`Sinatra koerier maffia'

Frank Sinatra was geldkoerier voor de maffia en werd in 1947 bijna gearresteerd op een vliegveld in New York toen hij met een koffer met 3,5 miljoen dollar in biljetten van 50 door de douane ging. Dat zegt de komiek Jerry Lee Lewis, een goede vriend van de 1998 overleden Sinatra, in de biografie Sinatra: the Life van Anthony Summers en Robbyn Swann. Delen daarvan zijn voorgepubliceerd in Vanity Fair.

Volgens Lewis, die er overigens niet zelf bij was maar zijn verhaal beschouwt als feitelijk juist, maakte de douane in New York de koffer van Sinatra open en zag het geld. Maar de aandacht van de douaniers werd afgeleid door schreeuwende fans, zodat het niet kwam tot een arrestatie. ,,Anders zouden we nooit meer van hem hebben gehoord.''

Verhalen over betrokkenheid van Sinatra bij de maffia doen al lang de ronde, maar werden door Sinatra altijd ontkend. Na zijn dood gaf de FBI een foto vrij, waarop de zanger staat afgebeeld als een vriend van de maffiaboss Sam Giancana in Chicago. Volgens Sinatra: the Life kende Sinatra ook maffiabazen als Frank Costello en Charles `Lucky' Luciano.

De grootvader van Sinatra werd geboren in het Siciliaanse Lercara Frissi, waar ook de Luciano's woonden. Sinatra zou Charles Luciano in 1947 hebben ontmoet in een hotel op Cuba. Jaren later was er een ontmoeting in een hotel in Rome.

De filmtrilogie The Godfather verwijst ook naar Sinatra's banden met de maffia. Het personage van zanger Johnny Fontane zou zijn gebaseerd op Sinatra. Volgens de nieuwe biografie zou Sinatra dankzij de bemoeienis van de familie Luciano in 1953 een rol hebben gekregen in de film From Here to Eternity, waarvoor hij een Oscar kreeg als `best supporting actor'.