Coco Chanel liet vrouw bewegen in mode

In het Metropolitan Museum of Art in New York opende deze week een tentoonstelling over modeontwerpster Coco Chanel en Karl Lagerfeld, die al 22 jaar haar modehuis voortzet.

Coco Chanel was meesterlijk in pittige uitspraken. Een scherpe is: ,,Ik ben niet van vroeger en ik ben geen avant-garde. Mijn stijl volgt het leven.'' Karl Lagerfeld, de ontwerper die al 22 jaar de reïncarnatie is van Chanel, sluit zich bij die woorden aan: ,,Geef mij maar vandaag, in het verleden ben ik niet geïnteresseerd. Mijn taak is om voor het modehuis Chanel te anticiperen op wat morgen in de mode zal zijn.''

Die uitspraken, die digitale letters staan op de witte kubussen waarin de tenstoonstelling Chanel in het Metropolitan Museum of Art in New York is ondergebracht, vatten het wezen en de grenzen van deze expositie samen, die is gewijd aan de onverbeterlijke modernist van de twintigste-eeuwse mode – en aan de ontwerper die haar vlam sinds 1983 brandend heeft gehouden.

Gepresideerd door Nicole Kidman – het gezicht en het lenige lichaam van Chanel No. 5 – en Anna Wintour van American Vogue was het openingsgala maandag zo stijlvol en tiptop als het befaamde Parijse modehuis zich kon wensen. Philippe de Montebello, directeur van het Metropolitan, zei over de in 1971 gestorven Gabrielle (Coco) Chanel: ,,Zij was een van de eerste couturiers die net zo gevierd werden om hun persoonlijke glamour als om hun onberispelijke ontwerpen.''

De tentoonstelling Chanel, die duurt tot 7 augustus, heeft een dubbele missie: het tijdloze beeld tonen van een modehuis dat het bijna een eeuw lang heeft uitgehouden, en een dialoog entameren tussen Coco en Karl. De tentoonstelling opent met Lagerfelds slanke vergulde jurk, waarvan het kantachtige bladpatroon als videokunst wordt geprojecteerd – een beeld dat geleidelijk overgaat in een beroemd, dromerig, door Cecil Beaton vervaardigd portret van Chanel zelf.

Dit is de enige, kortstondige verschijning van deze ontwerpster, die van nature begreep wat het betekende om een vrouw te zijn in de nieuwe twintigste eeuw. Marilyn Monroe komt er visueel beter af, met een zwevende afbeelding waarop de ster een fles Chanel No. 5 vasthoudt. Lagerfeld verschijnt alleen maar als spookachtige abstractie van zijn silhouet. Misschien is het wél zo goed dat de tentoonstelling zich niet richt op de personen, maar op de kleren, want die zijn grandioos – op zichzelf én als voorboden van de kledingcanons van de moderne tijd.

Harold Koda, de conservator van kostuumafdeling van het Metropolitan, zegt: ,,Chanel heeft een vocabulaire uitgevonden, en Karl speelt daar dan mee.'' Samen met assistent-conservator Andrew Bolton heeft hij de presentatie gekoppeld aan een aantal codes: de uitvinding van de sportkleding in de jaren twintig, het dandyïsme van de mannen- en vrouwenkleding die in elkaar overliepen, de romantische kijk op het bohémienbestaan en de verlokkingen van kant in de jaren dertig, en de total look van een tweedpakje, tweekleurige schoenen en een doorgestikte handtas in de jaren vijftig. Daarbij komen nog vroege cosmetische artikelen in een grafische zwart-witte verpakking, sieraden als het Maltezer kruis en slingers namaakparels, en de camelia, die door kunstenares Marie Maillard in vloeiende dessins als `videobehang' wordt geprojecteerd.

Lagerfeld, die zich altijd verre heeft gehouden van moderetrospectieven en die toegeeft dat het overleg met het museum over de tentoonstelling niet zonder wrijving is verlopen, heeft zich niet bemoeid met de opzet, die hij pas zag aan de vooravond van de opening. Hij heeft wél de keuze van de kledingstukken goedgekeurd en meegewerkt aan de frappante, inventieve catalogus.

Het verhaal begint met een sportieve beige gebreide jas die is geïnspireerd op de polokleding van Britse aristocraten, en een jersey-jurk op basis van het ondergoed van his lordship. Maar er is geen biografische routekaart voor wie geen weet heeft van Coco's flirt met de hertog van Westminster of van haar begintijd als hoedenmaakster in Deauville. De op het overdrevene af puristische uitstalling is opgezet in vier lanen met witte modules die volgens Olivier Saillard, adviseur van het Musée de la Mode in Parijs, de `Pavillons d'Élégance' van de Wereldtentoonstelling van 1925 voorstellen.

Pakjes van gespikkelde beige tweed, die Saillard `chic ennuyeux' (verveelde chic) noemt, worden afgewisseld met een Lagerfeld-versie met minirok. Evenzo worden de klassieke, zwart-doorgestikte handtassen getoond in combinatie met moonboots en een motorjack – Lagerfelds persoonlijke kijk op leer.

Van dit aarzelende duet van Karl en Coco had wel wat meer gemaakt kunnen worden. Volgens Koda zijn de stukken van Lagerfeld bedoeld om de tentoonstelling extra pep te geven, omdat het huidige publiek zich anders misschien niet aangesproken zou voelen. Bolton huldigt de theorie dat Lagerfeld naast het pure modernisme van Chanel kiest voor het postmodernisme, met een voorliefde voor eclectische mengelingen van elite- en volkscultuur.

De verrassingen zitten bij de avondkleding: Chanels gebruik van kant, waar zij in de jaren dertig beroemd om was; haar felle rood tussen het vertrouwde neutrale beige, zwart en wit; en heel aparte stukken als de zigeunerrokken of de pyjama's met een kanten jabot, zoals gedragen door het mode-icoon Diana Vreeland, de hoofdredacteur van Vogue. Maar waarom krijgen we Vreeland niet te zien? Of Chanel in een modderbruin pakje, met een piepklein, ongevoerd jasje zo licht als tricot?

Het menselijk lichaam is de grote factor die in deze zorgvuldig uitgedachte expositie ontbreekt. Misschien is het, zoals Koda meent, inderdaad zo dat Chanels enthousiasme voor ruisende watervallen van zijde en voor blote ruggen diende om de aandacht af te leiden van haar platte boezem. Maar waar het om gaat is dat Chanel het lichaam in het middelpunt van de belangstelling heeft geplaatst. Zij heeft de pantsers die tot dan toe de natuurlijke lichaamsvormen van de vrouw hadden vervormd en gefolterd, vaarwel gezegd. Haar grote uitvinding was: mode waarin het lichaam zich vrijuit kon bewegen.

Gezien alle multimediatechniek waarover musea nu beschikken is het merkwaardig dat wij de kleren nooit zien zoals ze er uitzagen op foto's of in beweging op de catwalk. In de camelia-video vangen we een glimp op van een jurk. En wie goed thuis is in de beeldbiografie van Chanel, herkent in Lagerfelds zwierige broeken, die met slingers parels worden gedragen, de foto's van Coco zelf in Deauville.

,,Kleren voor een museum kunnen nooit op een mensenlichaam zitten'', zegt Lagerfeld over de bijzondere techniek waarmee hij de met de computer bewerkte foto's in de catalogus tot leven heeft gewekt. Hij heeft silhouetten opnieuw gestalte gegeven, gezichten met snufjes make-up bewerkt, en historische kapsels gecreëerd. De complexe, tijdverslindende algraphy-techniek heeft afbeeldingen opgeleverd met de textuur van aquarellen. ,,De geest, het lichaam, de houding – dat geeft een jurk zijn betovering.'' Deze nevelige, spookachtige afbeeldingen hadden kunnen worden geprojecteerd, al zijn de gezichten van de mannequins geverfd en hun `haren' gemaakt van veren.

Bij de avondkleding lijkt het ontbreken van het menselijk lichaam minder storend, omdat de creaties voor zichzelf spreken – van de satijnen jurken in gezichtspoedertinten uit de jaren dertig tot en met de geborduurde jurken waarvoor Lagerfeld zich heeft laten inspireren door kamerschermen van coromandel-lakwerk.

Chanel biedt het publiek de gelegenheid om een aantal van de mooiste jurken te zien die ooit zijn gemaakt, jurken die de vrouw nooit hebben geëxploiteerd of voor gek gezet. De tentoonstelling raakt ook aan de ziel van wat modern is in de mode, en hoe vroeg en tijdloos die ontdekking is geweest. Maar het Metropolitan Museum of Art mag deze modernistische schoonheid dan in de schijnwerpers zetten, het slaagt er niet in de vrijheid te laten zien die deze kleding belichaamt.

© International Herald Tribune