`Popfans snappen mijn boeken niet'

In zijn nieuwe roman laat Nick Hornby vier personages elkaar tegenkomen die op het punt staan uit het leven te stappen. `Het is onzin dat alles naar één, onvermijdelijk punt leidt.'

,,He's gonna join that stupid club'', zei de moeder van rockster Kurt Cobain toen zij hoorde dat haar zoon zich door het hoofd had geschoten. Ik kwam het citaat tegen toen ik aan About a Boy werkte,'' vertelt de Britse schrijver Nick Hornby (1957), die even in Amsterdam was voor de presentatie van zijn nieuwe boek. ,,Cobains moeder doelde op het gezelschap van jonggestorven pophelden als Jim Morrison en Jimi Hendrix, maar ik dacht bij de `stupid club' meteen aan een zelfmoordclub.''

In Hornby's nieuwe roman A Long Way Down treffen vier zelfmoordenaars elkaar op oudejaarsavond op het dak van een Londense flat. Ze raken in gesprek en besluiten hun zelfmoord uit te stellen. Hornby: ,,Ik had ergens gelezen dat zelfmoordenaars vaak bepaalde feestdagen uitzoeken voor hun daad. Ook is er aan de Britse zuidkust een beruchte klif, Beachy Head, die erg populair is bij zelfmoordenaars. Ik dacht: als zelfmoordenaars een voorkeur hebben voor bepaalde locaties en tijdstippen, dan is de kans groot dat ze elkaar tegenkomen.''

Nick Hornby werd in 1992 in één klap beroemd met zijn non-fictieboek Fever Pitch, over devote supporters van voetbalclub Arsenal. Hij bereikte een miljoenenpubliek met zijn hierop volgende romans High Fidelity (1995), over een devote popliefhebber met een obscure platenzaak, en About a Boy (1998), over de onwaarschijnlijke vriendschap tussen een twaalfjarige nerd en een coole nietsnut van in de dertig. Alle drie werden verfilmd. Net als zijn geestverwant Roddy Doyle weet hij met zijn humoristische feel good romans een brede populariteit te paren aan waardering van het literaire establishment. Nieuw in A Long Way Down is dat Hornby vier verschillende vertellers gebruikt, elk met een eigen stem, in de Amerikaanse traditie van Faulkners As I Lay Dying.

Heeft u zelf wel eens zelfmoord overwogen?

,,Ik heb zelfmoord altijd in mijn achterhoofd gehouden, als nooduitgang, als een van de opties in het leven: ik kan popzanger worden, ik kan schrijver worden en ik kan zelfmoord plegen. Ik dacht dat iedereen dat had. Maar tijdens het schrijven bleek dat de meeste mensen nooit aan zelfmoord denken. In mijn vriendenkring hebben een paar mensen zelfmoord gepleegd, onder wie een goede vriend van 21. De romantische gedachte wil dat alles in zijn leven naar dat ene onvermijdelijke punt heeft geleid. Maar dat is onzin; als hij een paar weken had gewacht, had zijn leven er heel anders uit kunnen zien. Met dat idee speel ik ook in A Long Way Down.''

Zowel tussen de personages als bij de lezer ontstaat een lugubere competitie over de verschillende redenen om zelfmoord te plegen.

,,Ik wilde zonder moralistisch te worden bekijken wanneer zelfmoord een passende, en wanneer het een buitenproportionele reactie is. Dat blijft een tweeslachtige kwestie in het boek. Bij de vier levensverhalen weegt de lezer hoe dan ook af of zelfmoord een goede optie is, of niet. De roomse wereldvreemde weduwe Maureen staat onbetwistbaar op nummer 1: haar zoon is zwaar geestelijk gehandicapt. Ik wist dat de lezers net als de personages over Maureen zouden denken: `okee, als jij dat wil doen, vooruit dan maar.' Maar ik plaats haar in een situatie die met een geringe aanpassing te dragen zou zijn. Ik ken veel mensen met gehandicapte kinderen, en ik weet dus dat een beetje praktische hulp hun leven enorm kan verlichten. Degene met het objectief gezien zwaarste probleem is dus het eenvoudigste van die zelfmoord af te houden.''

Wie is uw favoriete zelfmoordenaar in 'A Long Way Down'?

,Ik voel me het meest verwant met JJ, een musicus die tot het besef is gekomen dat hij nooit een beroemde popster zal worden, en dan stort zijn wereld in. Niet omdat ik ook een muziekfanaat ben, maar omdat ik ooit een twintiger was die een beroemde schrijver wilde worden. Althans, ik wilde kunnen leven van mijn pen. Toen dat niet lukte en ik moest nadenken over een andere toekomst, werd ik depressief, net als JJ.

,,JJ staat onderaan in de topvier. Hij vindt zijn eigen zelfmoordreden zo pathetisch dat hij het niet tegen de anderen durft te zeggen. In plaats daarvan verzint hij ter plekke de ernstige ziekte CCR. Ook de lezer denkt al snel: wat een luxe probleem. Dat terwijl JJ's depressie het moeilijkste te verhelpen is. Zijn probleem ligt buiten hemzelf: als je niet beroemd wordt, word je niet beroemd. Daar valt niets aan te doen.''

JJ lijkt het meeste op de personages uit uw eerste boeken: een eeuwige puber met bindingsangst die weigert op te groeien.

,,Zijn probleem heeft niets te maken met weigeren op te groeien. Hij is een kunstenaar voor wie geen ruimte is op deze wereld. Rob, de popfanaat in High Fidelity, en Will, de rijke nietsnut uit About a Boy, hebben niet het talent van JJ. Maar ze voelen zich net als JJ ver verwijderd van de wereld van carrières, kinderen, ambities. Dat is hun goed recht. Hun houding domweg categoriseren als `weigeren op te groeien' gaat uit van een beperkte definitie van volwassenheid.

,,Ik ben erachter gekomen dat degenen die zich identificeren met de hoofdpersoon van bijvoorbeeld High Fidelity de slechtste lezers zijn. Zij die alle referenties naar popmuziek moeiteloos oppikken, nemen het te serieus en missen de humor. Identificatie is een overschatte kwaliteit in de waardering van fictie. Veel mensen begrijpen fictie alleen maar als het op een bepaalde manier over henzelf gaat.

,,Omgekeerd verwachten ze dat ik alleen maar over mijzelf schrijf. Mijn interviews gaan zelden over schrijven, meestal stellen de interviewers vragen over voetbal of popmuziek. En van dit boek wil iedereen weten wat het verband is tussen Maureens zoon en mijn eigen autistische zoon. Nee, daar valt niet veel over te zeggen: ik begrijp Maureen beter omdat ik in dezelfde situatie zit. Ik hoefde haar gedeelte van het verhaal niet te researchen.''

Maureen koopt een poster van `Buffy the Vampire Slayer' voor haar zoon, terwijl die al vanaf zijn geboorte leeft als een plant.

,,Het eerste waar je achter komt als ouder van een geestelijk gehandicapt kind, is dat hij nooit zal opgroeien. Vanaf zijn vierde jaar wordt het gat tussen jouw kind en die van de anderen steeds groter. Dat is zwaar. Het doel van kinderen krijgen is immers: van het leven een vervolgverhaal maken. Mensen zonder kinderen, of ouders van gehandicapte kinderen, vinden dat verhaal naarmate ze ouder worden steeds moeilijker.

,,Maureen stond op een gegeven ogenblik voor de beslissing of ze zijn babykamer opnieuw zou behangen. De jongen was inmiddels groot, dus dat babybehang stond gek. Realistisch zou zijn om de kamer helemaal wit te schilderen, hij neemt toch niets waar. Redenerend vanuit de vraag `wat zou mijn zoon nu leuk gevonden hebben?' heeft ze vervolgens een fictief jongensleven verzonnen, met posters en favoriete cd's. De zoon kreeg zelfs een adresboekje, dat uiteraard leeg bleef. Voor mij is die passage over de Buffy-poster de ziel van het boek.

,,Mijn personages kunnen zich vaak niet goed uitdrukken, ze kunnen moeilijk verwoorden wat er met ze is. En ik haat boeken waarin een alwetende verteller dat voor ze doet. Dus soms plaats ik ze in een situatie waarin ze plotseling even toegang hebben tot de kern van hun problemen, en even perfect uitspreken wat ze werkelijk beweegt. Dat gebeurt ook met Maureen bij de Buffy-poster. En die passage geeft het boek zijn emotionele kern.''

U stuurt het verhaal steeds tegen de verwachtingen in: de vier leden van de zelfmoordclub kunnen niet met elkaar opschieten, en hun problemen worden nauwelijks opgelost. Heeft u geworsteld met een bevredigend einde?

,,Wie met een goed idee aan een boek begint, ziet altijd meteen de goede weg en de slechte weg voor zich. Als A Long Way Down een Hollywoodfilm zou zijn, dan zou de zelfmoordclub een hechte groep vrienden worden die elkaar door dik en dun steunen – liefde, vriendschap, happy ending, einde boek. Ik gebruik Hollywood tijdens het schrijven altijd als het slechte voorbeeld, als de ijsberg waar ik omheen moet manoeuvreren.

,,Jesse, de losgeslagen puber, heeft bijvoorbeeld een zus die is verdwenen. In het begin van het boek zegt ze tegen de lezers: denk maar niet dat mijn zus terugkomt, want zo'n soort boek is dit niet. Dat heb ik als geheugensteun aan mijzelf geschreven, om me ervan te weerhouden de zuster te laten terugkeren. Toen ik wanhopig worstelde met het slot heb ik vaak gedacht: ik heb altijd die verdwenen zus nog.''

Nick Hornby: A Long Way Down. Viking/Penguin Books, 257 blz. €23,60. De vertaling van Jelle Noorman, De lange weg naar beneden, is verschenen bij Atlas, 330 blz. €19,90.