Verdriet in het vastgoed

Tegen het einde van zijn novelle Het schot van de jager legt de Spaanse schrijver Rafael Chirbes zijn hoofdpersoon de wrangste woorden in de mond. Ze betreffen zijn zoon, die net als hijzelf projectontwikkelaar geworden is. Maar anders dan hijzelf – rijk geworden tijdens de naoorlogse bouwwoede in Madrid – weigert zijn zoon de opdrachten die hij van overheidswege uitvoert als een bron van grof geld te zien. `Pa, daar gaat het eigenlijk niet om,' houdt hij hem keer op keer voor.

Maar in dat `eigenlijk', zo beseft de vader, schuilt de schijnheiligheid van een generatie die wel de lusten van een comfortabele positie geniet maar niet de vuile handen wil zien die deze mogelijk hebben gemaakt. In de eeuwige onschuld van zijn zoon weerspiegelt zich het etherische snobisme van zijn inmiddels overleden echtgenote. En hij schrijft: `Ik erger me aan die hypocrisie om de dingen niet bij de naam te noemen, net als ik me vreselijk ergerde aan dat woord dat Eva zo vaak gebruikte: `lomp', `lompheid'.

Carlos Ciscar noteert die overpeinzing in de levensterugblik die hij schrijft op zijn eenzaam geworden oude dag en die als geheel Het schot van de jager vormt. Het boek heeft in dat opzicht veel weg van Chirbes' vorig jaar vertaalde novelle Een fraai handschrift, waarin de bejaarde Ana haar eigen levensgeschiedenis beschreef. Beide boeken verschenen zo'n tien jaar geleden kort na elkaar en vormden een opmaat tot de al eerder vertaalde, veel ambiteuzere romans De lange mars en De val van Madrid.

In al deze boeken staat de lange periode tussen de Spaanse Burgeroorlog en de dood van Franco centraal. In weerwil van een ogenschijnlijk statisch regime maakte het land enorme veranderingen door, waardoor het in de jaren tachtig moeiteloos de aansluiting kon hervinden bij het democratische Europa. Chirbes' fascinatie geldt vooral de sociale transformatie van een getraumatiseerde samenleving. Feodale patronen verdwijnen, maar niet de tegenstelling tussen arm en rijk, die alleen maar een andere gestalte aanneemt.

In zijn grotere romans brengt Chirbes mensen van zeer verschillende afkomst samen, om aan de hand van hun wederwaardigheden dit gecompliceerde proces bloot te leggen. In zijn oudere, vaak als monoloog geschreven novellen exploreert hij dat thema aan de hand van afzonderlijke levensgeschiedenissen. De reikwijdte is smaller, maar de portrettering intenser. In de bejaarde Ana uit Een fraai handschrift concentreert zich niet alleen de misère van armoede en onderdrukking waardoor de naoorlogse periode zich vooral voor de verliezende partij kenmerkte. Ze is ook het slachtoffer van het opportunisme waarmee berekenender familieleden het met de nieuwe machthebbers en hun eigen geweten op een akkoordje gooien, en ze lijdt onder de onverschilligheid waarmee in die omstandigheden fatsoen en consideratie zienderogen wegslijten.

In Het schot van de jager portretteert Chirbes in veel opzichten Ana's tegendeel. Carlos begint als een ambitieuze en niet al te scrupuleuze jongeman die dankzij contacten en durf opklimt van boekhouderszoon tot bouwmagnaat – en de onbeschaamdheid heeft in het huwelijk te treden met de dochter van zijn vaders werkgever. Grenzen worden overschreden en dat gaat niet straffeloos. Bij de huwelijksvoltrekking op een gure novembermorgen is van beide families vrijwel niemand aanwezig. Maar enkele jaren later keert Carlos vanuit Madrid terug om in zijn geboortestad een huis te bouwen en zijn schoonvader (inmiddels failliet en door hém onderhouden) te dwingen de nieuwe verhoudingen onder ogen te zien.

Carlos is een winnaar en een selfmade man, maar juist daar begint zijn zelfverworven status te wringen. Zijn compagnon is te ongepolijst, te `lomp' voor zijn vrouw, die na de eerste avontuurlijke jaren haar air van rijkeluiskind en sociale arrogantie terugvindt. En na enige tijd gaat hij aardig op hem lijken. Zij zoekt haar heil in kunst, elegantie en een bijpassende minnaar van stand. Hij zoekt een aardsere passie bij losse en vaste scharrels, zonder zich daar ooit geheel aan te kunnen overgeven.

Er is dus veel leed in de vastgoedsector, maar Chribes vermijdt in deze prachtige, geserreerde novelle ieder gemakkelijk cliché. Eerder dan Carlos neer te zetten als de patserige tegenhanger van Ana laat hij hem met mededogen naar voren komen als de nouveau riche die zich er maar al te goed van bewust is dat hij het ondanks zijn successen nét niet haalt in de wereld waarin hij zich heeft binnengevochten. Ook dat was een aspect van het franquistische Spanje.

Bijna plichtmatig komt Carlos tegen het regime in opstand, wordt na een arrestatie tot zijn verdriet direct door zijn vader op borgtocht vrijgekocht – en verzeilt uiteindelijk in diens wereld, met behoud van een schoon geweten. `Je maakt vuile handen om te zorgen dat je kinderen dat niet hoeven doen [...] en dan begint de onschuld, die jij gecultiveerd hebt, je pijn te doen, want dat is precies wat hen van jou vervreemdt,' schrijft Carlos. Het is misschien een te wijze gedachte voor een bouwtycoon, maar ze neemt de lezer niettemin meer voor hém dan voor zijn familie in.

Rafael Chirbes: Het schot van de jager. Uit het Spaans vertaald door Eugenie Schoolderman. Menken Kasander & Wigman Uitgevers, 129 blz. €19,50