Boerenbank van de wereld

ABN Amro voert een verbeten overnamestrijd in Italië om zijn positie in Europa te versterken. In hoeverre staan de grote Nederlandse financiële instellingen, zoals Rabo, op een keerpunt in hun strategie? Het laatste deel van een drieluik. ,,Je kunt geen vrijdenker zijn bij de Rabobank''

Het jargon wijzigt er aanmerkelijk sneller dan de bank zelf. Maar misschien hoort dat wel bij een coöperatie die haar wortels heeft in de boeren- en middenstand. Ruim honderd jaar geleden bundelden boeren en middenstanders hun krachten om toegang te krijgen tot het kapitaal dat toen leek voorbehouden aan grootindustriëlen en andere vermogenden.

Vandaag de dag noemt Rabobank zich een `food & agribank', wat eigenlijk nog steeds neerkomt op een bank van en voor boeren: degenen die in de agrarische sector werken en die de voedselketen op gang houden. En de bank afficheert zich in Nederland als `Allfinanzdienstverlener', omdat naast de bank ook een verzekeringspoot, een tak vermogensbeheer, een leasemaatschappij en een vastgoedafdeling zijn ontstaan. Bekende merknamen: Robeco, internetbank Alex en verzekeraar Achmea (Centraal Beheer, Interpolis) waarin de bank onlangs een belang heeft verworven.

Maar de basis is nog altijd de Nederlandse boer: Rabobank behaalt 80 procent van zijn winst in Nederland en heeft een marktaandeel van ruim 80 procent in de agrarische sector. De bank claimt een marktaandeel van 40 procent in het Nederlandse midden- en kleinbedrijf en 25 procent op de lucratieve markt voor hypotheken.

Vanuit die sterke positie op de thuismarkt koestert de bank al langere tijd internationale ambities. ,,De Rabobank wil de boerenbank van de wereld zijn'', zegt analist Lukas Daalder van Bank Oyens & Van Eeghen. ,,Dat is een mooie strategie, maar ga dan ook wat voortvarender investeren, zou ik zeggen.''

Maar bestuursvoorzitter Bert Heemskerk heeft met meer krachten te maken dan de financiële wereld die graag een groeiende bank wil zien. Heemskerk, die in december 2002 aan het roer kwam nadat Hans Smits wegens een conflict was vertrokken, weet dat besluitvorming bij een bedrijf met een coöperatieve structuur meer tijd kost. ,,Het voordeel is dat je het rustiger aan kunt doen. Er is minder externe druk'', zegt de topman, die eerder bij de beurgenoteerde banken Van Lanschot en ABN Amro werkte.

De Rabobank moet wel groeien, want dat is volgens Heemskerk nodig om te kunnen blijven voortbestaan. Maar in Nederland zal versterking van de huidige marktposities niet eenvoudig zijn. ,,Wij vechten voor het behoud van marktaandelen en dat is al een tour de force.''

Internationaal is het streven om de ,,beste food & agribank'' te zijn, maar Heemskerk erkent dat Rabobank dat al vrij snel is, omdat niet veel banken die strategie voeren. In Amerika komen Bank of America en Wells Fargo nog het dichtst in de buurt als directe concurrent. In de praktijk betekent de buitenlandstrategie: concentratie op lokale landelijke gebieden en ter plekke mikken op de boeren- en middenstand als cliënt.

In de expansiestrategie van Rabobank onderscheidt Heemskerk drie ringen. De eerste en belangrijkste ring bestaat uit ontwikkelde agrarische landen als de Verenigde Staten, Canada en Australië. Hier wil Rabobank groeien op zowel eigen kracht als via overnames. Heemskerk: ,,Wij zijn in deze gebieden bereid om grote acquisities te plegen, acquisities van enkele miljarden euros in de komende jaren''.

In de tweede ring gaat het om potentieel belangrijke agrarische landen. De bank schaart hier mogelijk toekomstige EU-lidstaten als Roemenië en Turkije onder en ook gebieden nog oostelijker in Europa, en in het Midden Oosten. ,,In zulke gebieden zijn we bereid honderden miljoenen te investeren'', zegt Heemskerk.

En de laatste ring is die van ,,zich ontwikkelende ontwikkelingslanden'' als India en China, waar de groei sterk is, maar waar Rabobank voorzichtig zal opereren met investeringen in de tientallen miljoenen euro.

Nederland is de levensader. ,,De winst wordt ten eerste binnengehaald door de activiteiten in Nederland. Daarna door satellieten als verzekeraar Interpolis en Robeco, en pas op de derde plaats door het buitenland. De winsttoevoeging van de buitenlandse operaties was enkele honderden miljoenen'', aldus Heemskerk, ,,en dat kwam vooral uit de landen uit die eerste ring als de VS.'' Die verhouding gaat wel veranderen. Waar vorig jaar nog zo'n 300 miljoen van de 1,5 miljard euro jaarwinst uit het buitenland kwam, moet dit over drie tot vijf jaar zijn verdubbeld tot 600 miljoen. Volgens Heemskerk, die behalve economie ook theologie en filosofie studeerde, is die groei wezenlijk voor het voortbestaan. ,,Als je wilt overleven moet je wel een functie hebben en de groei kennen. In Europa moet je aanwezig zijn, al is de groei beperkt: 1 tot 3 procent is al prachtig. Wie zou het moeten opeten, wie zou het moeten consumeren als we hier continu een groei zouden hebben van 6 procent? Zo'n groei van 6 procent of meer kan in China en India. En groei van 3 tot 5 procent kan in de VS.''

Bij de miljardeninvesteringen die Rabobank voor ogen heeft is het van belang dat de bank in control is. ,,Maar dat geldt niet voor onze activiteiten die minder in het hart van de organisatie liggen, die niet in onze eerste ring liggen. Wij vinden het een illusie om in Polen, Turkije of Brazilië te zeggen: wij gaan de bank runnen'' zegt Heemskerk.

Hetzelfde geldt voor verzekeren. Onlangs verkocht Rabobank verzekeringsdochter Interpolis aan Achmea (FBTO, Zilveren Kruis, Centraal Beheer) en bouwde in ruil daarvoor het belang in Eureko – de moeder van Achmea – uit tot 37 procent. ,,We willen eindverantwoordlijkheid dragen op die terreinen waar we werkelijk uitblinken. Als u denkt aan de Rabobank, denkt u niet meteen aan verzekeren. Daarom hebben wij er geen moeite mee om bij Eureko een minderheidsbelang te hebben'', redeneert de topman.

En daardoor heeft Rabobank ook geen moeite met een minderheidsbelang in vermogensbeheerders. Rabo kocht zo een belang van 27 procent in de Zwitserse vermogensbeheerder Sarasin, maar wel met het recht om dat belang op termijn naar een meerderheid uit te breiden. Op die manier werd Robeco in het verleden uiteindelijk ook ingelijfd in de Rabo-organisatie.

In de ambities van Rabobank is de Verenigde Staten hét jachtterrein. ,,De staat Californië alleen al is het grootste geavanceerde agrarisch gebied en de grootste gevanceerde agrarische producent ter wereld. Er zijn in die staat nog tientallen onafhankelijke coöperatieve banken'', weet Heemskerk. Maar dat groeien daar niet vanzelf gaat, bleek vorig jaar toen Rabobank de overname van Farm Credit Services of America moest afblazen, omdat het bestuur uiteindelijk het bod van 750 miljoen dollar verwierp. Amerika kent een bijzonder financieringssysteem voor boeren waarop de overheid garantie geeft. Rabobank probeerde met de overname een lokale bank uit dit gesloten systeem los te weken. Maar het bestuur van de bank uit Nebraska durfde volgens Heemskerk het Amerikaanse stelsel van coöperatieve banken niet te doorbreken en trok een eerdere instemming voor het bod in.

De mislukking in de VS heeft de uitbreiding in de VS vertraagd, niet meer en niet minder, meent Heemskerk. ,,Of ik er van geleerd heb? Niet veel. We wisten dat het moeilijk zou worden met die overname. Wellicht was onze timing niet juist. De verkiezingen zorgden voor extra lokaal bewustzijn. Het beeld ontstond alsof wij de zekerheden van die bank zouden gaan uitwinnen.''

Maar Rabobank ziet in de Verenigde Staten nog honderden banken die interessant kunnen zijn. ,,We willen nog dit jaar of in 2006 een grote acquisitie in de VS plegen, waarschijnlijk in Californië of het middenwesten'' (de regio waar ook ABN Amro sterk is vertegenwoordigd, red).

Voordelen van de combinatie van verzekeren en bankieren zijn in de internationale strategie op korte termijn moeilijk te verwezenlijken. ,,Als ik realistisch ben, dan zie je die synergie nu vrijwel uitsluitend in Nederland. Het is ons nog niet gelukt om overnames in het buitenland te plegen die die voordelen bieden.''

Bescheidener zijn de ambities in het binnenland. Met de uitgebreide divisie vermogensbeheer probeert Rabobank straks ook de boer te behouden die zijn bedrijf verkoopt. ,,De groei van het particulier vermogen zit vooral in het midden- en kleinbedrijf. Wij moeten de kunst verstaan om onze klanten vast te houden als zij straks gaan cashen.''

In de Randstad is Rabobank van oudsher minder sterk vertegenwoordigd, en ziet de bank mogelijkheden om te groeien. De bank werkt aan een formule voor goedkoop en snel krediet, zoals de DSB. ,,In Duitsland hebben wij daar voorbeelden van gezien bij de Norit-bank, een dochter van de coöperatieve DZ Bank. Dat is een groot succes, met name onder allochtonen.''

De sterke kredietwaardigheid van Rabobank – de bank heeft als een van de weinige banken ter wereld een AAA-status – wordt met veel plezier uitgedragen, ook in televisiereclames. Voor die status moet de bank extra buffervermogen aanhouden, dat niet gebruikt kan worden om mee te ondernemen. Tegelijkertijd kan de bank goedkoper lenen. Hoe ziet dat kostenplaatje er uit?

Op jaarbasis heeft de bank er 200 tot 300 miljoen euro voordeel van, zegt Heemskerk. Die status is niet heilig, maar er moet volgens de bestuursvoorzitter wel wat tegenover staan. ,,Mochten we de status verliezen, dan zal dat par accident zijn, bijvoorbeeld door dat kredietbeoordelaars ervoor kiezen om het rapportcijfer niet meer uit te delen. Wij zullen heel moeilijk bewust afstand doen van onze hoge kredietwaardigheid. Alleen als het bijvoorbeeld nodig is om onze huidige marktposities in Nederland te verdedigen. Maar voor een overname in Polen of de VS zullen we nooit die status opgeven.''

Mocht zijn voorganger Smits er nog wel eens op speculeren dat de coöperatieve status van de bank verwisseld zou kunnen worden voor bijvoorbeeld een vennootschapsstructuur, voor Heemskerk is dit onbespreekbaar. ,,Alleen bij Robeco, bij de verzekeringstak of bij leasemaatschappij de Lage Landen kan ik mij voorstellen dat het niet per se nodig is om voor honderd procent een coöperatie te zijn. Maar van een bank ben je lid, niet van een leaseclub.'' De coöperatie biedt het voordeel dat er makkelijker op hele lange termijn beleid kan worden gevoerd, maar het betekent tegelijkertijd dat de basis altijd in Nederland zal blijven, omdat daar de leden zitten. Heemskerk: ,,Het gebondene van een coöperatie spreekt mij wel aan. Je kunt geen vrijdenker zijn bij de Rabobank.''

Heemskerk is net 62 jaar geworden, maar wil nog even door om de ambities van Rabobank te verwezenlijken. De uitbreiding van Rabobank zal, zo denkt hij, in zijn tijd niet meer komen van een grote fusie in Europa. Vier maal per jaar ontmoet hij in Brussel de bestuurders van zes andere gelijkgestemde banken uit Europa. Met de coöperatieve broeders en zusters wordt er gepraat over samenwerking. Heemskerk is momenteel voorzitter van de club die ook gezamenlijk lobbywerk in Brussel doet. ,,Mocht er over een aantal jaren een concentratiebeweging komen in Europa dan weten we in ieder geval wie we tegenover ons hebben'', zegt Heemskerk. ,,Dan is het toch aannemelijker dat wij met een coöperatie samengaan dan met een niet-coöperatie.'' Maar die beweging wordt nog tegengehouden, doordat Europa nog niet één Europa is waar het wetgeving en regelgeving betreft. ,,Er zijn daardoor onvoldoende synergievoordelen te behalen. Voor een kleinere coöperatieve bank in Duitsland is het momenteel nog veel lucratiever om eerst binnen Duitsland een partner te vinden dan om direct met een grote speler uit Nederland als Rabobank samen te gaan.''

De twee eerdere delen over ABN Amro en ING zijn na te lezen via www.nrc.nl