Conferentie van Potsdam in juli 1945 kwamen de Duitse gebieden ten oosten van de Oder en de Görlitzer Neisse onder sovjet-Russisch, respectievelijk Pools beheer. De etnische zuivering die volgde verliep soms geordend, vaak chaotisch en gewelddadig. Wie zonder fysiek letsel het westen haalde, hield vaak psychische littekens over aan de gedwongen verhuizing. Of op zijn minst de zeurende pijn van heimwee. Eind vorig jaar deed Katharina Elliger verslag van haar verdrijving onder de titel: Und tief in der Seele das Ferne.

Het kleine reisgezelschap is die middag op het grote plein voor Bahnhof Zoo in een busje gestapt van de firma Allround uit Weisswasser. De reis gaat naar zuidwest-Polen. Nauwkeuriger: naar de voormalige Duitse landstreek Silezië. Maar eigenlijk gaat de reis naar de Heimat.

De mannen en vrouwen uit Berlijn, Iserlohn, Bad Homburg en Wiesbaden hebben een culturele reis geboekt. Op het programma staan excursies naar kerken en kastelen, de bezichtiging van steden en dorpen. Maar in wezen willen ze terug naar hun jeugd.

Duits leed

De Vertreibung vond zestig jaar geleden plaats in een Europa dat al lang niet meer bestaat. Toch dringt het onderwerp steeds vaker op de voorgrond. Ontheemden publiceren hun levensverhaal in boekvorm. Reizen naar de voormalige Duitse gebieden in het oosten zijn populair.

Een halve eeuw lang had niemand geduld voor het leed van de ontheemden. In de ddr was het onderwerp taboe. Men wilde de relatie met het Poolse broedervolk niet onnodig belasten. Ontheemden heetten er, heel neutraal, Umsiedler.

West-Duitsland keek in de eerste decennia na de oorlog vooral naar voren en zo min mogelijk achterom. Later kwam er wel meer aandacht voor de lotgevallen van de ontheemden, maar het Duitse slachtofferschap bleef een moeilijk onderwerp. Het Duitse leed viel immers in het niet bij het leed dat Duitsers anderen hadden aangedaan. Wie klaagde over zijn eigen leed, kreeg al snel het verwijt het aan anderen toegebrachte leed te bagatelliseren.

Pas de laatste jaren komt daar verandering in. De etnische zuiveringen in voormalig Joegoslavië hebben eind jaren '90 de aandacht opnieuw gericht op de bannelingen in eigen kring. In tv-series werd het drama nog eens uit de doeken gedaan. En Günter Grass koos verdrijving als thema voor zijn novelle Im Krebsgang.

De kinderen en jonge volwassenen die destijds werden verdreven, eisen aan het eind van hun leven aandacht op voor de verzwegen drama's uit hun jeugd. 'Mijn vertrouwen in het leven en de wereld keerde nooit meer terug', schreef Elliger over haar vertrek uit Silezië. 'De confrontatie met de afgronden van de mens hebben me gevormd en maakten het moeilijk me te binden.'

De Vertreibung is ook een actueel politiek probleem. Een enkeling wil het oude familiebezit terug en is bereid daarvoor rechtszaken te voeren. De toetreding van Polen en Tsjechië tot de Europese Unie opende nieuwe juridische wegen. Ook al is de kans op succes klein, in Midden-Europa houden verhalen over Duitse claims mensen uit hun slaap.

Een Duits initiatief om in Berlijn een documentatiecentrum voor verdrevenen op te richten, leidde al evenzeer tot spanningen. Tussen Duitsland en Polen, tussen Berlijn en Praag. Het nieuwe zelfbewustzijn van de Duitsers in de omgang met hun slachtofferschap is ten oosten van de Oder en de Neisse met argwaan en onbegrip geregistreerd. Wat willen die Duitsers eigenlijk?

Polenmoppen

Chauffeur Gerd Stübner, een kleine, vriendelijke man, bijna kaal, roept op tot vertrek. Stübner is gespecialiseerd in reizen naar Silezië. Sinds Polen deel uitmaakt van de eu is de vraag naar zijn diensten sterk toegenomen. De formaliteiten aan de grens duren tegenwoordig nog geen vijf minuten. De toetreding heeft de psychische drempel voor reizen naar het oosten verder verlaagd en de interesse in het buurland aangewakkerd. Dat geldt, zegt Stübner, niet voor de Duitsers die aan de grens wonen. 'Duitsers in de grensstreek hebben geen trek in de Polen', zegt hij, 'maar hun vooroordelen staan de aanschaf van goedkope benzine niet in de weg.'

Als de grens nadert, komt het gesprek op autodiefstal. Gerd geeft een raadsel op. Waarom jat iemand uit Oekraïne in het westen altijd twee auto's? Antwoord: omdat hij op weg naar huis nog door Polen moet reizen. De mop doet het goed in de bus.

Stübner laat een tweetalige landkaart rondgaan. De Duitse plaatsnamen werden na de oorlog verwijderd. Hirschberg werd Jelenia Góra. Breslau werd Wroclaw. Oppeln werd Opole. Barbara Günther wordt er een beetje emotioneel van. Ze reist twee keer per jaar naar Silezië, fluistert ze.

Een klein deel van de voormalige Pruisische provincie Silezië ligt op Duits grondgebied, de regio rond de oude lakenstad Görlitz. Staatkundig maakt Görlitz deel uit van de Duitse deelstaat Saksen, maar op een toegangsweg wappert de Silezische vlag: een witte en een gele verticale baan met in het midden de Silezische adelaar. Het is een norse vogel met uitgestrekte vleugels, een rode bek en rode klauwen. Op zijn zwarte borst prijkt een witte halve maan met in het midden een kruis.

In het bagagerek van de bus ligt een krans, gemaakt door Reinhilde Gläser. Voor het graf van haar grootvader. De grafsteen is er niet meer. Destijds verwijderd door de Polen, zegt ze. Maar ze weet ongeveer waar hij werd begraven. In het hoge gras naast het kerkje van Lomnica, dat destijds Lomnitz heette.

In een uitgestrekt park, aan het riviertje de Bober, liggen twee zachtgele pronkstukken uit de barok. Het kleine, uit 1800 stammende Witwenschloss is tegenwoordig een hotel. In het Grosse Schloss, een mammoet uit 1723, zetelt onder andere een Duitse vereniging tot behoud van de cultuur van Silezië (vsk). Palac Lomnica fungeert als basiskamp voor de reizigers.

Het landgoed is precies wat het gezelschap zoekt: een prachtig overblijfsel van de illustere Duitse tijd. De geschiedenis van het gebouw weerspiegelt hun verleden. Het complex kwam in 1835 in bezit van de Pruisische diplomaat Gustav von Küster. In 1945 vluchtte de familie naar het westen, hun eigendom verviel aan de Poolse staat. In het kleine landhuis werd een staatsboerderij ingericht. Het hoofdgebouw deed dienst als school. Het park werd gebruikt als vuilnisbelt. Vanaf 1980 verkommerden de gebouwen tot ruïnes.

In de jaren negentig kochten de Küsters hun voormalige eigendom terug en begonnen met de restauratie. De Küsters zijn pioniers. Officieel mogen Duitsers in Polen slechts bij wijze van uitzondering bezit verwerven. De Küsters bedachten een slimme samenwerking met de Duits-Poolse culturele vereniging. Inmiddels wonen de Duitse nazaten van legatieraad Gustav weer in het grote kasteel.

'De Polen waren zéér afwachtend toen we aan de restauratie begonnen', zegt Elisabeth von Küster, de nieuwe kasteeldame en directrice van het hotel 's avonds bij de Glühwein. 'Wat komen die Duitsers hier doen? Waarom steken ze geld in een ruïne? Ze zagen de mogelijkheden niet. De schoonheid van het park en de gebouwen. Nu zien ze dat het functioneert. We zorgen voor arbeidsplaatsen. We brengen iets mee, we nemen niets weg.'

Opper- en Neder-Silezië

Aan het ontbijt in de grote eetzaal van het kleine kasteel neemt Horst Berndt het heft in handen. Berndt is voorzitter van de culturele vereniging vsk. Een grote, rustige man met kogelrond buikje. Een leven lang stond hij voor de klas. Latijn, geschiedenis, filosofie. Hij verloochent zijn roeping niet: zachtaardig maar onverbiddelijk leidt Dr. Berndt de speurtocht naar Duitse resten in Silezië.

Silezië is een regio in het hart van Europa met een veelzijdige geschiedenis. Cultureel gezien is het een mengeling van Slavische en Duitse invloeden. Na de Middeleeuwen drukten eerst de Habsburgers en later de Pruisen hun stempel op het gebied. In de Pruisische tijd bestond Silezië uit twee delen. Neder-Silezië in het noordwesten, de regio rond Wroclaw, is vlak en agrarisch. Opper-Silezie in het zuidoosten, is opgebouwd uit plateaus en van oudsher een belangrijk industriegebied. Tegenwoordige bestaat het Poolse Silezië uit drie provincies: Neder-Silezië, Silezië en daartussen de regio rond Opole. Neder-Silezië was tot 1945 volledig Duits. Na de Vertreibung werden hier Polen gehuisvest uit de streek rond Lemberg (tegenwoordig Lviv), in het huidige Oekraïne. In Opper-Silezië was de bevolking gemengd, deels Duits, deels Pools. Een aantal Duitsers, die in gemengde huwelijken leefde of wier vakkennis onmisbaar was, bleef en vormt nu een 300.000 man sterke Duitse minderheid.

Palac Lomnica ligt in Neder-Silezië, ten zuidwesten van Jelenia Góra in een regio die bekendstaat als het Silezische Elysium. In dit Hirschberger Tal, aan de voet van het Riesengebirge, struikel je bijkans over de kerken en kastelen.

De beboste heuvels doen denken aan de Ardennen in het groot. Begin vorige eeuw was Silezië dé vakantieregio voor de elite in Berlijn. Destijds ging twee keer per dag een trein van Berlijn naar het Riesengebirge. In de winter werd er geskied, in de zomer gewandeld. Theodor Fontane bracht er zijn 'Sommerfrische' door. Alexander von Humboldt noemde het ooit het mooiste landschap ter wereld.

De bezoeker uit de 21ste eeuw ziet eerst de armoede en dan pas de schoonheid. Paard en wagen en handkar zijn gangbare transportmiddelen. De boerderijen zijn klein en smoezelig. In gehuchten hangt de scherpe lucht van steenkool en houtvuur.

Vanuit Tsjechië rukken die ochtend wolkenflarden op die het hoogste punt van het gebergte, de Schneekoppe, aan het zicht onttrekken. Reinhilde tuurt teleurgesteld naar de grijze lucht. Het profiel van de 'Koppe' is een met weemoed omgeven jeugdherinnering.

De kerken in het Hirschberger Tal zijn stille getuigen van de Duitse periode. De barokke torens van het kloostercomplex in Krzeszow, bijvoorbeeld, doen onmiddellijk denken aan Beieren. Het was van oorsprong een benedictijner klooster, dat in 1945 overgenomen werd door nonnen uit Lemberg. Op het kerkhof staan verweerde grafstenen met Duitse opschriften. Oskar Scholz. Twee generaties Knobloch.

De protestantse kerk in het verderop gelegen Walbrzych is gebouwd door Carl Gotthard Langhans, de man die ook de Brandenburger Tor in Berlijn ontwierp. Een aantal van oorsprong Duitse protestantse kerken werd na 1945 katholiek. In de Gnadenkirche in Jelenia Góra werden de Duitse evangelische teksten, die in gouden letters de balustrade van de balkons sierden, met zwarte verf onzichtbaar gemaakt. Inmiddels worden ze, met Duits én Pools geld, weer behoedzaam tevoorschijn gehaald.

'Een zeer omstreden project', zegt Berndt. 'Alles wat aan Duitsland herinnerde werd na de oorlog vernietigd. Het hele gebied werd gerepoloniseerd. Je kunt ook zeggen ont-Pruist. Of, pittiger: entgermanisiert. Wij willen het Duitse weer zichtbaar maken. Niet alle Polen waren daar even enthousiast over. Pas toen de Propst [kerkelijke functionaris] zijn gemeente voorhield dat het belangrijk is zuinig te zijn op Europees erfgoed, ebde het verzet langzaam weg.'

De Polen in Silezië krijgen steeds meer oog voor het Duitse erfgoed, zegt Berndt. Na de oorlog werden Duitse kunstschatten overgebracht naar Warschau, als compensatie voor de door de nazi's vernielde stad. Zo verdwenen uit Jelenia Góra de smeedijzeren hekwerken van de familiekapellen bij de Gnadenkirche. 'Nu erkennen de Polen de waarde van de Duitse schatten en zien ze het cultiveren ervan als een Europese plicht.' De Poolse Sileziërs eisen van Warschau hun Duitse kunst terug. De hekwerken zijn een eerste test.

De terugweg naar Lomnica voert langs het immense rangeerterrein van Jelenia Góra. 'Eigenlijk zou ik hier elke keer even moeten stoppen en een minuut stilte in acht nemen', zegt Berndt. Als zesjarig ventje werd hij hier met zijn familie op de trein gezet. 'In het voorjaar van 1946 moesten we ons op dit terrein melden. De Polen hadden lange tafels opgesteld waarop onze bagage werd doorzocht. We mochten maar een paar kilo meenemen. Als ze iets waardevols vonden, bleef het hier. Duitsers hadden in die dagen geen rechten. We droegen allemaal witte armbanden.'

Bosbessenlikeur

Reinhilde Gläser verschijnt die avond aan het diner met een grote tas. Ze is jarig en trakteert. Bonbons, chocolade. En kruidenlikeur. 'Echte Stonsdorfer'. Een van oorsprong Silezisch drankje op basis van bosbessen dat tegenwoordig in Duitsland wordt geproduceerd maar in Polen niet meer verkrijgbaar is.

Uit de tas komt ook een oude, houten kleerhanger. Het opschrift verraadt de herkomst:

'Zamurry: Görlitz - Hirschberg'. In de jaren dertig was Zamurry een bekend confectiehuis. Het knaapje reisde in het Fluchtgepäck van Reinhildes moeder naar het westen en fungeerde decennia als persoonlijke herinnering aan de Vertreibung.

Er wordt getoast op Reinhilde en op Silezië. Er wordt gezongen over de 'liebe Heimat in das Riesengebirge'. Het lot van Max Zamurry, de joodse eigenaar van het confectiehuis, komt niet ter sprake.

De volksverhuizing voltrok zich in verschillende fasen. Al in '44 werden vrouwen en kinderen geëvacueerd. In de laatste maanden van de oorlog, begin '45, sloegen veel Duitsers op de vlucht voor de gestaag oprukkende Russen. De eigenlijke etnische zuivering begon in de eerste maanden na de Duitse capitulatie toen Duitsers door Polen spontaan werden verjaagd, de zogeheten Wilde Vertreibung. De systematische Vertreibung begon pas in mei '46 en bouwde voort op de afspraken van de Conferentie van Potsdam. In Polen was de Vertreibung daarmee gebaseerd op internationale afspraken. In Tsjechië werden de Duitsers uit het Sudetenland verdreven op basis van nationale wetgeving, de zogenoemde Benes-decreten.

Het knaapje van Reinhilde - en de Stonsdorfer - maken de tongen los. Berndt kan zich de onzekerheid tijdens de reis nog goed herinneren. 'We wisten niet waar we heengingen. Soms bleef de trein staan in de sovjet-zone. Toen we Brits gebied hadden bereikt, was dat een enorme opluchting.' Na vele omzwervingen door het ontredderde Duitsland komen de Berndts terecht in Ahlfeld in Nedersaksen. 'We woonden met zijn vieren op 12 vierkante meter. Pas midden jaren zestig kregen we een vierkamerwoning.'

Achim Lampert, toen nog maar een broekie, kan zich vooral het gele ontluizingspoeder herinneren dat de Britten gebruikten. En de honger. 'Ik heb na de oorlog twee jaar honger gehad. Ik zit hier alleen maar dankzij de Amerikaanse Care-pakketten.' Lampert is altijd klein gebleven.

De Lamperts belandden in een gymzaal in Westfalen waar ze weken moesten blijven en waar de Vertriebenen elkaar hun schamele bezittingen afhandig probeerden te maken. Later werden ze ingekwartierd. En waren weer niet welkom. 'De oorspronkelijke bewoners deden eenvoudig niet open. Uiteindelijk trapte de politie de voordeur in.'

Barbara Günther wekt lichte irritatie door zichzelf ten onrechte als Vertriebene te bestempelen. Haar vader was voor de oorlog districtscommissaris in Hirschberg en werd vervolgens overgeplaatst naar Keulen. Zelf was ze tijdens de oorlog radiologieassistente in een Duits lazaret ten oosten van Breslau. Voorjaar '45 vluchtte ze met de nierpatiënten in westelijke richting. Ook al werd ze niet verdreven, het Hirschberg van haar jeugd bleef ook voor haar decennia onbereikbaar.

Herinneringen

Sommige reisgenoten leggen hun persoonlijke leven snel bloot. Voor Reinhilde Gläser, bijvoorbeeld, is de reis Vergangenheitsbewältigung-in-beweging. Hannelore Stammler heeft over alles een mening, maar wil over haar familiegeschiedenis niet veel kwijt. Haar moeder was de dochter van een vermogende fabriekseigenaar, die haar vader ontmoette in een door de Russen gerund kamp. Stammler draagt vrijwel altijd een bril met donkere glazen. Ze zal zich ontpoppen als de hardliner van het gezelschap.

Ingeborg Franke lacht de hele reis uiterst vriendelijk, maar zegt helemaal niets. Vragen wuift ze weg. Op een avond gaat ze meteen na het diner naar haar kamer. De volgende ochtend stopt ze me twee vellen papier toe die ze uit een reisgids heeft gescheurd. 's Nachts heeft ze op de achterkant haar herinneringen genoteerd. Franke vertrok met een colonne wagens, een Treck, uit een boerengehucht nabij Oels.

'Vertrek 20 januari 1945. In de ochtend. Minus 20 graden. Dik sneeuwtapijt. Overdag zon.

'Op de 55 hectare grote boerderij werd het vee nog een keer gevoederd. Van de zes paarden werden er twee aan dorpelingen beschikbaar gesteld. Een paard was drachtig, bleef achter. Twee paarden werden voor de grote wagen met gummibanden gespannen, evenals een ouder paard. Aan de wagen werd een gesloten tweepersoons koets gehangen met daarin twee vrouwen van over de tachtig. De wagen werd bestuurd door een vrouw van ongeveer vijftig. Daarnaast was er nog de boerin, haar twee kinderen en wij, de twee leerlingen, beiden zestien.

'Onderweg beschoten door vijandige vliegtuigen. Hetgeen tot urenlange vertraging leidde, omdat we in het bos dekking moesten zoeken. Alle wegen leidden naar bruggen over de Oder. We konden er pas in de duisternis overheen. Moeilijk om onderdak te vinden. In de koude nacht vielen de eerste doden (bevroren zuigelingen en uitgeputte oudjes).

'Als we een dag later waren vertrokken, was ons dat noodlottig geworden. Op 21 januari kwamen de Russen aan in Oels.'

Via het Tsjechische Sudetenland bereikte de Treck van Ingeborg Franke uiteindelijk de Oberpfalz in Beieren. Honderden kilometers te voet door de sneeuw, beloerd door Russische vliegtuigen. Dwars door de bergen met paarden die niet beslagen waren en met wagens zonder remmen.

Franke overleefde de ontberingen. Ongeveer één miljoen mensen haalde het veilige westen niet. Vermoord door Polen of Tsjechen. Verkracht door Russen. Beschoten vanuit de lucht. Of door vrieskou en ondervoeding omgekomen.

De gelukkigen komen terecht in een volledig ontredderd land. Ze hebben vrijwel niets, behalve hun herinneringen. Ze integreren snel, maar de heimwee blijft. Jaarlijks, met Pinksteren, zoeken ze elkaar op. Een traditie die nog steeds bestaat.

Varkenspriester

In de sjofele jaarbeurshal Niederrhein in Rheinberg, ten westen van Duisburg, staan op de Dag der Opper-Sileziërs lange houten tafels en banken. Het is er warm, maar Gert Ligensa, bijgenaamd 'de varkenspriester', verkoopt er geen Silezische worst minder om. Jachtworst en karwijworst. Krakauers en Oppelners.

Ook de koek met maanzaad van de Silezische bakker Georg Mandrella uit Voerde vindt grif aftrek.

De gemiddelde leeftijd is hoog. Een koor in klederdracht zingt 'Oh Schlesienland, mein Heimatland.' En: 'Schön ist die Jugend, sie kommt nie mehr.' Het publiek haakt in. 'Holla Hi. Holla Ho.'

De Vertriebenen zijn georganiseerd in zogenoemde Landsmannschaften, verenigingen van ontheemden die uit dezelfde streek afkomstig zijn. Ze exploiteren streekmusea, organiseren lezingen en folklore-avonden. In Rheinberg staan optredens van het Oberschlesische Blasorchester en de Trachtengruppe Eichendorff uit Schweinfurt op het programma. Kleine, gespecialiseerde uitgeverijen presenteren in de foyer boeken, nieuwsbrieven en oude landkaarten. En een bundel met oudbakken grappen van het Silezische duo Antek en Franzek. Franzek: 'Ik huw alleen maar een vrouw die humor heeft!' Antek: 'Je zult ook geen andere krijgen.' Op een bumpersticker staat: Niet toeteren, chauffeur droomt van Silezië.

Aan het plafond van de jaarbeurshal hangen borden met plaatsnamen: Ratibor. Beuthen. Kattowitz. In de jaren '50 fungeerden de jaarlijkse bijeenkomsten als contactbeurs. Families die elkaar uit het oog verloren hadden, kwamen elkaar hier weer tegen. Jeugdvrienden die inmiddels verspreid over Duitsland woonden, haalden er herinneringen op.

Nu, zestig jaar later, wil het met de ontmoetingen niet meer zo lukken. Onder het bord Ratibor zit een echtpaar uit Stuttgart. Ze drinken koffie en hun blik dwaalt onophoudelijk door de hal. Hij: 'Het wordt steeds moeilijker om iemand te vinden.' Zij: 'De mensen worden steeds ouder.' Ze begrijpen het ook wel. Hun eigen zoon is dertig en heeft geen enkele behoefte aan een weekeinde met pontificale hoogmis en meilof. Ook Lydia en Eberhard Dytzka uit Hagen drinken hun koffie alleen. Eberhard: 'Er komt een dag waarop dit niet meer bestaat. Over tien, misschien twintig jaar komt niemand meer. De jeugd heeft andere interessen.' De Dytzka's zijn geen ontheemden in eigenlijke zin. Ze zijn in de jaren zeventig gevlucht voor het communisme. Hun heimwee is er niet minder om. Lydia: 'Het leven hier in Westfalen is koud als een vis. In Silezië zeggen ze: vestig je daar, waar gezongen wordt.'

Pinksteren 2004 trekt de Landsmannschaft, verspreid over twee dagen, enkele duizenden mensen. Vroeger waren het massabijeenkomsten van tienduizenden. Alleen de Landsmannschaft van de uit Tsjechië afkomstige Sudetenduitsers, die goeddeels in Beieren terechtkwamen, brengt jaarlijks nog tienduizenden mensen op de been. Edmund Stoiber, voorzitter van de csu en premier van Beieren, is dan hun vaste gast. In de naoorlogse Bondsrepubliek speelden de Vertriebenen politiek een belangrijke rol. Sinds de jaren '70 hebben veel Vertriebenen een voorkeur voor de christen-democraten. De toenadering van spd-kanselier Willy Brandt tot Oost-Europa schoot ze in het verkeerde keelgat: Brandt erkende impliciet een staatkundige orde in Europa die ze niet beviel. Brandt, zeiden ze, verkwanselt onze Heimat.

De Vertriebenen hielden niet van links, links hield niet van de Vertriebenen. De ontheemden hebben in progressieve kring een bedenkelijke reputatie. Ze zouden in het verleden leven. Ze zouden de geschiedenis willen terugdraaien. Vertriebenen staan bekend als 'revanchisten'.

Wat, behalve hun jeugd, zoeken de Duitse ontheemden in het Polen van 2005?

Kasteel in Pruisen

Melitta Sallai, geboren Wietersheim-Kramsta, is in de zeventig. Ze loopt een beetje krom, haar oude donkerblauwe vest slobbert om haar benen. Sallai huurt tegenwoordig een kamer in het kasteel waar ze als kind is opgegroeid als dochter van de Pruisische grootgrondbezitter.

Landgoed Muhrau, nabij Strzegom, kwam in 1926 in het bezit van de familie. Toen Melitta 17 was, vluchtte het gezin naar het westen. Gedurende het communisme waren in de gebouwen een stoeterij en een school gevestigd. Na de val van de Muur ontfermde de familie zich weer over het complex. Een park van 12 hectare, bijgebouwen en een kasteel, alles in staat van verval. 'Ik woonde in München en ging net met pensioen. Mijn Duitse vrienden dachten dat ik helemaal getikt was.'

Het kasteel is nu eigendom van een stichting. Sallai heeft er een Duits-Pools conferentiecentrum gevestigd én een crèche voor kinderen uit de buurt.

'De Polen uit het dorp geloofden niet dat we het gebouw een maatschappelijke functie wilden geven', zegt ze, als ze vol trots de wc's voor de kinderen laat zien. 'Pas toen ze al die kleine wc-potten zagen, drong langzaam tot ze door dat we niet uit waren op rijkdom, maar dat we een bijdrage wilden leveren aan het leven in het dorp.'

Op een schoorsteenmantel hangt een groot schilderij van het kasteel in zonlicht. Een kindertekening in overdadig geel. 'Dat is exact wat ons voor ogen stond: kasteel Muhrau vullen met licht.'

Sallai toont een grote hotelkamer die naar desinfecteermiddel ruikt. In de jaren twintig en dertig was het de ouderlijke slaapkamer. De kinderen Wietersheim-Kramsta werden hier geboren.

Tijdens een diner in de jachtkamer, onder de geweiencollectie van haar broer Eugen, vertelt Sallai over haar jeugd op Muhrau. Ze werd opgevoed door een gouvernante en het verplichte paardrijden op zaterdagochtend was haar een kwelling. Later werd ze met een koets naar school gebracht. Lachend vertelt ze dat haar broer eens een jachtgeweer uit de wapenkast van haar vader ontvreemdde en er in het bos mee op de schoenen van zijn zusjes schoot.

Na het diner steekt Sallai een sigaret op. Ze neemt afstand van de Pruisische tijd, maar niet te veel. De familie, zegt ze, had onder de landarbeiders een goede reputatie.

'We waren rijk en hadden het goed. Maar de heer van het landgoed was verantwoordelijk voor de sociale voorzieningen in vijf omliggende gehuchten. Hij moest zorgen voor behoorlijk onderwijs en een minimum aan medische zorg. Dat was niet wettelijk geregeld, maar toch. De sociale kant van Pruisen, dat was en dat is een deel van dit landgoed.'

De frêle en energieke Sallai heeft sinds kort de Poolse nationaliteit. Een eerbetoon aan een ontheemde Duitse die zich sterk maakt voor verbroedering tussen de buurlanden.

Hof voor de Mensenrechten

Een dergelijke eer is voor Klaus Glowna niet weggelegd. Ook Glowna groeide op in Silezië en ook zijn familie raakte alles kwijt. Glowna wil het familiebezit terug hebben of geld zien. Hij heeft zijn zaak aanhangig gemaakt bij het Europese Hof voor de Mensenrechten in Straatsburg. Verzoening staat niet op zijn agenda.

Glowna werd in 1932 geboren in Leknica bij Bad Muskau aan de Neisse. Zijn familie had een boerderij met 30 hectare grond, een villa in Jugendstil en een fabriek voor dakpannen, de Lubnitzer Dachstein und Chamotte Werke. In de zomer van 1945 werden de Glowna's verdreven.

'We werden weggejaagd door Poolse militie. We hadden een half uur om alles in te pakken. Toen we al bijna op de brug [over de Neisse, red.] waren, werden onze spullen afgenomen. De Polen waren sadisten. Voor mijn ogen werd mijn hond doodgeschoten en wel zo dat hij langzaam crepeerde. Ze schoten Treff in zijn buik.' De 12-jarige Klaus werd met een shock opgenomen in een lazaret.

Klaus Glowna woont sindsdien in het Duitse Hoyerswerda, niet ver van Görlitz. In een piepkleine flat. Soms wipt hij even over de grens om sigaretten te kopen. Dan rijdt hij ook altijd even langs het vroegere familiebezit. 'Het ziet er verschrikkelijk uit! Het is onbegrijpelijk hoe ze zijn omgegaan met hetgeen ze zich hebben toegeëigend.'

Hij laat een foto zien uit 1935. Op de voorgrond de Glowna's, naast hun auto, Klaus en zijn zus zittend op de bumper. Op de achtergrond de fabriek. Aan de gevel hangt een lange nazi-vlag met swastika.

'Mijn ouders waren geen nazi's', zegt Glowna desgevraagd. 'Ze waren Duits-conservatief. Mijn vader was lid van de nsdap. Maar dat zegt niets. Je kon niet zonder partijlidmaatschap.'

Op de tegenwerping dat de nsdap de oorlog heeft verloren en dat een restitutieclaim daarom niet geloofwaardig is, antwoordt Glowna met de Haagse Conventie voor oorlogsvoering. De Conventie, zegt hij, bepaalt dat privé-eigendom buiten oorlogshandelingen moet blijven. 'Vertreibung is een schending van het volkenrecht. Ik doe een beroep op heel Europa dat men zoiets niet ter zijde mag schuiven.'

Na de verdrijving kwam voor Glowna het communisme. In de ddr was Silezië geen onderwerp, verzucht hij. De partij wilde geen ruzie met de Polen. Zijn kennis Heinz Erders zat drie jaar in de politieke gevangenis in Bautzen, omdat hij het 'Riesengebirgslied' had gezongen. Zelf kreeg Glowna het met de partij aan de stok, omdat hij in het openbaar consequent sprak over 'Schneekoppe' en niet over 'Sniezka'. Hij ontliep zijn straf, omdat zijn vrouw een goede band had met partijbonzen. 'Ik kan mijn verleden niet uittrekken als een overhemd.'

Als Glowna lang praat over Silezië, wordt hij bitter. 'Ik heb geen zin meer om de dader te spelen. Ik ben het slachtoffer. Ik zie af van wraak en vergelding, maar ik zie niet af van mijn rechten. Ik ben geen revanchist. De grenzen moeten blijven zoals ze zijn, maar ik wil het woord verzoening niet horen.'

Uit de slaapkamer haalt Glowna een in plastic gewikkeld schilderij. Hij rukt de verpakking weg en houdt triomfantelijk een olieverf van zijn ouderlijk huis in de lucht. 'Ik eis Wiedergutmachung.'

Preussische Treuhand

Glowna werkt samen met de Preussische Treuhand, een trustmaatschappij in Düsseldorf die de claims van ontheemden via rechtszaken te gelde wil maken. Het idee hebben de ontheemden afgekeken van de Jewish Claim Conference. De Treuhand, opgericht in 2000, heeft juridisch nog niets bereikt. Wel heeft ze politieke commotie veroorzaakt en de betrekkingen tussen Duitsland en Polen danig op de proef gesteld.

De restitutiekwestie heeft in Polen een storm van verontwaardiging gewekt. Het Poolse parlement gaf de regering-Belka vorig najaar bij wijze van weerwoord opdracht om met Duitsland te onderhandelen over Poolse claims op Duitsland. Een aanwijzing die de premier als een politiek 'wapen voor massavernietiging' omschreef. Een aantal Poolse parlementariërs richtte vervolgens een 'Poolse Treuhand' (Powiernictwo Polski) op, om Polen bij te staan die in huizen wonen die voorheen Duits eigendom waren en zich nu door Duitse claims bedreigd voelen.

De Duitse regering heeft zich in alle toonaarden van de Preussische Treuhand gedistantieerd, maar er ook op gewezen dat ze juridische stappen van privé-personen niet kan verbieden. Kanselier SchRÖder reisde naar Warschau om de crisis te bezweren. Tijdens de officiële ceremonie ter gelegenheid van de zestigste jaardag van de Opstand van Warschau verklaarde de kanselier 'dat er geen ruimte mag zijn voor restitutieclaims uit Duitsland'. De geschiedenis, zei SchRÖder, mag niet op zijn kop worden gezet.

Poolse en Duitse juristen hebben de kwestie op verzoek van hun regeringen onderzocht. Eind vorig jaar kwamen ze tot de conclusie dat er voor claims over en weer geen juridische basis bestaat. Andere juristen betwijfelen dat. En vooralsnog weet men bij de Treuhand van geen wijken, ook al worden juridische stappen steeds uitgesteld.

De verdrevenen hebben een nationale belangenorganisatie, de Bund der Vertriebenen (BdV). De voorzitster, Erika Steinbach, is lid van de Bondsdag voor de cdu. Steinbach, tijdens de oorlog geboren in Westpruisen, is een kordate dame in mantelpak. Het blonde haar klassiek gekapt en altijd feilloos in model. Steinbach is vermoedelijk de meest gehate Duitse in Polen.

'Het leeuwendeel van onze leden heeft geen enkele interesse in eigendomskwesties', zegt ze in haar kantoor in Berlijn. 'Er zijn een paar mensen die iets willen, het is niet ónze centrale doelstelling. Maar ik kan niet zeggen: we zien af van claims. De leden zouden dat niet accepteren. Ze zouden zeggen: daar ga je niet over, dat is ons eigendom.' Persoonlijk heeft Steinbach zich van de Treuhand gedistantieerd en de maatschappij per kort geding laten verbieden om namens de bond op te treden. 'De Treuhand maakt een grote fout. Ze wekt verwachtingen die ze niet waar kan maken.'

De kwestie komt pas tot rust, verwacht Steinbach, als er een politieke oplossing wordt gevonden. Bijvoorbeeld als de Polen een verzoenend gebaar maken.

Steinbach verwierf landelijke bekendheid in Polen met haar voornemen om in Berlijn een documentatiecentrum op te richten, het Zentrum gegen Vertreibungen. In Polen werd woedend op het voorstel gereageerd. De suggestie dat Duitsers destijds vreselijk onrecht is aangedaan door de Polen, viel in Warschau nogal verkeerd.

'Het gaat niet om schuld', zegt Steinbach. 'Het gaat niet om het perspectief van de daders. Het gaat om slachtoffers. We willen laten zien dat niet alleen Duitsers maar ook Polen verdreven werden, evenals Grieken en Armeniërs. Maar ik geloof dat we de Polen eerst maar eens tot rust moeten laten komen. Met argumenten komen we nu niet verder.'

Steinbach wil ook documenteren dat Duitsland door de Vertreibung ingrijpend is veranderd. 'Er kwamen toen miljoenen mensen het land binnen. Er is in wezen een nieuw volk ontstaan uit Ost-Vertriebene en Binnen-Deutsche. Dat is een deel van onze eigen geschiedenis, van de Duitse identiteit. Daar zijn we ons niet zo van bewust.'

In Lomnica dwarrelt op de ochtend van vertrek sneeuw neer in het kasteelpark. Binnen, in de ontbijtzaal van het Witwenschloss, wordt het opeens ongezellig.

Hannelore Stammler heeft zich de hele week stilletjes opgewonden. Nu moet het eruit. 'Ik kan er nog steeds niet tegen als ik een Pool over ”zijn Silezië” hoor spreken', zegt ze bij de koffie.

Ze is ondernemer, de kinderen zijn volwassen en ze wil wel een bijdrage leveren aan de opbouw van Silezië. Maar ze is tot de conclusie gekomen dat ze het niet kan. 'Ik kan niet accepteren dat de Polen hier heer en meester zijn. Ik weet wel dat ze destijds in deze regio overgeplant zijn. Maar ik kan niet functioneren, als ik steeds aan de Polen moet vragen hoe ze het willen hebben.'

Het waren vooral de vuile gevels van wat ooit, rond 1910, statige huizen geweest moeten zijn, die haar irriteerden. 'Ze hebben het cadeau gekregen en er niets van gemaakt.'

Aan een naburige tafel heeft een oudere Duitse hotelgast, die geen deel uitmaakte van het reisgezelschap, onthutst geluisterd. Stammler vraagt de vreemde op gebiedende toon naar zijn mening. Kalm antwoordt de man dat de geschiedenis zijn loop heeft gehad en dat Europa beslist niet gebaat is bij 'oude' opvattingen. Even blijft het stil. M

Michel Kerres is correspondent in Duitsland.

Otto Snoek is fotograaf.

[streamers]

De kinderen en jong-volwassenen die destijds werden verdreven, eisen aan het eind van hun leven aandacht op voor de verzwegen drama's uit hun jeugd.

'De Polen waren zéér afwachtend toen we aan de restauratie begonnen. Wat komen die Duiters hier doen? Waarom steken ze geld in een ruïne?'

'Het hele gebied werd ontPruist.

Of pittiger: entgermanisiert.

Ongeveer 1 miljoen mensen haalde het veilige westen niet. Vermoord of van honger en kou omgekomen.

De Vertriebenen hielden niet van links, links hield niet van de Vertriebenen.

'Ik heb geen zin meer om de dader te spelen. Ik ben het slachtoffer.'