Struikelend op weg naar de hel

Auschwitz is de merknaam van de Tweede Wereldoorlog geworden. De Duitse naam voor het Poolse plaatsje Oswiecim is synoniem voor de jodenvervolging, afkorting voor het in marmer gebeitelde getal van zes miljoen doden en bezweringsformule van het antiracisme. Het is altijd goed om van een in sjablonen versteende historisch gebeurtenis de toedracht (nog eens) vast te stellen.

Elk jaar tegen mei verschijnen er weer een paar boeken die dat doen. Dit jaar waren dat onder meer (vertalingen van) Auschwitz van de Engelsman Laurence Rees, producent van de gelijknamige BBC-serie, nog een boek dat Auschwitz heet, van de Duitse historica Sybilla Steinbacher en Holocaust van Dieter Pohl van het Institut für Zeitgeschichte in München. Alle drie boeken die op hun manier proberen de geschiedenis van de massamoord op de Europese joden voor een breed publiek te vertellen en daarbij weg te blijven van de algemeenheden.

Van de 1,1 miljoen doden in Auschwitz waren er 1 miljoen joods. Toch was het niet gebouwd als een vernietigingskamp, zoals Treblinka of Sobibor. Auschwitz was een `gewoon' Duits concentratiekamp, de eerste gevangenen waren Duitse criminelen.

Zelfs nadat in Auschwitz in juni 1942 de selecties van aangevoerde joden beginnen, en mensen binnen enkele uren na hun aankomst op het perron in gaskamer en crematorium verdwijnen, blijft de organisatie van het kamp ook een zootje ongeregeld, waar corruptie heerst onder zowel gevangenen als bewakers, tot aan de kampcommandant die stiekem uit de magazijnen pikt.

Dat laatste staat in het boek van Laurence Rees en is exemplarisch voor zijn aanpak. De boeken van de Duitse historici zijn degelijk, wars van sensatie, maar ook wat abstract, hetgeen de leesbaarheid niet altijd ten goede komt. In haar opzet om de organisatie van het kamp zo duidelijk mogelijk weer te geven, somt Steinbacher zinnenlang de afdelingen ervan en hun verantwoordelijke instanties op. Dat is natuurlijk van belang, maar het is in zijn abstractie weinig sprekend.

Rees maakt voor zijn boek royaal gebruik van de interviews voor de tv-serie, met slachtoffers, daders en omstanders. Voor de SS'ers die in het kamp hebben gewerkt was Auschwitz gewoon een post in het buitenland en bepaald geen onaangename. Uit alles wat ze vertellen valt op te maken dat wat voor de slachtoffers de hel was geweest, voor de daders bijna de hemel was. Er was, anders dan aan het front, volop eten, er was een sportclub, een theater. Er werd gedanst. SS'er Oskar GRÖning had spijt dat hij in 1944 moest vertrekken. ,,Ik liet een groep vrienden achter die ik goed had leren kennen, die ik graag mocht en dat was erg moeilijk.'' Het waren vriendschappen, zei GRÖning zestig jaar later voor de camera, ,,waar ik met vreugde aan terugdenk.'' Regelmatig slaat Rees helaas door en verwordt zijn verhaal tot petite histoire.

De hoofdlijn in alle drie boeken is de kronkelweg die de geschiedenis neemt. Misschien gaat ze wel in een richting die is aangegeven door de architect van de vernietiging Hitler, maar nooit in een rechte lijn. Auschwitz was een knooppunt in de ingewikkelde logistieke operaties die gaande waren in Polen. In een en dezelfde tijd en plaats probeerden de nazi's drie stromen migranten te coördineren: etnische Duitsers uit Oost-Europa moesten een plaats krijgen in het vergrote Rijk. De Polen moesten plaats maken en verhuizen. Joden uit Duitsland en de bezette gebieden werden oostwaarts gedirigeerd. `Himmler verplaatst momenteel hele bevolkingsgroepen. Niet altijd met succes', schrijft propagandaminister Goebbels begin 1940 droogjes in zijn dagboek.

Uit zo'n vilein zinnetje, geciteerd bij Rees, spreekt de hele chaos van het nazi-regime. Er was geen uitgewerkt masterplan dat door de ondergeschikten feilloos in praktijk werd gebracht. De nazi's kwamen via trial and error tot hun onvoorstelbaar succesvolle poging Europa te ontdoen van de joden. In eerste instantie werd gedacht aan emigratie, later ging het over deportatie, internering, sterilisatie, dwangarbeid, uithongering, massa-executies en ten slotte vergassing. Rees beschrijft hoe radicale beslissingen leidden tot crises, die vervolgens met nog radicalere beslissingen werden opgelost.

Twee dingen vallen daarbij op. In de eerste plaats dat het voor de nazi's die ervan wisten, vaststond (en voor zover het hun kan worden gevraagd in vele gevallen nog altijd vaststaat) dat de fysieke uitroeiing van joden een goede zaak was. Rees vraagt SS'er GRÖning of hij de bevelen van zijn meerderen ook zou hebben opgevolgd als die hem hadden gezegd Arische kinderen te doden. GRÖning wijst die suggestie verontwaardigd van de hand; de joden werden immers gedood omdat zij vijanden van de Duitsers waren.

Ook opvallend is dat een heleboel anderen het met de nazi's eens waren. In alle bezette landen kregen de Duitsers volop medewerking bij de jodenvervolging. In Nederland, maar ook in landen en gebieden die niet door de Duitsers waren bezet, werden mensen enthousiast voor het idee dat joden uitgeroeid mochten worden. In Roemenië en Hongarije had men de Duitsers haast niet nodig om joden te vermoorden, laat staan Auschwitz.

Blijft staan dat de nazi's de architecten waren van wat langs die kronkelwegen een geoliede moordindustrie zou worden. Pohl slaat de lezer af en toe met stomheid door een paar droge zinnen. 'Op de avond van 22 juli 1942 verliet een goederentrein vol gettobewoners het Dantziger station van Warschau. Vanaf dat moment stierven tien weken lang elke dag zo'n 25.000 Poolse joden.'

Zulke zinnen kunnen niet vaak genoeg onder ogen komen van nieuwe lezers.

Dieter Pohl: Holocaust. Massale moord op de Europese joden. Vertaald uit het Duits door Erika Venis. Verbum, 174 blz. €17,50 Laurence Rees: Auschwitz. Vertaald uit het Engels door Rob Hartmans. Anthos/Manteau, 333 blz. €24,95

Sybille Steinbacher: Auschwitz. Een geschiedenis. Vertaald uit het Duits door Chrétien Beukers. Spectrum, 132 blz. €12,95