De A380 geduchte concurrent van de huidige `jumbo'

De eerste vlucht van de A380 was aanleiding tot een wat zuur redactioneel commentaar (NRC Handelsblad, 28 april): De proefvlucht van deze ,,vliegende potvis'' is eerder een ,,politieke dan een technische gebeurtenis'', een weerspiegeling van ,,de Europese neiging om het te zoeken in alsmaar groter''. Inhoudelijk is het commentaar eenzijdig. De A380-800 met zo'n 555 passagiers is ook een geduchte concurrent van de huidige `jumbo', zoals het instorten van de Boeing 747-verkoop laat zien. De `Dreamliner' van Boeing is evenzeer de allang noodzakelijke vervanging van de verouderde Boeing 757 and 767.

De A380 is een Europees product (het Franse aandeel bedraagt 35 procent) en de complementering van een reeks van Airbus-vliegtuigen die elk afzonderlijk technisch-innovatief kunnen worden genoemd. Deze prestatie zou niet geleverd zijn zonder de actieve inbreng van Frankrijk, voortvloeiend uit een goed doordachte en consequent uitgevoerde industriepolitiek. Een hoogwaardige technologische industrie is van essentieel belang voor een economisch gezond en onafhankelijk Europa. Het (neo)liberale gedachtegoed (de voedingsbodem van uw zure commentaar?) is niet het meest geëigend voor het van de grond tillen van een dergelijk grootschalig project. Een door de overheid gevoerde industriepolitiek is daarbij onmisbaar. De vraag of het toekomstige Europa daartoe in staat en bereid zal zijn, speelt op de achtergrond mee in de Europese Grondwetdiscussie. Beducht voor zoveel Europees onbegrip zou ik als Fransman na het lezen van uw redactioneel commentaar wellicht `nee' gaan stemmen.