Meester van de verwarring

V.S. Pritchett leefde van 1900 tot 1997. Het eind van zijn schrijversloopbaan viel ongeveer in 1990; een jaar daarvoor verscheen zijn laatste bundel korte verhalen, A Careless Widow. Sindsdien is zijn geluid, zoals het met de meeste overleden schrijvers gaat, al minder hoorbaar geworden. Het zou vreemd en betreurenswaardig en verkeerd zijn als het zo bleef; als dit niet alleen de stille tijd was waar veel dode schrijvers doorheen moeten voordat zij herontdekt worden.

Jeremy Treglowns biografie is het eerste wat wij nodig hebben: minder onvermoeibaar lang dan veel recente biografieën, en uitstekend van begrip voor de inconsequenties in het menselijk doen en laten waar Pritchett kenner van was.

De verhalen die de auteur zelf het bewaren waard vond, 82, zijn verzameld in een zwaar duurzaam boek van 1.200 pagina's. Zij lijken achteraf het hoofdbestanddeel van Pritchetts oeuvre, en het bekendste deel, ook in Amerika waar er veel in The New Yorker verschenen. In Engeland kende menig lezer hem halverwege de vorige eeuw daarnaast als essayist door zijn bijdragen aan het weekblad de New Statesman in de rubriek `Books in General', waarvan er een stuk of tweehonderd verzameld zijn in een nog dikker boek dan de verhalen.

Wie het hele oeuvre wil overzien moet er de vijf romans bijrekenen waarvan de laatste, Mr Beluncle (1951), het best aangeschreven staat; en dan nog een paar reisboeken en autobiografische werken. Die productie heeft Pritchett zeventig jaar lang aan het werk gehouden, bij een levendig en intens, soms ruzieachtig en tenslotte weldadig gezinsleven. Zoals hij er in de biografie uitziet als huisvader en gastheer, met een kamer boven waar hij schreef tussen de boeken en papieren, had hij best een gemoedelijk burger kunnen zijn die alles wat hem niet uitkwam langs zich heen liet gaan. Om dichter te komen bij een begrip van zijn opmerkzaamheid voor de gevoelens, woorden en daden van mensen helpt een citaat uit een interview in de jaren tachtig. Ik heb geen religieuze belangstelling, zei hij: `the notion of seeing life celebrated from day to day is so wonderful that I can't see the point of believing anything else.'

De lezer van Treglowns biografie loopt het gevaar ingepalmd te worden door de beschrijving van Pritchetts persoonlijkheid en zijn relaties met zijn gezin en vrienden in het huis bij Regent's Park waar hij de laatste veertig jaar woonde; en dan het opsporen van het werk maar uit te stellen.

Zo moet het niet. Het gaat om de verhalen, die grillen van de mensen en onzekerheden van hun relaties oproepen en waarin iedereen eigen ervaringen zal herkennen. Van de volgende generatie, die nog in leven is, komt in Engeland alleen William Trevor in gedachten als een verteller die evenveel indruk maakt. Hij kan aangeduid worden als de meester van de eenzaamheid; Pritchett als de meester van de begripsverwarring. Hun verhalen kunnen voorbeeldig naast elkaar staan op een plank, en tegen elkaar afsteken.

Jeremy Treglown: V.S. Pritchett. A working life. Chatto & Windus, 308 blz. €47,75