Staatsregeling des Bataafschen volks

Op 29 april besteedde August Hans den Boef op de Achterpagina aandacht aan het feit dat op 1 mei 1798 de `Staatsregeling des Bataafschen volks' werd ingevoerd. Uit deze belangwekkende eerste `Grondwet' van Nederland citeert hij enige artikelen die voorkomen op de pagina's 2-5 van de in totaal 116 bladzijden, die dit stuk telt. Den Boefs voorkeur gaat kennelijk uit naar de artikelen over godsdienst. Helaas doet hij het citeren ervan niet altijd even zorgvuldig. Artikel XIX luidt: ,,Elk Burger heeft vrijheid, om God te dienen naar de overtuiging van zijn hart. [...]'' en niet: ,,zijn god te dienen'' [...]. Dit is naar mijn mening essentieel iets anders. Ook de weergave van artikel XXIII verdient geen schoonheidsprijs. Het is letterlijk: ,,Niemand zal met enig orde's-kleed of teeken, van een Kerkelijk Genootschap, buiten zijn Kerkgebouw verschijnen.'' Ook hier weer een niet geheel onbelangrijk verschil in de nuance.

Ronduit jammer vind ik het ontbreken van verwijzingen naar toen écht baanbrekende artikelen, zoals bijvoorbeeld het vijfde (gelijkheid voor de wet van iedereen), het zestiende (de vrijheid van drukpers, zij het met enige beperkingen) en het achttiende (het recht op vergadering).