Weer wrange vreugde

Het was vannacht een bitterzoete ervaring voor Charles Kennedy, de leider van de Liberaal-Democraten. Een reden tot vreugde voor hem was dat zijn partij kan rekenen op ten minste zestig zetels in het Lagerhuis, het beste resultaat sinds de roemruchte liberale voorman David Lloyd George in 1923 158 zetels wist te behalen.

Maar wrang voor Kennedy was dat hij nog geen 10 procent van de zetels in het Lagerhuis wist te behalen, ook al stemde bijna een op de vier kiezers gisteren op een Liberaal-Democratische kandidaat. Zoals zo vaak de afgelopen decennia, brak het Britse districtenstelsel, waarbij alleen de winnaar meetelt, de Lib-Dems op. Teleurstellend was ook dat het resultaat beneden de 70 zetels bleef, waarop vooraf was gehoopt. En van een beslissende rol voor de Lib-Dems in een parlement zonder een Labour-meerderheid, waarop Kennedy in zijn stoutste dromen had gehoopt, was helemaal geen sprake.

Zuur voor Kennedy was bovendien dat zijn ambitieuze strategie om de Conservatieven te `onthoofden' in het geheel niet uit de verf kwam. Als ze één partij onthoofdden, dan niet de Conservatieven maar Labour. De Liberaal-Democraten, die als enige grotere partij nadrukkelijk tegen de inval in Irak was, fungeerde als een welkome uitlaatklep voor Labour-kiezers, die hun partij de medewerking aan de inval niet konden vergeven.

Vooral in Schotland, waar Kennedy zelf vandaan komt, wisten de Lib-Dems enkele Labour-zetels te veroveren. De Conservatieven daarentegen wisten elders juist enkele minder sterke Liberaal-Democratische Lagerhuisleden te wippen.

Kennedy, die een maand geleden vader werd en daarvan in de aanloop naar de verkiezingen het hele Verenigd Koninkrijk liet meegenieten, toonde zich vanmorgen niettemin opgetogen over de uitkomst van de verkiezingen. Met enige overdrijving kondigde hij aan dat na deze verkiezingen een nieuw tijdperk van drie partijen is aangebroken. Labour en de Conservatieven hebben het niet langer alleen voor het zeggen.