Curaçaose man wil `karni fresku', liefst illegaal

Op Curaçao is de prostitutie op Campo Alegre big business. Daarbuiten werken nog meer prostituees, illegaal. Toch bereikt de aids-preventie hen ook.

Lucy loopt door de wirwar van steegjes in Otrobanda. Samen met haar collega's van de Stichting Contrasida, die illegale prostituees door voorlichting voor aids/hiv hoopt te behoeden, is de Colombiaanse op weg naar een van de vele onofficiële bordelen in de Curaçaose volkswijk. Ze gaan een kobaltblauw pand met witte tralies binnen, van de bovenverdieping klinkt verleidelijke Dominicaanse bachatamuziek.

,,Vandaag heb ik condooms met een smaakje bij me'', vertelt Lucy aan de 34-jarige Carina en de tien jaar jongere Maria. Ze zitten in de donkere, kale woonkamer van het oude herenhuis. Op de achtergrond staat een grote tv afgestemd op een Venezolaanse soapzender.

Carina en Maria verblijven nu ruim een jaar op het eiland, zonder papieren. ,,In Santo Domingo werd ik benaderd of ik een reis naar Curaçao wilde maken'', zegt Carina. ,,Ik kon er gaan werken in een winkel, maar toen ik hier aankwam, bleek het heel anders te zijn. Ik werkte in het begin heel veel, al had ik het nooit eerder gedaan. Maar ik moest eten en de huur betalen. Zo ben ik erin gerold.''

Volgens Contrasida-voorzitter Wim Groenewoud ontvangt Curaçao, met een bevolking van 134.000, jaarlijks zo'n 4.000 sekswerkers zonder documenten. Dat is buiten de 600 prostituees die ieder jaar legaal neerstrijken in Campo Alegre, het grootste openluchtbordeel van het Caraïbisch gebied. Bijna alle vrouwen komen uit de Dominicaanse Republiek of Colombia en blijven niet langer dan drie maanden.

,,Dan zit het contract erop of hebben ze genoeg verdiend om het thuis weer even uit te houden. Tenzij ze de dupe worden van vrouwenhandelaren'', zegt Groenewoud met zijn blik op Carina en Maria.

Een andere reden voor het relatief hoge vervangingscijfer is de behoefte aan nieuwe vrouwen onder Curaçaose mannen. ,,Die willen `karni fresku', ofwel vers vlees'', legt de Contrasida-voorzitter uit. ,,Als de vrouwen hier te lang blijven, zijn ze niet meer interessant.'' Uit onderzoek van Contrasida blijkt dat naar schatting 65 procent van de volwassen mannelijke Curaçaose bevolking regelmatig naar de hoeren gaat.

Het onderzoek wijst tevens uit dat veel Dominicaanse prostituees hopen een Curaçaoënaar te trouwen, om daarmee op termijn een Nederlands paspoort te verwerven. Ook een carrière in Nederland, bijvoorbeeld op de Wallen, is voor Dominicaanse prostituees een aantrekkelijk perspectief. ,,Terwijl de Colombiaanse vrouwen'', zegt Groenewoud, ,,meestal veel hebben meegemaakt. Zij zijn vaak op de vlucht voor het oorlogsgeweld in hun land.''

Worden de Antillen in Nederland gezien als het afvoerputje van het koninkrijk, in de Caraïbische regio staan de eilanden als zeer welvarend te boek. Het gemiddelde inkomen ligt op Curaçao vele malen hoger dan op de omliggende eilanden. Zo fungeert het eiland als een magneet voor illegalen, onder wie ook prostituees.

Het Contrasida-team verplaatst zich naar Mundo Nobo, een nieuwere wijk net buiten Otrobanda. In een stille straat stoppen ze voor een lichtbruin huis, waar twaalf Dominicaanse vrouwen wonen. Ze werken als `danseressen' in de om de hoek gelegen nachtclub Havana Vieja. Terwijl de aan Contrasida gelieerde arts Alberto Dambruck in een van de slaapkamers spreekuur houdt, haalt Lucy uit haar tas Pedro Luis, een rode dildo, tevoorschijn. ,,Weet iedereen hier hoe je een condoom moet omdoen?'', vraagt ze. De meisjes giechelen. Op hun aftandse stapelbedden, waaronder diverse paren hooggehakte schoenen staan, rollen ze één voor één een condoom om de grote fallus.

In Campo Alegre is condoomgebruik verplicht, wordt wekelijks getest op hiv en worden de vrouwen beschermd door bewakers. In het clandestiene circuit zijn prostituees veel kwetsbaarder. ,,Ze worden onder druk gezet om het zonder condoom te doen en ook komen er verkrachtingen voor'', zegt Groenewoud. ,,De klanten dreigen bij het minste of geringste naar de vreemdelingenpolitie te stappen.''

Toch werken de meeste prostituees liever niet in Campo Alegre. ,,Hier heb ik mijn vrijheid'', zegt Jenny terwijl ze op haar beurt wacht om dokter Dambruck te zien. ,,In Campo mag je alleen maar op bepaalde uren naar buiten en moet je ook nog eens veel geld voor je onderkomen betalen.'' Jenny kent Curaçao goed, ze kwam de afgelopen vier jaar meerdere keren om in Havana Vieja te werken. ,,Ik doe het voor het geld. Luister, ik heb twee kinderen die ik moet onderhouden. Ik kan in Santo Domingo als inpakster in de Zona Franca, de Vrije Zone bij de haven, gaan werken, maar daar verdien ik nooit zoveel als hier.'' Ze mist haar kinderen wel erg als ze op Curaçao is, zegt ze. ,,Je moet oppassen dat je al het geld dat je verdient niet aan telefoonkaarten uitgeeft.''

Naast haar zit Carmen. Op een goede avond verdient ze zo'n 100 euro. ,,Maar'', zegt de jonge Dominicaanse, ,,ik zal blij zijn als ik weer naar huis kan. Ik studeer aan de universiteit in Santo Domingo en probeer hier het collegegeld voor volgend jaar te verdienen.''

De zon kleurt oranje als Lucy en haar collega's aankomen bij Palu ku pipa. De kleine bar ligt midden op het eiland, aan een stoffige erfje waar taxibusjes op dit uur af en aan rijden om zwaar opgemaakte vrouwen af te zetten. Palu ku pipa is, samen met enkele tientallen soortgelijke bars, het gezicht van de verborgen Curaçaose prostitutie. De vrouwen werken officieel als animeermeisje, maar de condooms die Lucy uitdeelt, vinden ook hier gretig aftrek.

Alleen Sofia neemt ze niet aan. ,,Nee, ik dans alleen maar met die mannen'', zegt de Colombiaanse. ,,'s Ochtends werk ik bij iemand in de huishouding en 's avonds hier, dat is de enige manier om rond te komen op dit dure eiland. Als het in Colombia niet zo'n puinhoop was, was ik hier allang weggeweest.''

Als het Contrasida-team op het punt staat te vertrekken, beginnen de eerste klanten binnen te druppelen. Spraakzaam zijn ze niet en voor de boodschap van Lucy over aids-preventie staan ze ook niet open. Wellicht verwoordde de populaire Curaçaose politicus Anthony Godett – die er geen geheim van maakt zich in etablissementen als Palu ku pipa erg thuis te voelen – de gedachtegang van de klanten enige jaren geleden nog wel het beste. Toen hem tijdens een tv-interview werd gevraagd waarom hij niet was getrouwd met de moeder van zijn kinderen, antwoordde Godett: ,,Waarom zou ik een koe kopen, als ik het vlees ook per pond bij de slager kan krijgen?''