Mooi en schaamteloos

Het ligt in haar land ingewikkeld om over erotiek en liefde te schrijven, maar het kan en het moet, stelt Elif Shafak, schrijfster uit Turkije. Want: ,,Anders dan wat veel westerlingen vandaag de dag lijken te denken, worden mannen en vrouwen in het Midden-Oosten ook verliefd.''

n de geschiedenis van de Islam is wellicht geen vrouw zo tegenstrijdig en verkeerd geïnterpreteerd als Suleika – de perfide vrouw van Potifar in het verhaal van Jozef. Zij was het die met behulp van haar ongebreidelde vrouwelijkheid en seksualiteit probeerde Jozef tot overspel te verleiden. Zij was het die na te zijn afgewezen door Jozef zijn hemd verscheurde en hem ervan beschuldigde haar te hebben verkracht, waardoor hij in de gevangenis belandde. En zij was het die keer op keer is veroordeeld door de behoudende islamitische religieuze autoriteiten. Door de eeuwen heen werd Suleika door de conservatieven gezien als een verachtelijk symbool van lust, hedonisme en – in laatste instantie – het vrouwelijk kwaad. Maar de soefi's benaderden haar op een heel andere manier. In hun ogen was zij eenvoudigweg iemand die oprecht en tot over haar oren verliefd was. Niets meer en niets minder.

De eeuwenoude discrepantie tussen deze twee interpretaties in de islamitische geschiedenis is in het westen nauwelijks bekend. Opvallend genoeg vormen de begrippen `seksualiteit' en `het Midden-Oosten' voor veel westerlingen een onmogelijke combinatie om in gunstige zin over te denken. Wanneer en waar deze twee begrippen samenkomen wordt de kwestie automatisch een probleem, zo niet een trauma. Het duurt dan niet lang eer er een somber beeld ontstaat – een beeld dat wordt beheerst door de schaduw van eerwraak, maagdelijkheidsproeven, polygamie of onzichtbare vrouwenlichamen, stilletjes verborgen achter hun sluiers. Hoewel het belang van het met een kritische blik beschouwen van ieder van deze punten op geen enkele wijze kan worden ontkend, is het net zo belangrijk in te zien dat dit niet is waar seksualiteit in het Midden-Oosten louter om draait.

Seks en seksualiteit draaien voor vrouwen in het Midden-Oosten niet alleen maar om gewoontes en verbodsbepalingen, of om opsluiting en gevangenschap. Ze hebben ook te maken met plezier, lichamelijk genot, emotionele bevrediging en geestelijke euforie. Anders dan wat veel westerlingen vandaag de dag lijken te denken, worden mannen en vrouwen in het Midden-Oosten ook verliefd, en op een prachtige manier. En zij vrijen ook met elkaar, eveneens op een prachtige manier. Dientengevolge bestaat er een eeuwenoude traditie van erotische vertellingen in de geschiedenis van de landen van het Midden-Oosten, mooi verwoord in proza en poëzie – mooi en schaamteloos.

Om een paar voorbeelden te noemen: het Boek des Genots (Bah Nameh) werd diverse malen vertaald en kende een wijde verspreiding in het Ottomaanse Rijk, net zoals De Geparfumeerde Tuin overal werd gelezen in Iran, om maar te zwijgen van de Sprookjes van Duizend en Eén Nacht, waarin de seksualiteit in talloze verhalen werd afgeschilderd en gevierd als een vruchtbare levenskracht.

De ironie van moderne islamitische landen als Turkije, waar de samenleving met een verbazingwekkende vaart van bovenaf is geseculariseerd en verwesterd, is dat de culturele elite geen aansluiting meer heeft met deze narratieve erotiserende traditie. De meeste leden van de Turkse culturele elite zijn vervreemd van hun eigen culturele achtergrond. Zij zijn goed op de hoogte van Balzac, Flaubert en Woolf, maar weten weinig van de islamitische folklore of eeuwenoude tradities. Modernisering op zijn Turks belichaamt een breuk in de tijd, waarin verleden en toekomst duidelijk van elkaar zijn gescheiden en de toekomst de voorkeur geniet. Vandaag de dag zijn, uit naam van de `hoge kunst', de oude erotische bronnen verbannen uit de literatuur in het algemeen en uit de romankunst in het bijzonder.

De roman is de jongste van alle literaire genres in de islamitische landen, en dikwijls werd hij ten tonele gevoerd als de stem van de bourgeoisie in een tijd dat er nog maar nauwelijks een islamitische bourgeoisie was; de roman was het voertuig van verwestersing en modernisering. Zodoende waren de romanschrijvers van meet af aan afgesneden van de oosterse narratieve erotiserende traditie.

De tweede plek waar liefde en genot van oudsher werden vereerd in de islamitische landen was het gedachtegoed van de soefi's. Voor de soefi's, zo stelde Ibn Arabi herhaaldelijk, was er geen verhevener religie dan de godsdienst van de liefde. De islamitische mysticus zou `de godsdienst van de liefde volgen, waarheen zijn kamelen hem ook voeren'. Opmerkelijk genoeg verloren tegen deze achtergrond ideeën die van cruciaal belang zijn voor de orthodox-islamitische geestelijkheid hun betekenis – ideeën als hemel en hel, deugd en zonde. In de woorden van Omar Khayyam: `De Hel is een vonkje van ons vruchteloos lijden, de Hemel een glimp van onze tijd van vreugde.' De soefi-verheerlijking van de liefde, een impliciete afwijzing van de leer van de orthodoxe geestelijkheid, was doordrongen van eeuwenoude liefdesverhalen met diepe wortels in de culturen van het Midden-Oosten, zoals de verhalen van Laïla en Mejnun, Salaman en Absal, de Mot en de Kaars, de Nachtegaal en de Roos, en vooral dat van Yusuf en Suleika.

Toen ik klein was, ervoer ik de twee verschillende interpretaties van de islam uit de eerste hand. Als kind van een alleenstaande moeder ben ik opgegroeid met twee verschillende grootmoeders, de ene gedurende korte tijd, de andere veel langer. Op het eerste gezicht leken deze twee vrouwen op elkaar: ze waren allebei Turks, kwamen uit hetzelfde sociale milieu, en waren allebei moslim. Toch was de moeder van mijn vader een aanhanger van de religie van de angst. De Jalal-kant van Allah sprak haar meer aan dan wat dan ook. Ze vertelde me over de paternaliserende, hemelse blik die mij altijd van bovenaf in de gaten hield om de zonden te noteren die ik op het punt stond te begaan. Ik verliet haar huis enigszins getraumatiseerd, niet in staat om naar de wc te gaan uit angst om naakt door Allah te worden betrapt, en beschaamd om het lichaam dat mij was gegeven. Maar korte tijd later verhuisde ik naar de woning van mijn andere grootmoeder en kwam ik terecht in een veelkleurig universum vol islamitische volksverhalen en bijgeloof. Zij was een oude vrouw die gesmolten lood goot om het boze oog af te weren, koffiedik keek en mij leerde om niet op de drempels te stappen waarop de djinni (de geesten) 's nachts dansten. Zij was een aanhanger van de godsdienst van de liefde. Want Allah was geen God om te vrezen, maar een God om lief te hebben.

Ja, de hemelse blik hield ons voortdurend in de gaten, gaf ze toe, maar ook dat oog moest van tijd tot tijd knipperen, net als ieder ander oog. Dat waren de momenten van onzichtbaarheid, waar ik voluit van kon genieten. ,,Zeker, de religieuze autoriteiten zijn streng, en ja, sommige leerstellingen zijn beperkend, maar maak je geen zorgen'', zei ze gewoonlijk, ,,want zij zijn de stenen en jij bent het water. Zij blijven op hun plek, terwijl jij kunt stromen.'' Zij is degene die me alles over water vertelde. Liefde en geloof konden net als het water zijn: vloeibaar. Ik betwijfel of ik er helemaal in ben geslaagd in de liefde en het geloof het pad van het water te volgen, maar uiteindelijk heeft dat pad model gestaan voor mijn schrijversbestaan.

Door het secularisme te interpreteren als de volledige onttovering van het culturele en politieke leven, en door alles te wantrouwen wat ook maar enigszins met de islam te maken had, is de Turkse culturele elite helaas van de traditie van de volkse islam gescheiden geraakt.

Hoe kan een Turkse romanschrijfster binnen dit raamwerk van breuken over erotiek en liefde schrijven? De scheiding tussen de seksen is een diepe kloof in de Turkse maatschappij, net als de scheiding tussen jong en oud. Hoewel de samenleving nog jong is, vereert de gevestigde moraal de ouderen en schrijft zij wijsheid en gezag toe aan de ouderdom. Dientengevolge hebben Turkse schrijfsters, net als schrijfsters uit het Midden-Oosten in het algemeen, bij het ontwikkelen van strategieën voor de omgang met seksualiteit, de bestaande codes met betrekking tot geslacht en leeftijd tegelijkertijd uitgebuit.

Uiteindelijk zijn er zo drie strategieën ontstaan. De eerste houdt in dat schrijfsters pas over seksualiteit gaan schrijven als zij oud zijn. Pas dan kunnen ze zonder remmingen over deze onderwerpen schrijven. Zodoende kennen we voorbeelden van schrijfsters die wachten tot ze zestig zijn en vervolgens een boek publiceren dat anders is dan alle voorgaande en bijna pornografisch te noemen is. De tweede strategie is die waarbij vrouwen wél over seksualiteit schrijven, maar zichzelf van iedere seksualiteit hebben ontdaan. Hoe minder gereserveerd ze schrijven, des te gereserveerder ze zelf worden. De schrijfster doet als het ware afstand van haar vrouwelijkheid en seksualiteit en wordt bijna man.

De openheid van de tekst wordt gecompenseerd door de `onbereikbaarheid' en `onaanraakbaarheid' van de auteur. De erotische lading van de tekst gaat gelijk op met de kuisheid van de schrijfster. Het model past perfect in het patroon van de vrouwelijke kameraden in Turkije, dat is geïntroduceerd en systematisch is aangemoedigd door de kemalistische hervormers.

Bij de derde strategie laat de schrijfster de tijd sneller verlopen. Dat leidt ertoe dat we vrouwen van dertig zien die zich gedragen als vrouwen van zestig. In het Midden-Oosten worden vrouwen snel ouder; ze maken sprongen, van `maagd' naar `moeder' naar `oude vrouw'. Het lijkt alsof er niets tussenin zit. Hoe sneller de sprong, des te meer respect en gezag een schrijfster kan afdwingen.

Ik heb zelf doelbewust vermeden een van deze drie paden met betrekking tot de seksualiteit te volgen.

In de politieke geschiedenis van Turkije zijn – in naam van de haastige verwestersing en modernisering van bovenaf – talloze culturele bouwwerken tot op de grond toe afgebroken. Terwijl de cultuur werd gemoderniseerd, is de taal `verturkst'. Als een schrijver die toevallig vrouw is en verknocht aan de islamitische, maar ook aan de joodse en christelijke heterodoxe mystiek, wijs ik de gerationaliseerde, onttoverde, gecentraliseerde, `verturkste' moderne taal die mij wordt opgelegd, af. In het hedendaagse Turkije is de taal gepolariseerd en gepolitiseerd. Afhankelijk van het ideologische kamp waartoe je behoort – bijvoorbeeld de kemalisten versus de islamisten – kun je kiezen voor het gebruik van `oude' of `nieuwe' woorden. Mijn geschriften staan echter vol met zowel `oude' als `nieuwe' woorden, en met grote hoeveelheden soefistische uitdrukkingen die door de conventionele culturele elite systematisch zijn uitgebannen. In het Turkije van vandaag de dag hebben de kemalisten ter linkerzijde weinig belangstelling voor het verleden en leggen de conservatieven, die wél geïnteresseerd lijken in de geschiedenis, weinig verdraagzaamheid jegens een kritische blik aan de dag.

Ik geloof dat het mogelijk is aan deze polarisatie te ontsnappen. Ik geloof dat het mogelijk is een linkse schrijfster te zijn die religieuze filosofie serieus neemt. Ik weiger de taal van bepaalde woorden te ontdoen of de collectieve identiteit van bepaalde herinneringen te zuiveren. Ik weiger het voortdurende geheugenverlies in Turkije te aanvaarden. Daarom vergelijk ik mijn geschriften soms, zowel qua taal als qua inhoud, met het lopen over een berg afval die na een catastrofe is achtergebleven.

Ik loop langzaam om te kunnen horen of er nog iemand of iets onder de puinhopen ademhaalt. Ik luister aandachtig naar de geluiden die van beneden komen om te horen of er nog iets – een verhaal, een uitdrukking of een culturele erfenis – in leven is. Als ik op een teken van leven stuit, graaf ik het op, stof het af en gebruik het in mijn romans, zodat het kan blijven voortbestaan. Mijn fictie is een manifest van de herinnering tegen het collectieve geheugenverlies dat in Turkije overheerst. Zo heb ik geprobeerd mijn eigen weg te ontwikkelen bij het schrijven over seks en seksualiteit. In plaats van het schrijven daarover uit te stellen totdat ik oud ben, in plaats van mezelf van mijn vrouwelijkheid en seksualiteit te ontdoen om meer waardering te krijgen, in plaats van het versnellen van de tijd om eerder oud te kunnen zijn, heb ik ervoor gekozen dieper in de puinhopen te graven. Ik heb getracht de in vergetelheid geraakte oosterse tradities van erotiek en homo-erotiek in ere te herstellen, en de verhaallijnen van de soefi's in het westerse romangenre te laten herleven. In die zin is mijn fictie een eerbetoon aan de marginale en gemarginaliseerde interpretatie van de meest controversiële vrouw uit de geschiedenis van de islam. Het is een eerbetoon aan Suleika.

Dit is de Nederlandse en uitgebreide versie van het essay over seksualiteit, liefde en het schrijven van fictie dat schrijfster Elif Shafak schreef voor de wereldconferentie van PEN in New York.

Vert.: Menno Grootveld

De Turkse culturele elite is vervreemd van zijn culturele achtergrond

De roman is de jongste van alle literaire genres in de islamitische landen