Betonblokken tegen het vergeten

Zeventien jaar is erover gediscussieerd, geruzied, touwgetrokken. Dinsdag wordt in het hart van Berlijn het Mahnmal, het nationale monument ter nagedachtenis aan de holocaust, geopend.

Het is groot. Bijna 20.000 vierkante meter. En er staat heel veel beton. Beton, gegoten in 2.711 grote blokken. Elk blok is 95 centimeter breed, en 2,38 meter lang. De hoogste blokken zijn hoger dan 4,5 meter, de laagste 0,5 meter. De blokken, ook wel stèles of grafzuilen genoemd, zijn donkergrijs.

Zo'n drie voetbalvelden met bijna drieduizend immense grijze grafzuilen, op een prominente plek, midden in de stad. Zeventien jaar is in Duitsland over het nationale monument ter nagedachtenis aan de moord op de joden gediscussieerd. Aanstaande dinsdag wordt het in aanwezigheid van bondskanselier Gerhard SchRÖder officieel ingewijd.

Het monument illustreert de wil van Duitsland om de genocide niet te vergeten, zegt Wolfgang Thierse, voorzitter van de Bondsdag en bouwheer. De Amerikaanse architect Peter Eisenman heeft voor de Duitse wil een abstracte vorm gekozen. De betonblokken zijn niet onmiddellijk als grafzuilen herkenbaar: het is een monument zonder tekst.

Het monument maakt geen massale, overweldigende indruk. Ondanks de omvang, ondanks het kille materiaal, ondanks de sombere kleur. Eisenman heeft in Berlijn een betonlandschap aangelegd dat de bezoeker aantrekt, niet afstoot.

Het beton is in de omgeving ingepast. Aan de straatkant zijn de blokken zo diep verzonken dat de overgang van stoep naar monument vloeiend verloopt. Aan één kant zijn 41 bomen tussen de betonblokken geplant, alsof stadspark Tiergarten nog even doorloopt. Hekken zijn er niet. Het monument is vrij toegankelijk.

Het beton `rolt'. De betonblokken zijn gerangschikt langs assen, die elkaar kruisen. De assen verlopen op een glooiende ondergrond. Samen vormen de blokken daarom een golvend meer.

Het beton `wiegt' ook. De betonblokken staan niet strak in het gelid, maar ze staan een tikje scheef, twee graden maximaal.

En het beton `leeft'. Het weer heeft een grote invloed op de sfeer in het woud van Eisenman. Als het regent, ontstaan op de bovenkant van de stèles eerst grote zilverkleurige druppels. Vervolgens vloeien de druppels samen tot een plas, die uiteindelijk kletterend over de rand valt. Als de zon doorbreekt, verschijnt in het woud een waaier aan grijstinten, afhankelijk van de lichtinval.

Het monument zal ook nooit uitsluitend beton zijn. Onlangs zaten twee stratenmakers in de zon op een van de stèles te schaken.

[Vervolg MAHNMAL: pagina 5]

MAHNMAL

Monument zonder duiding

[vervolg van pagina 1]

De blauwe overalls van de stratenmakers op een van de betonblokken van het Mahnmal waren van verre te zien. Straks zullen fleurige jassen, hemden en hoedjes van bezoekers uit de hele wereld het grijze woud van kleur voorzien.

Streng blijf het beton wel. De paadjes tussen de blokken zijn smal. Een kleine paraplu past er niet tussen. In het midden vormen de grote blokken smalle ravijnen. Hier hebben de betonblokken een intimiderend effect, zeker de exemplaren die naar de wandelaar toe hellen. Hier hoort men alleen nog maar zijn eigen voetstappen. Hier dwingt de geografie van Eisenman tot eenzaamheid. Een gezelschap valt hier onherroepelijk uiteen, je kinderen ben je hier zo kwijt.

Het monument moet het stellen zonder duiding. Geen opschriften, geen wegwijzers, geen plattegrond, geen borden met uitleg. Grafzuilen puur. Duiding krijgt het `Mahnmal' pas in een ondergronds museum over de holocaust. Daar krijgen ook de doden een gezicht.

Het gezicht van Claire Brodski uit Lyon, bijvoorbeeld. Zes grote sepia portretfoto's in de foyer vegen de bovengrondse abstractie van Eisenman in één klap weg. De foto's tonen ook Shimon Mendel uit Roemenië, Zden&Caron;ek Konas uit Praag, Etty Hillesum uit Amsterdam, Malka Malach uit Polen en Robert Vermeš uit Slowakije. Gedeporteerd, vermoord, vermist. Claire overleed enkele maanden nadat ze uit Auschwitz was bevrijd.

Het is een klein museum, dat het leed van de shoah ingetogen toont. De meeste foto's zijn klein. De bekende gruwelijke taferelen van bergen lijken zijn tot een minimum beperkt. De curatoren wilden de slachtoffers niet ook nog na hun dood van hun waardigheid beroven, zei projectleider Hans-Erhard Haverkampf.

De terughoudendheid in fotokeuze betekent niet dat onder de grafzuilen een steriele geschiedenisles wordt getoond. Met minimale middelen hebben de curatoren een groot dramatisch effect bereikt. Het licht is gedimd, in één ruimte komt de verlichting alleen maar uit de vloer. En overal is de bovengrondse architectuur van Eisenman aanwezig. De plafonds golven, stèles dringen door de muur naar binnen of zakken door het plafond naar beneden, tot vlak boven de grond.

Op de hangende stèles zijn familiegeschiedenissen in beeld gebracht. Een zuil is gewijd aan de familie van Max Peereboom uit Amsterdam, compleet met filmbeelden van kinderen Peereboom in de branding van de Noordzee. Een foto toont Simon en Rosje Peereboom, voor het huis van de joodse gemeente. Op de deur hangt een bordje: sterren uitverkocht.

Eén ruimte geeft de dimensie van de holocaust aan met korte cijferreeksen op de muur. Nederland 100.000 tot 102.000. Denemarken 116. Duitsland 160.000 -165.000. Polen 2.900.000 - 3.100.000. De dodentallen zijn niet exact. De vernietiging was zo omvangrijk, zegt historicus Eva Brücker, dat na al die jaren nog steeds niet alle details zijn opgehelderd.

De ontstaansgeschiedenis van het monument was een lijdensweg. Een aaneenschakeling van zeer emotionele debatten. Waar moet het monument komen? Hoe groot moet het zijn? Welke vorm moet het krijgen? In 1995 keurde Helmut Kohl een ontwerp af. In 2003 laaide een debat op over de vraag of Degussa – ooit fabrikant van het gas Zyklon B dat in de gaskamers werd gebruikt – wel het impregneermiddel tegen graffiti mocht leveren (Het mocht). Het debat was bij vlagen zó indringend dat zelfs geopperd werd om de discussie het monument te laten zijn en van de bouw af te zien.

Op de vraag waarom het nationale monument uitsluitend de joden herdenkt en niet alle slachtoffers van het nazisme antwoorden de pleitbezorgers dat de vernietiging van de joden de kern van de nazisme was. De vernietiging van de joden was voor Hitler belangrijker dan het winnen van de oorlog, schrijft initiatiefneemster Lea Rosh in de catalogus.

,,Het is geen eenvoudig monument geworden'', zegt bouwheer Wolfgang Thierse. ,,Maar dat wilden we ook niet. Het is aanstootgevend, in de beste zin van het woord.''