We moeten nu zelf helden zijn

Hieronder volgt een deel van de toespraak die kroonprins Willem-Alexander gisteren hield in Den Bosch op de 5mei-viering.

Ik denk wel eens: mocht ik de gezegende leeftijd van mijn grootouders bereiken, hoe zal mijn land er dan uitzien, ruim een eeuw na de bevrijding? Het zal, vermoed ik, een integraal deel zijn van Europa, open naar de wereld. Het zal een land zijn dat de ruimte zoekt, al sinds de Middeleeuwen onze manier om economisch te overleven. Het zal, hoe dan ook, een land met vele culturen zijn. Dat is altijd de kracht van Nederland geweest, de kracht die gedurende de Tweede Wereldoorlog door het monster van de monocultuur zo op de proef werd gesteld.

Dat wil niet zeggen dat het een land zonder spanningen zal zijn. Ruimte maakt ook bang. Ruimte roept, onwillekeurig, de behoefte aan beslotenheid op. Die typisch Nederlandse paradox tussen ruimte en de behoefte aan geborgenheid zal dan ook altijd blijven bestaan. [...]

De wereld heeft na het einde van de Tweede Wereldoorlog nog geen dag zonder oorlog gekend. Vrede en vrijheid zijn nooit vanzelfsprekend geweest. Wij vieren onze vrijheid al zestig jaar. Voor de meeste Nederlanders van na de oorlog is vrijheid net zo gewoon als schoon water uit de kraan en droge voeten in de polder: we merken pas hoe kwetsbaar we zijn als het water uit de kraan vervuild is en de dijken op springen staan. Mijn generatie, die de oorlog niet heeft meegemaakt, viert haar vrijheid zonder ooit onvrijheid te hebben ervaren. We zijn een, in dit opzicht, niet geteste generatie. De vrede staat als een muur om ons heen, we raken pas in paniek als het dak brandt en de muren instorten en al die vanzelfsprekendheden opeens verdwenen zijn. Wat zijn we dan waard? [...]

De geschiedenis herhaalt zich nooit op dezelfde wijze. De resultaten mogen dan vaak op blauwdrukken uit het verleden lijken, de aanleiding en de weg erheen verschillen altijd. Daardoor dreigt telkens weer het gevaar dat wij het kwaad pas te laat herkennen en het tij niet meer kunnen keren. Dat maakt het geschiedenisonderwijs zo belangrijk, juist om die trends en signalen te leren herkennen. [...] De jonge generaties van nu, weten van bepaalde dingen veel meer dan de jonge generaties van vroeger. Maar van andere dingen weten zij minder. Er zijn nu al jongeren die verbaasd opkijken als je vertelt over het bombardement op Rotterdam, die nauwelijks weet hebben van Churchill en Roosevelt, die Johannes Post, Hannie Schaft en Gerrit van der Veen alleen kennen als namen van een straat of plantsoen. Wie de vijfde mei wil blijven vieren, zal die historische ervaring moeten kunnen meebeleven. Wie die viering wil delen met jongeren en nieuwkomers, zal hen deelgenoot moeten maken van onze geschiedenis. [...]

Morele vragen blijven altijd bestaan, die horen bij iedere vorm van geschiedschrijving. Maar tegelijk is het van het grootste belang om nauwkeurig te analyseren wat de motieven van alle partijen waren, wat hun onderlinge tegenstellingen waren, hoe de regimes in elkaar staken, hoe het mogelijk was dat zij succes hadden. Juist om herhaling te voorkomen moet je weten hoe iets ontstond, en waar het misging. [...]

In het geschiedenisverhaal van onze generatie treden zo langzamerhand dus andere hoofdpersonen binnen. De oorlogsverhalen van onze ouders en grootouders waren vol heroïsche figuren, mensen die werkelijk van alles durfden, en die ik tot de dag van vandaag enorm bewonder. Maar iedere volgende generatie heeft behoefte aan eigen voorbeeldfiguren. Wij hebben immers niet meer te maken met knokploegen, onderduikers, illegale kranten en vuurgevechten. Dat is onze wereld niet meer. Maar we hebben wel duizend andere problemen en dilemma's. Ook wij moeten soms laten zien waar we staan, ook al gaan we daarmee tegen de heersende stroom in.

De eerste studenten die met bonkend hart opstonden om een protest te laten horen tegen het ontslaan van hun joodse professoren, drukkers die de moed hadden om de eerste illegale bladen op de persen te leggen, huisvrouwen die joden en illegalen als vanzelfsprekend bij hun gezin aan tafel lieten aanschuiven. Daarvoor leerde mijn vader mij een schitterend Duits woord: Zivilcourage. [...]

We associëren moed meestal met gevaarlijke situaties. Situaties waarin de vrijheid in de knel is geraakt en heroverd moet worden. Maar ook een vrij, open land heeft moedige mensen nodig. Doorzetters die ieder op hun eigen manier de vrijheid constructief invullen en daarmee zeker stellen voor de toekomst. Met woorden, maar vooral met daden. Ouders die hun kinderen met liefde en geduld opvoeden tot vrije, verantwoordelijke burgers. Onderwijzers die hun leerlingen nieuwsgierigheid en respect voor anderen bijbrengen. Hulpverleners die mensen, die lijken af te haken, er weer bij betrekken. Dienaren van de publieke zaak die de moed bezitten om te doen wat gedaan moet worden, tegen alle trends en opportunisme in. Zij zijn broodnodig voor onze toekomst in vrijheid. Want vrijheid verdient zorg en onderhoud, en een voortdurende waakzaamheid. Zivilcourage, een tijdloos, wonderschoon concept.

Willen we de vijfde mei ook voor volgende generaties levend houden, dan zullen we de betekenis van die datum moeten verbreden. Een generatiewisseling betekent het opnemen van eigen verantwoordelijkheid: er is niemand meer die voor je uitloopt, geen grootvader meer die naast je in de cockpit zit. We zullen het zelf moeten doen. Sterker nog: we zullen zelf soms die heldenrol moeten vervullen, in andere tijden, in heel andere omstandigheden, met andere risico's. [...]

www.nrc.nl/opinie

Link naar volledige tekst