De Duitse aanval op het kapitalisme is `hysterisch en misleidend'

Amerikanen hebben een fascinatie voor `groot', ja voor `supergroot'. Dat maakt dat zij zo gefascineerd worden door China, waar alles in superlatieven gebeurt. Dat schrijft Newsweek, dat zijn coverstory wijdt aan `China's Might'. Fortune wijdt zijn special report aan `Changing China'. Alsof de Amerikaanse bladen met een inhaalslag bezig zijn en China ontdekken. Europese bladen zijn de Amerikaanse al geruime tijd voorgegaan. Zoals over Volkswagen en General Motors, die in China snel terrein verliezen, over de wankelende Chinese banken, over de snel toenemende, onderlinge afhankelijkheid van China en de geïndustrialiseerde wereld, over het mondiale gevecht om grondstoffen, of over de Amerikaanse onderzoekscentra, die worden gedomineerd door buitenlandse studenten – niet op de laatste plaats uit China – die sinds `11 september' liever thuisblijven of naar hun land terugkeren. Soms zit er een juweeltje tussen, zoals in Fortune over de Tsinghua Business School in Peking. Daar krijgen China's briljantste studenten onderricht in het Engels volgens de socratische methode over de zegeningen van het kapitalisme, maar zijn curricula over corruptie, private eigendomsrechten en werknemersontslag taboe. En als de filmversie van Orwells `1984' wordt vertoond, gaat de discussie over human resource management, niet over onderdrukking.

Nee, dan Duitsland, de op twee na grootste economie ter wereld, waar het kapitalisme frontaal wordt aangevallen. Voor Chinese studenten aan Duitse universiteiten – hun aantal groeit door de verstandige Duitse IND snel – moet deze aanval verwarrend zijn. Voor The Economist is de aanval ,,hysterisch en misleidend''. Uitlatingen van de voorzitter van de regerende SPD over Angelsaksische hedgefunds en private equity funds die als sprinkhanen Deutschland AG kaalvreten, maken van de serie over globalisering in Der Spiegel een schot in de roos. Deze week deel 2. Wat voor paradijs Duitsland voor deze geldacrobaten is.

Duitse ondernemingen zijn uit een oogpunt van technologie en productkwaliteit van wereldklasse, maar ondergewaardeerd. Zelfs voor DaimlerChrysler, de grootste industriële onderneming van Europa, dreigt een aanval (van deze fondsen). De fondsen hebben aan een klein belang vaak al genoeg om de druk op te voeren. Toplieden van Duitse ondernemingen zijn veel tijd kwijt met het coifferen van de vijand. ,,Ik voel de hete adem van de kapitaalmarkt'', klaagt in het blad de financiële topman van het concern MAN. Ten minste eens per maand moet de leiding van SGL Carbon, dat onderdelen voor de vliegtuig- en autoindustrie maakt en voor 17 procent in handen is van buitenlandse fondsen, tekst en uitleg aan hen geven en voor strategische beslissingen hun zegen vragen. Sinds 2003 hebben de fondsen al 5.000 ondernemingen in hun macht, vorig jaar kochten ze voor 22,5 miljard euro aan Duitse ondernemingen op. Hun hoofddoel is dan ook Duitsland geworden. Daarbij gaan ze met beleid te werk, soms drie, vijf of zelfs zeven jaar uittrekkend om hun winst te incasseren. Hun zwaard snijdt aan twee kanten. Zo is Wincor Nixdorf, een verwaarloosde Siemens-dochter, dankzij hen een succesverhaal geworden: 1.600 nieuwe arbeidsplaatsen, hoge rendementen voor de nieuwe machthebbers en op de beurs slaat het bedrijf een goed figuur. Cognis, eens dochter van wasmiddelenfabrikant Henkel, heeft de investeerders sinds ze er in 2001 de macht grepen al 650 miljoen euro opgeleverd. Wereldwijd beschikken de (overigens niet door wet of toezichthouders gereguleeerde) 7.500 hedgefunds over 1.000 miljard dollar aan fondsen, en zelfs conservatieve pensioenfondsen zien er geen been in om grote sommen in de ondoorzichtige geldmachine te steken. Het brave, gemoedelijke, welvarende Duitsland waar de banken en verzekeraars belangen in Duitse ondernemingen hebben, voor de continuïteit borg staan en ze van middelen voorzien, belangen die alleen tegen een hoge belasting kunnen worden verkocht, bestaat sinds de afschaffing van deze belasting niet meer. Afgeschaft onder SPD-kanselier Gerhard SchRÖder. Volgende week in Der Spiegel deel 3.

Tot slot de Britse historicus Paul Johnson, die in Forbes over `groot leiderschap' schrijft. Of liever: hoe men een groot leider kan herkennen. Aan zijn bonus? U raadt het al. Aan de beurskoers soms? Bewondering voor een topman wordt stellig in de beurskoers weerspiegeld, zegt Johnson er alleen over. Van de vijf kenmerken die hij beslissend vindt scoort `morele moed' het hoogst. Maar moed zonder `oordeelsvermogen', zijn tweede kenmerk, is zinloos en misschien gevaarlijk. Ook een hoog IQ is geen pre, ze gaat vaak gepaard met een slecht oordeel, zie Ronald Reagan. Zo goed als schrandere leiders zich vaak blind staren op onbelangrijke zaken en die koste wat kost er door drukken. Wat dus wel telt is `gevoel voor prioriteiten'. Zijn vierde kenmerk is het `vermogen om tijd en energie slim te gebruiken' (Winston Churchill stond pas op als hij in bed zijn correspondentie en telefoontjes had afgehandeld). Humor is het vijfde en volgens hem een sleutelkenmerk (hij noemt Margareth Thatcher). Doen fysieke kenmerken ertoe? ,,Dat is een onopgeloste, onoplosbare historische puzzel.'' Fysiek grote mannen zijn soms minkukels, kleine mannen grote leiders. Bekent hij daarmee kleur? Grootte doet er voor een groot leider niet toe, zegt de historicus. Zou dat ook voor landen gelden?