Vrije arbeidsmarkt blijkt een wassen neus

`Vaterlandslose Gesellen', zo worden Duitse werkgevers genoemd die hun bedrijven verplaatsen naar lagelonenlanden, hun opdrachten daar onderbrengen of zonder scrupules gebruikmaken van het goedkope arbeidsaanbod van Polen en Roemenen in Duitsland zelf. Zij gaan, in het vocabulaire van de nieuwe klassenstrijd, vergezeld van een `sprinkhanenplaag' van opkopers die bedrijven herstructureren en afslanken (van zoveel mogelijk personeel ontdoen) om ze na een paar jaar tegen een stevige winst in hun geheel of in onderdelen al dan niet via de beurs van de hand te doen.

Onvrede over de aan globalisering en Europese uitbreiding geweten desastreuze neergang van de Duitse arbeidsmarkt sluimerde al langer, aan de linkerzijde bij de regerende socialisten, bij de vakbonden, maar ook in de sociaal georiënteerde vleugel van de oppositionele CDU/CSU en in de kerken.

Kort voor de verkiezingen in de deelstaat Noordrijn-Westfalen, die beslissend zijn voor de federale regering, is het abces opengebroken. SPD-voorzitter Franz Müntefering wierp enkele weken geleden de teerling op een partijbijeenkomst in Frankfort met de beschuldiging dat duistere krachten op de financiële markten zich gedragen als ,,zwermen sprinkhanen die de velden kaal vreten''. Dat was niet meer voor tweeërlei uitleg vatbaar. De partijvoorzitter noemde het beleid van de Deutsche Bank in dit verband `zwijnerij'.

De oprisping bij de SPD had een directe aanleiding. In maart steeg het aantal werklozen boven de 5 miljoen en bereikte daarmee een record. De schuldige was gauw gevonden: het `roofdierkapitalisme' dat uitsluitend op gewin uit is, vooral ten bate van dikbetaalde managers en toezichthouders, en dat geen mededogen kent met de cohorten werknemers die worden ontslagen zonder zicht op een vergelijkbare tewerkstelling. Daar komt de invasie bij van werknemers uit de nieuwe lidstaten van de Europese Unie. Volgens cijfers in het weekblad Der Spiegel vestigden zich vorig jaar ten minste 4.400 ambachtelijke bedrijven uit die landen zich in de Bondsrepubliek. Verder zijn het vooral de zorgsector, de bouw en de vleesverwerkende industrie waar supergoedkope arbeidskrachten uit Oost-Europa legaal, halflegaal of illegaal Duitse werknemers aan de lopende band uit hun baan verdringen. Europese afspraken over een overgangsregime dat dergelijke ontwikkelingen moest voorkomen en dat voor een geleidelijke aanpassing op de arbeidsmarkt zou moeten zorgdragen, blijken de massa's niet te kunnen tegenhouden.

Twee ideologieën botsen in Duitsland op elkaar: de ideologie van de vrije markt die zoveel mogelijk aan zichzelf dient te worden overgelaten en de ideologie met het verlangen naar een sterke staat die stuurt, innoveert en ervoor zorgt dat ieder het zijne krijgt. Naast de vrijheid en gelijkheid de broederschap. De oude Bonner republiek stond voor de Soziale Marktwirtschaft, marktwerking voorzien van een stootkussen van sociale voorzieningen.

De SPD onder SchRÖder meldde zich eind jaren '90 in de nieuwe `Berliner Republik' als voorvechter van de `Neue Mitte', een vage verwijzing naar het New Labour van premier Blair. De verzorgingsstaat diende gehandhaafd te worden, maar moest wel worden ontdaan van franje en dood gewicht die zich in de loop der jaren hadden gevormd. Der Genosse der Bosse luidde het etiket dat de nieuwe kanselier kreeg opgeplakt. `Hervormingen', eufemisme voor bezuinigingen, waren noodzakelijk geworden om de vergrijzende verzorgingsstaat betaalbaar te houden. Het verschil met de Britse situatie was dat de Duitse vakbonden en de SPD niet onder het juk van het Thatcherisme waren doorgegaan. De tegenkrachten waarmee in Duitsland de rood-groene regeringscoalitie werd geconfronteerd, bleken dan ook nauwelijks geneutraliseerd te kunnen worden.

Toch slaagde de regering erin na jaren van overtuigen en onderhandelen een hervormingsbeleid van de grond te krijgen, een beleid dat met ingang van dit jaar zijn beslag kreeg.

Langdurig werklozen en mensen die nimmer met de werkvloer in aanraking waren geweest, dienen met dwang en goede woorden in de richting van de arbeidsmarkt te worden gemanoeuvreerd.

Per 1 januari jongstleden voltrok zich voor veel vastgelopen uitkeringstrekkers het onheil van een ingrijpende vermindering van het persoonlijk inkomen.

Maar de beloofde ommekeer bleef uit, zoals de cijfers in maart bevestigden. De politiek van nieuwe zakelijkheid liep stuk op de afwezigheid van kansen zelfs aan de onderkant van de arbeidsmarkt, een gevolg van factoren die de regering niet in de hand bleek te kunnen krijgen. Zo kon het gebeuren dat de SPD-campagne in de deelstaat Noordrijn-Westfalen die op de nieuwe zakelijkheid was geënt, werd opgeblazen door de eigen landelijke partijvoorzitter.

Münteferings reactie komt voort uit frustratie. Blijkens de echo's uit de partijaanhang wordt zijn frustratie daar gedeeld. Het smalende en somtijds woedende commentaar uit werkgeverskring van de eerste dagen na het optreden van de partijvoorzitter zijn geleidelijk aan vervangen door de erkenning dat er meer aan de hand is dan campagne-opportunisme, al zal dat zeker een rol hebben gespeeld. De vraag is zelfs of het uit twee mondhoeken spreken wat de SPD kan worden verweten, de partij bij de verkiezingen niet eerder schade dan winst zal opleveren. Waarbij komt dat Müntefering met zijn ontboezemingen, die herinneren aan lang vervlogen tijden van klassenstrijd, nog niet het begin van een oplossing heeft aangedragen. Behalve dan de schaarse werkgever die beterschap belooft en pogingen onderneemt om met het minimumloon als wapen Polen en Roemenen met meer succes dan tot nu toe buiten de deur te houden.

Het verenigd Europa presenteert zich bij voorkeur als voorvechter van de vrije markt. Het is wel bijzonder tegenstrijdig om uitgerekend voor de arbeidsmarkt een uitzondering te maken en die een keur aan nationale uitzonderingsregels op te leggen.

Maar dat is precies wat er gebeurt als rechtstreeks gevolg van de afwezigheid van een Europees arbeidsmarktbeleid. Ook het Grondwetsverdrag waarover het volk zich binnenkort in verschillende lidstaten zal kunnen uitspreken, voorziet hierin niet. Zolang de solidariteit, die Müntefering opeist voor zijn achterban, ophoudt aan de landsgrenzen, zal het verwijt dat ondernemers en werkgevers zich gedragen als sprinkhanen en roofdieren moeten worden gelaten voor wat het is: een verdoezeling van het feit dat ook op de werkvloer en aan de onderkant van de arbeidsmarkt solidariteit een schaars goed is.

J.H. Sampiemon is oud-redacteur van NRC Handelsblad.