Mannelijke pop houdt vrouwelijk pop vast

Vooruitstrevende kunstenaars hebben het moeilijk in Iran. Maar niet iedereen laat zich ontmoedigen door conservatieve tegenwind. `Ze kunnen niet alles terugdraaien'

Tot een jaar geleden was Ali-Reza Sami-Azar Iran's onofficiële ambassadeur voor de kunsten. De directeur van Teheran's museum voor hedendaagse kunst haalde de meest spectaculaire en gewaagde buitenlandse tentoonstellingen naar de Iraanse hoofdstad. De Britse beeldhouwer Damien Hirst trok bijvoorbeeld duizenden bezoekers in Teheran met zijn controversiële kunstwerken.

Sami-Azar stuurde ook jonge Iraanse kunstenaars naar Europa. Hun tentoonstellingen in Berlijn en Parijs toonden het moderne Iran. De werken van een jonge fotografe zorgden voor opschudding in Iran, nadat ze in Frankrijk beelden van gehoofddoekte vrouwen met strijkijzers en bezems als gezicht had tentoongesteld. Sami-Azar schuwde de controverse niet.

Vandaag zit de ambitieuze museumdirecteur werkeloos in zijn kantoor. Het budget van het museum is radicaal gekort. Zijn gezag wordt niet meer erkend door hoge functionarissen binnen het ministerie van Cultuur en Islamitische Leiding. Het ministerie zelf, dat acht jaar lang een bolwerk van de hervormers was, is doelwit van een parlementair onderzoek door conservatieve volksvertegenwoordigers. Koppen moeten rollen, zoveel is duidelijk. ,,Tegen mij loopt een justitieel onderzoek, ik kan de gevangenis ingaan'', zegt Sami-Azar vanachter een glas thee. Hij, zoals veel anderen in de Iraanse kunstwereld, wordt beschuldigd van het promoten van niet-islamitische waarden en het verkeerd `beïnvloeden' van jonge kunstenaars.

Hoe heeft het Iraanse culturele klimaat zo snel kunnen veranderen? De reden hiervoor is de machtverschuiving die aan het plaatsvinden is in Iran. De hervormers, die in een periode van acht jaar lang geweldige verkiezingsoverwinningen behaalden, werden vorige jaar uitgesloten van deelneming aan de parlementsverkiezingen door de machtige conservatieve Raad van de Hoeders van de Grondwet. Het gevolg was dat een groep van ultraconservatieven de verkiezingen `won'. Hierdoor is de delicate balans tussen hervormers en conservatieven voor het eerst in de jonge geschiedenis van de islamitische republiek Iran uit het lood geslagen. Niemand weet waar dat toe kan leiden, maar de voortekenen zijn niet goed voor de hervormers.

Al snel begon er van alles te veranderen op cultureel gebied in Iran. De managers van culturele jeugdcentra werden vervangen en de programma's weer in lijn gebracht met wat volgens de conservatieven `islamitische normen en waarden' zijn. Voor lokale `islamitische' popconcerten werden geen vergunningen meer gegeven. Ambassades die culturele evenementen voor Iraniërs organiseerden, werd te verstaan gegeven dat er voortaan beter volksdansen of instrumentale muziek op het programma kan staan.

Desondanks maakt de Iraanse kunstwereld zich op voor mogelijk nog zwaardere restricties. Op 17 juni wordt er een nieuwe president en regering gekozen in Iran. Het ziet ernaar uit dat de overwinnaar in het gunstigste geval een pragmatische conservatief zal zijn. Er doet slechts één serieuze hervormingsgezinde kandidaat mee en die loopt de kans geweigerd te worden door de Raad van de Hoeders van de Grondwet.

,,Cultuur is het belangrijkste strijdperk voor veranderingen in Iran'', zegt museumdirecteur Sami-Azar. ,,Als een conservatieve kandidaat de verkiezingen wint, dan worden alle culturele managers vervangen door hun eigen mensen'', voorspelt hij.

Om de eer aanzichzelf te houden, zegde hij vorige maand zijn baan op, wat leidde tot protesten van de Iraanse kunstenaars zodat hij voorlopig aanblijft. ,,Maar ik verwacht niet lang meer leiding te geven aan het museum van hedendaagse kunst. Ik ben namelijk niet van plan hypocriet te worden en alleen `revolutionaire' kunst ten toon te gaan stellen.''

Toch hoeft de politieke verschuiving niet het einde van de bloeiende Iraanse kunstscene in te luiden. In de donkere regiekamer van een marionettentheater stopt Behrouz Gharibpour zijn pijp met Deense tabak. De Iraans-Koerdische Gharibpour is een veteraan in de Iraanse kunstwereld. Op dit moment regisseert hij een marionettenopera over een Iraans volksverhaal. De vrouwelijke poppen zingen, dansen en worden door de mannelijke poppen vastgehouden. Kortom, ze doen alles wat acteurs van vlees en bloed niet mogen doen in een Iraans theater. ,,Je kan erom lachen, maar drie jaar geleden was deze poppenopera daarom niet mogelijk geweest in Iran'', zegt hij.

In het dagelijks leven geeft Gharibpour leiding aan het Teheraanse `Huis van de artiesten', een onmoetingsplek voor jonge kunstenaars. Conservatieven sommeerden hem naar het buitenland te vertrekken, zijn baan op te geven en het centrum te sluiten. Maar Gharibpour wijkt niet. ,,Als je de hele tijd aan de gevangenis denkt, heb je geen prettig leven'', zegt hij.

Op tafel ligt zijn sleutelbos met een hanger in de vorm van `De Denker' van Rodin. ,,Ik weet niet of ik morgen nog leiding mag geven aan het Huis van de artiesten. Ik weet wel dat de tijd niet kan worden teruggedraaid. Er is een bloeiperiode geweest van Iraanse kunst en die heeft iedereen beïnvloed. Grenzen zijn voor altijd verlegd.''

Volgens Gharibpour is er sinds de islamitische revolutie van 1979 druk op kunstenaars om te voldoen aan revolutionaire en islamitische waarden. ,,In Iran gaat de discussie over wat westers is en wat islamitisch is'', zegt hij. Dat idee is aan verandering onderhevig. In de beginjaren na de revolutie was schaken verboden en waren de behoudende krachten tegen muziek. ,,Nu mogen we schaken en zijn ze alleen nog maar tegen niet-islamitische muziek'', zegt Gharibpour. ,,Conservatieven willen misschien wel alles terugdraaien, maar ze kunnen het niet, daar hebben ze de macht niet voor. We moeten geduld hebben in Iran.''