Van zusters en moeders

Wat een geluk voor Tony van der Meulen, journalist en hoofdredacteur van het Brabants Dagblad. Op een verjaardagsetentje van een vriend van hem zit hij tegenover een vrouw die hij liever níet tegenover zich gehad had – zij rookt aan een stuk door en hij niet –, maar die hem een verhaal vertelt dat zó in een boek kan. Hij overwint zijn afkeer van haar verslaving en laat haar, bij haar thuis, in `vele uren' alle details van dat verhaal vertellen. En zo wordt het geluk van Tony van der Meulen ook het geluk van de lezer, want dat verhaal is prachtig.

De vrouw – ze krijgt geen naam in het boek – is de dochter van een Canadese militair en een Nederlands meisje, verwekt op een warme zomeravond in juni 1945, in een donker plantsoen waar ze samen naartoe zijn gewandeld om een beetje te vrijen. Dat Nederlandse meisje is de oudste dochter in een groot, katholiek gezin, en gelukkig gebeurt met haar niet wat zo vaak in grote katholieke gezinnen in zulke gevallen gebeurde. Ze wordt niet verstoten, ze mag gewoon thuis blijven wonen, het kindje wordt geboren – de Canadese militair is dan allang weer naar huis – en haar vader en moeder voeden het op.

Na een tijd vindt iedereen het zo gewoon dat er weer een baby is, dat de vader op een avond aan tafel het woord neemt en zegt dat ze er vanaf nu een klein zusje bij hebben. Het kleine zusje zelf weet van niets, en dat blijft zo tot ze op een dag bij haar zogenaamde grote zus, inmiddels getrouwd met een andere man, op bezoek is en die zogenaamde grote zus opeens zegt dat ze niet haar zus, maar haar moeder is. Het kleine meisje is dan twaalf. En het is de eerste en de laatste keer dat die zogenaamde grote zus erkent dat ze de moeder van het kleine meisje is. Daarna valt ze terug in haar oude rol, en dat houdt ze vol tot ze een oude vrouw van in de zeventig is.

De verwarring van het kleine meisje, van de puber die ze daarna wordt, van de jonge vrouw, de moeder, de vrouw van middelbare leeftijd die met haar man naar Canada reist om haar halfbroers en halfzusters op te zoeken – daar gaat het boek over. Tony van der Meulen beschrijft het leven van de `ze' alsof hij een camera is: heel precies, maar zonder commentaar, en zeer levendig.

Als lezer krijg je medelijden met dat kleine meisje dat er niets van snapt als ze in de la van het nachtkastje van haar zogenaamde moeder het trouwboekje van haar zogenaamde ouders vindt, maar zichzelf er niet in terugvindt. Maar je krijgt ook medelijden met de werkelijke moeder van het meisje, die na de geboorte nog een foto van haarzelf en haar kindje laat maken en naar Canada stuurt, omdat de vader daarom gevraagd heeft – en daarna nooit meer wat van hem hoort.

De Canadese vader blijkt al dood te zijn als de `ze' in het boek hem met de hulp van een stichting probeert op te sporen. Maar haar halfbroers en halfzusters ontvangen haar heel hartelijk, en de foto die ze van hen krijgt laat ze, weer terug in Nederland, aan haar werkelijke moeder zien. Die huilt dan hartverscheurend, heel even, en dan houdt ze er weer mee op. En als de `ze' haar vraagt of ze nu eindelijk haar moeder wil zijn, zegt de werkelijke moeder nee. Alles moet blijven zoals het was.

Tony van der Meulen: De verzwegen moeder. Balans, 190 blz. €14,95