Liever dure uitzendkracht dan vast personeel

Uit onderzoek blijkt dat de banenmotor van het midden- en kleinbedrijf stokt. Directeuren wijten dat aan de sterke ontslagbescherming.

Het is nu bijna vier jaar geleden dat Henk Snellink voor het eerst echt te maken kreeg met het Nederlandse ontslagrecht. De directeur van een fabrikant van deegmachines in Venlo moest saneren om het bedrijf, waar toen ruim 170 mensen werkten, overeind te houden. ,,Ik wist niet wat ik meemaakte'', zegt Snellink, die het systeem van ontslagbescherming ,,onlogisch'' noemt.

Het meest stoorde hij zich aan het feit dat ieder besef van tijd leek te ontbreken. ,,Het is onwaarschijnlijk hoe snel omstandigheden veranderen tegenwoordig. Als je er dan vervolgens maanden over moet doen om de soms harde beslissingen over het personeel door te voeren, is dat een belediging voor ieders intelligentie. Want als het geld op is telt iedere dag.''

Het bedrijf van Snellink is één van de bijna 700.000 kleine en middelgrote bedrijven (tot 250 werknemers) in Nederland. Deze bedrijven bieden werkgelegenheid aan bijna vier miljoen mensen, en worden daarom wel `de banenmotor' van Nederland genoemd. Als de economie aantrekt, groeit de werkgelegenheid in het MKB snel. Maar uit het Trendmeter-onderzoek van onderzoeksbureau Motivaction en Van Lanschot Bankiers blijkt dat de motor sputtert.

Niet alleen economisch herstel blijft uit, ook zeggen de 400 ondervraagde directeuren dat zij huiverig zijn om mensen aan te nemen. Zij nemen liever – duurdere – tijdelijke krachten aan, omdat de ontslagbescherming in Nederland te ver is doorgevoerd. Tachtig procent van de directeuren in het MKB denkt dat dit de groei van de werkgelegenheid ernstig belemmert.

,,Iedereen zit vast aan een ontslagsysteem, dat niet meer past in onze tijd,'' zegt Snellink, die klanten heeft ,,van Nederland tot China.'' WP Haton, het bedrijf waarvan hij in 2000 directeur werd maakte toen zowel deegmachines als koelinstallaties. Die combinatie werkte niet. In Las vegas werd het plan gesmeed voor een nieuwe koers. Snellink en zijn verkoopdirecteur waren daar voor een bakkerscongres, maar konden door het stilleggen van het vliegverkeer na de aanslagen op het World Trade Center in New York de stad niet verlaten. ,,We hadden toen een week de tijd voor de vraag hoe we het bedrijf zouden kunnen redden.''

Er werd besloten de koelingsactiviteiten van het bedrijf af te stoten, wat betekende dat er voor 24 mensen ander werk gezocht moest worden. Een deel kon worden omgeschoold en worden ondergebracht bij een ander bedrijf. Maar uiteindelijk moesten drie werknemers worden ontslagen. ,,Ik kwam er achter dat dat een heel moeilijk proces was'', zegt Snellink, die zich liet bijstaan door metaalwerkgeversvereniging FME-CWM.

De vakbonden beschermden volgens Snellink alleen maar de belangen van de leden die dreigden hun baan te verliezen, niet van de leden die nog bij het bedrijf bleven werken. ,,Daarom duurde het proces maanden.'' De kosten van de reorganisatie waren volgens Snellink dermate hoog, dat andere investeringen binnen het bedrijf onder druk kwamen te staan. ,,Zelfs als iedereen, inclusief werknemers, het binnen een bedrijf over een reorganisatie eens is, dan is de uitvoering ervan onbetaalbaar.''

Snellink heeft overigens een hekel aan de gemakkelijke oplossing dat je bij problemen iedereen zomaar moet kunnen ontslaan. ,,Dat botst met mijn sociale achtergrond. We zijn toch in Nederland grootgebracht met de gedachte dat we de zwakkere moeten beschermen. Het lijkt er langzamerhand op dat je werknemers moet zien als noodzakelijk kwaad, en dat is natuurlijk onzin.''

Maar de noodzakelijke flexibiliteit moet wel érgens vandaan komen. Liever dan bij uitzendkrachten (duur en niet de juiste opleiding) zoekt Snellink de oplossing voorlopig in de `flexbank' die hij samen met de ondernemingsraad ontwikkeld heeft. Werknemers hebben een tegoed van maximaal 180 uur. Per week wordt gekeken hoeveel uur ze nodig zijn. Als ze overwerken, loopt het tegoed op. Als ze minder hoeven te werken, nemen ze de uren weer op. ,,Ik ben niet bang om mensen aan te nemen, maar we moeten wel flexibeler worden. Als ons dat lukt, zijn we als Nederlanders onverslaanbaar.''