Spoorloos verdwenen in Kashmir

In Kashmir zijn sinds 1990 duizenden mannen spoorloos verdwenen. Sommigen zijn opgepakt door het leger, anderen zijn mogelijk in handen gevallen van militanten. Ontredderde vrouwen blijven achter.

Het komt er uit als één woord. ,,Op-18-januari - 2002-is-mijn-vader- meegenomen -door-soldaten-van-de-Rashtriya- Rifles-en-is-sindsdien- verdwenen.''

De 18-jarige Bilkees Manzoor praat snel maar op een toon alsof het gaat om willekeurige feiten. Het meisje met de grote donkere ogen draagt een zwarte sluier. Nee, ze rouwt niet. Wellicht staat haar vader op een dag gewoon weer voor de deur, zegt ze optimistisch.

Het leven voor haar en haar familie is niettemin een kwelling geworden, zegt Bilkees. Is hij nu dood of leeft hij nog? De vraag blijft al meer dan drie jaar onbeantwoord. Haar vader Ahmad, een winkelier, moest op die bewuste avond `eventjes' mee met het leger om wat vragen te beantwoorden. De militairen van de Rashtriya Rifles, een antiterreureenheid, gedroegen zich netjes, zegt Bilkees, toen ze haar vader ophaalden. Ze brachten hem alleen niet terug.

,,Wij zijn de volgende dag naar de politie gegaan, en hebben een klacht ingediend. Maar we hebben er nooit meer wat over gehoord.'' Ook een gang naar de rechter leverde niets op. ,,Het leger is onaantastbaar hier'', zegt Bilkees.

Sinds 1990 zijn in Kashmir duizenden mannen spoorloos verdwenen. Volgens de overheid zijn het er ruim 3.000. Mensenrechtenorganisaties zeggen dat het er minimaal 8.000 zijn. Dat laatste getal is een schatting, want een volledige lijst ontbreekt.

De Association of Parents of Disappeared Persons in Srinagar weet wel wat er gebeurd is met al die mannen: het leger heeft ze in zijn zoektocht naar moslimseparatisten opgepakt en vermoord. Het Indiase leger ontkent dat en wijst er op dat de mannen mogelijk de grens naar Pakistan zijn overgegaan om zich aan te sluiten bij een islamitische strijdgroep.

India heeft na het losbarsten van het geweld in 1989 door separatistische groeperingen (die streven naar onafhankelijkheid in Kashmir) meer dan 500.000 man gelegerd in de deelstaat. Met regelmaat dienen zij als levende schietschijf voor de militanten. De veiligheidstroepen staan daardoor continu onder grote spanning. De soldaten zijn vaak jonge kerels, afkomstig uit arme deelstaten als Bihar of Orissa, die nog nooit eerder buiten de grenzen van hun eigen regio zijn geweest. Elke mannelijke Kashmiri is voor hen al snel een potentiële terrorist.

De militairen hebben de afgelopen jaren een twijfelachtige reputatie opgebouwd. In hun jacht op terroristen zouden ze, zacht gezegd, weinig respect tonen voor mensenrechten. De beschuldigingen van wangedrag lopen uiteen van verkrachtingen tot spontane executies.

De veiligheidstroepen in Kashmir, waar de meerderheid van de inwoners islamitisch is, weten zich ingedekt door Armed Forces Special Powers Act (AFSPA). Oorspronkelijk is de wet in het leven geroepen (in 1958) om het leger tijdens noodsituaties de vrije hand te geven in hun strijd tegen terrorisme (militairen mogen bijvoorbeeld aanhoudingen en huiszoekingen verrichten zonder bevelschrift). Een onderzoek naar mogelijke mistanden tijdens een arrestatie door het leger kan echter alleen plaatshebben nadat de centrale regering in Delhi daarvoor toestemming heeft gegeven, iets wat volgens critici weinig voorkomt.

Het ministerie van Defensie is inmiddels bezig met een charmeoffensief in Kashmir. Scholen in dorpjes krijgen steun van het leger en ontvangen geld voor lesmateriaal en computers. Op grote billboards in Srinagar wordt de boodschap verkondigd dat het leger er ook is om steun te verlenen, onder meer aan oudere mensen.

Sinds het aantreden van een nieuwe regering in Kashmir onder leiding van mufti Mohammad Sayeed in november 2002 is de situatie verbeterd, zegt rechter Ali Mohammad Mir, voorzitter van de Jammu & Kashmir State Human Rights Commission. ,,Er zijn wel wat zaken geweest van verdwijningen, maar die onderzoeken zijn nog niet afgerond. Wat er precies gebeurd is, weten we niet. Het is ook wel eens voorgekomen dat jongemannen de grens zijn overgegaan. Maar ik wil me er verder niet over uitlaten, want dan ben ik bezig met politiek.''

Naita Neelafar van de Association of Parents of Disappeared Persons reageert cynisch op de woorden van rechter Mir. Natuurlijk is het voorgekomen dat mannen zich hebben aangesloten bij militanten, zegt zij, maar dat is maar een klein percentage. Het Indiase leger is in haar ogen de grootste boosdoener. Ze pakken nog altijd onschuldige mannen op, zegt zij. ,,Alleen gebeurt het niet meer zo vaak in Srinagar, maar vooral in de dorpen in het grensgebied met Pakistan.''

Zo willen de militairen ,,het verzet'' breken. De vrouwen in de dorpen weten vaak niet waar ze een klacht kunnen indienen, waar ze naar toe moeten als hun man of zoon verdwenen is.

,,Een inkomstenbron hebben ze meestal niet. En een uitkering voor het heengaan van hun man kunnen ze ook vergeten omdat er geen overlijdensakte kan worden opgemaakt. Ze blijven radeloos achter'', zegt Naita Neelafar.