Originele superheld belandt aan de zelfkant

Soms zie je het wel eens op straat: een jonge zwerver die voor het eerst uit de vuilnisbak eet. De 13-jarige Heck is zo'n jongen. Van de ene op de andere dag. Opeens is zijn manisch depressieve moeder verdwenen en heeft de huisbaas andere sloten op de deur gezet. `Lust je tonijn?' had een meisje in uniform hem op het politiebureau gevraagd. `Heel lang geleden, afgelopen zondag namelijk, had hij tonijn smerig gevonden. ,,Ben ik gek op'', zei hij.' Dan heeft hij nog niet voor het eerst in het openbaar moeten plassen.

Maar Heck in het originele Superhero van Martine Leavitt is geen zielenpoot. Heck leeft in een door hem gecreëerde stripwereld waarin hij Superhero is. Als hij maar genoeg Goede Daden verricht, dan zal hij zijn moeder wel uit `hypertijd' kunnen terughalen. Uit de strips die Heck heeft gelezen, weet hij dat hypertijd `een brug was naar parallelle werkelijkheden'. `Zo was het mogelijk dat Superman in de ene comic dood was en in de volgende weer leefde.' En zo kan het ook dat hij een moeder heeft `die de beste moeder was die een kind zich maar wensen kon en het soort moeder over wie de kinderbescherming een dossier had'. De fantasiewereld waarin Heck leeft (hij is bijvoorbeeld door `een superbreinversmelting moleculair verbonden' met zijn beste vriend Spence) is de typische wereld van jongens die strips naspelen en de rem daarbij niet kunnen vinden.

Heck weigert, ondanks zijn zwervende bestaan en zijn gekmakende kiespijn, de werkelijkheid onder ogen te zien. Dat zou zijn moeder, denkt hij, nog verder in de problemen brengen en bovendien wil hij uit handen van het maatschappelijk werk blijven. Hecks hardnekkige ontkenning brengt hem steeds verder aan de zelfkant. Leavitt heeft mooie woorden en bijzondere ontmoetingen om die te beschrijven. Heck ademt `winkelcentrumlucht' in en heeft, als hij in een auto wakker wordt, `vacht op zijn tanden'. Als de lezer al lang denkt `zo kan het niet langer', doet Heck nog steeds alsof alles onder controle is. Totdat iets zo ergs gebeurt dat met fantasie niet meer op te lossen is. `We moeten om hulp vragen', zegt Heck tegen zijn (inmiddels teruggevonden) moeder. `Ze keek hem aan; haar ogen waren twaalf en haar mond was zestig. Zelfs haar lichaam kon niet in één tijd en dimensie blijven. Hij verbrak het vertrouwen.' Heck is een held.

Martine Leavitt: Superhero, vertaald door Aleid van Eekelen-Benders, 152 blz, 13+, €13,95, Lemniscaat