VAN DE LEZERS

Ik heb Hermans gekend. Nou ja, wat heet. Ik werkte toen bij Meulenhoff aan het Rokin, 1947/48. Elke maand kwamen Adriaan Morriën en Hermans als redacteuren van Criterium op het secretariaat praten met de bureauredactrice. Morriën was altijd vriendelijk, groette ons, Hermans was altijd nors, groette niemand. We hadden flink de pest aan die lomperd.

Heb dan ook noch De tranen der Acacia's gelezen (was verboden in het leger, hoe kan het!) noch Ik heb altijd gelijk. Nu ik dat laatste boek toch gelezen heb, bevestigt het mijn (voor-)oordelen van vroeger, al denken velen daar anders over.

Geke Linker

Wat een cynisch boek is Ik heb altijd gelijk. Literatuur moet ontroeren, dat doet dit boek niet. Het is zuur, naargeestig, duister. Mooi geschreven, hoor, met mooie beeldspraak, zeker. Interessant voor de historicus, zeker. Maar verstoken van enige liefde, mededogen en vooral van humor. De vergelijking met Gerard Reve gaat voor mij dan ook mank. Waarom? Omdat Reve wel ontroert en wel humor heeft.

H. Salm

De verleiding is groot, met name als de persoon van de schrijver kleurrijk, spraakmakend of omstreden is, om autobiografische gegevens te gebruiken voor een bespreking. En toch moeten recensenten zich hoeden voor de autobiografie-valkuil. In de literatuur worden `werkelijk gebeurde feiten' immers omgesmeed tot kunst [..] Zoals bijvoorbeeld? In de discussie heb ik behoorlijk wat gelezen over de zelfmoord van de zus van de persoon Hermans en hoe hij dit droeve feit heeft `verwerkt' in de roman. Maar wat de zelfmoord van de zus van hoofdpersoon Lodewijk Stegman in literaire zin betekent, daar heb ik weinig discussianten over gehoord.

A.T. van Twuijver

Arjen Fortuin [heeft] het erover dat in het van cynisme doordrenkte leven van Stegman geld of een bankrekening wellicht een vorm van troost zou kunnen bieden. Troost! Alsof Stegman naar zoiets zou kunnen verlangen!

Stegman wil niks , hij doet niks, hij streeft nergens naar, hij hoeft niks te bereiken, z'n hele leven dobbert in een vacuüm van niet het grote maar het kleine `niets'. Ook het smijten met geld, het uitgeven daarvan aan de metamorfose van Gertie (natuurlijk zonder enig, hooguit met averechts effect) het ontvangen van de briefjes van honderd op het eind, het gebeurt allemaal vanuit een achteloze, vrijgespeelde, superieure levensverachting.

Wat Stegman aan het eind zegt over wat je allemaal met geld kunt doen vat ik op als opnieuw een cynisch commentaar op de samenleving. Het lijkt soms wel of Hermans Stegman in een dergelijke lege wereld laat hangen alleen maar om uiteindelijk de lezer te treiteren met het opperen en literair uitwerken van de mogelijkheid van zo'n bestaan. Een leven zo niksig dat we allemaal wel moeten gaan denken dat er toch ergens wel iets menselijks, iets van waarde, iets van troost moet zijn voor Stegman.

En dan triomfeert Hermans, want voor Stegman is ook een suïcide nog te veel moeite.

R. van der Weele-Roth

De Leesclub begint deze week met `De Stille Kracht'. De discussie over Hermans blijft geopend. Hoe werkt de Leesclub? Klik op `Veelgestelde vragen' op www.nrc.nl/leesclub.